Opinie

De economie piekt, het chagrijn ook. Hoezo?

Menno Tamminga

De wereld, één markt. Dat was het kenmerk van de liberale era die dertig jaar geleden losbarstte na de val van de Berlijnse Muur, het einde van het socialisme en China’s keuze voor staatskapitalisme. Maar nu krijgt die markt, althans in Nederland, de schuld van alle plagen die ons teisteren. De markt, één klacht. De liberale minister-president loopt voorop. Op de arbeidsmarkt stijgen alleen de lonen van de topmanagers, klaagde Mark Rutte (VVD). De FNV klaagde daarop dat de vakbond dat al jaren zegt, maar dat het kabinet niet wilde luisteren.

Werkgeversvoorzitter Hans de Boer klaagde in De Telegraaf dat het kabinet zelf de koopkracht kraakt met z’n hogere btw en werkgeverslasten. En president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank klaagde in de Volkskrant dat de winsten van bedrijven zo hoog zijn dat werkgevers ook niet meer weten waar ze nog in moeten investeren. En dan klaagt Hans Borstlap, een voormalige topambtenaar die een adviescommissie leidt die de arbeidsmarkt opnieuw moet reguleren, dat de flexibilisering compleet uit de hand is gelopen.

Ja, dat is nogal wat chagrijn. Je zou bijna vergeten dat de economie floreert, dat er een taboedoorbrekend pensioenakkoord is gesloten, dat de arbeidsmarkt oververhit is en dat de overheid een begrotingsoverschot heeft.

Toe, doe, die, doe, doe. Don’t worry, be happy.

De rode draad in het chagrijn is dat de verdeling van de opbrengsten van het herstel na de economische crisis niet eerlijk is. Dat was in maart ook al het beeld in de kwartaalpeiling van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Denktank SCP noteerde toen de verschillen tussen arme en rijke mensen als maatschappelijke tegenstelling nummer één. Ook peilde het SCP groeiende bezorgdheid onder burgers over zaken die onbetaalbaar of onbereikbaar dreigen te worden: gezondheidszorg, energie en woningen.

Koopwoningen zijn de stille splijtzwam geworden tussen huizenbezitters (ruim 55 procent van de huishoudens) en huurders. Tegenover de ‘slakkegang’ van cao-lonen à 3 procent groei staat de turbo van de huizenprijzen. Adviesbureau Calcasa becijferde deze maand dat de 4,5 miljoen Nederlandse koopwoningen sinds het dieptepunt in het tweede kwartaal van 2013 met liefst 375 miljard euro in prijs zijn gestegen. Gemiddeld is dat 88.000 euro, met Bloemendaal aan kop (350.000 euro) en Pekela als hekkensluiter (22.000 euro).

De markt bedient de vermogens, niet de inkomens. Euro-roerganger Mario Draghi van de Europese Centrale Bank heeft daarin een zichtbare hand. De ultralagerentepolitiek van de ECB blaast luchtbellen op, zoals de huizenmarkt.

Als je verder terugkijkt, zie je dat er sinds de grote rentedaling die in 1982 op gang kwam, een dubbeleconomie is ontstaan. De vertrouwde economie van lonen en werken is uitgebreid met de economie waarin vermogens centraal staan: huizen, beleggingen en schulden om die huizen te financieren.

De vakbeweging is thuis in de loon- en werkeconomie. Maar die vermogenseconomie? Liever de zekerheid van loonstijgingen dan de onvoorspelbaarheid van de vermogenseconomie. Vorige week pleitte FNV-cao-chef Zakaria Boufangacha in Het Financieele Dagblad toch weer eens voor een idee uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Een vermogensaanwasdeling. Laat werknemers in een fonds participeren met aandelen in bedrijven en zo ook profiteren van de vermogensgroei. Boufangacha’s oproep onderstreept de klacht dat de markt niet brengt wat ’ie moet brengen.

Wel oververhit, geen loongolf.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.