Gemeente Amsterdam wil excuses aanbieden voor slavernijverleden

Een grote meerderheid in de gemeenteraad wil dat er onderzoek komt naar de verantwoordelijkheid van Amsterdam voor het Nederlandse slavernijverleden. In de zomer van 2020 moeten vervolgens excuses worden gemaakt.

Het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in 2018.
Het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark in 2018. Foto Koen van Weel/ANP

Amsterdam wil als eerste gemeente excuses gaan aanbieden voor het Nederlandse slavernijverleden. Dat staat in een voorstel dat een grote meerderheid in de gemeenteraad maandag heeft ingediend. Volgens wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) staat het college „welwillend” tegenover het plan, bevestigt een woordvoerder.

Het voorstel komt van de vier coalitiepartners - GroenLinks, D66, PvdA en SP - en de partijen Denk, Bij1 en ChristenUnie. Gezamenlijk hebben zij 31 van de 45 zetels in de gemeenteraad. De partijen willen dat er historisch onderzoek komt naar de rol van de gemeente in de slavernijgeschiedenis.

„Als je excuses maakt, moet je wel weten waarvoor precies”, zegt wethouder Groot Wassink tegen Het Parool. Na het onderzoek moet volgens het voorstel op 1 juli 2020 tijdens Keti Koti - de herdenking van de afschaffing van de slavernij - formeel excuses worden aangeboden.

Lees het opiniestuk van docent Karwan Fatah-Black: Bracht de slavernij u voordeel? Leg rekenschap af

Sociëteit van Suriname

„Dit had veel eerder moeten gebeuren”, zegt Don Ceder (ChristenUnie) tegen Het Parool. „Het wordt tijd dat we ons niet meer verbergen voor onze geschiedenis, maar dat we verantwoordelijkheid dragen”, schrijft Denk in een verklaring.

Daarbij noemt de partij het feit dat de gemeente een van de drie oprichters was van de Sociëteit van Suriname. Die onderneming was medeverantwoordelijk voor de slavenhandel in de toenmalige kolonie. Nederland schafte in 1863 de slavernij af in Suriname en de Antillen.

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam deed een jaar geleden een vergelijkbare oproep. Hij vond dat Nederland nationaal excuses moest maken voor „het leed dat tienduizenden is berokkend” om „een punt te zetten achter deze donkere bladzij”. Dat heeft de Nederlandse regering vooralsnog niet gedaan.

Frankrijk nam in 2016 een wet aan die slavernij erkende als „een misdaad tegen de menselijkheid”. De Amerikaanse Senaat bood in 2009 excuses aan voor het Amerikaanse slavernijverleden.