Recensie

Recensie Theater

Imponerend locatietheater op het Gronings platteland

Theater In een Groningse boerderij speelt een theaterbewerking van De Poolse Bruid. In de sobere performance zindert de spanning tussen een boer en de gevluchte vrouw.

De Poolse vrouw Anna (Lotte Dunselman) en de Groningse boer Henk ( Paul van der Laan).
De Poolse vrouw Anna (Lotte Dunselman) en de Groningse boer Henk ( Paul van der Laan). Foto Polle B. Willemsen

Als ze op zijn erf in elkaar stort, draagt ze niet meer dan een regenjas. Ze is moegestreden, gewond. De boer tilt haar op, wast haar en legt haar in bed. Het is het begin van een aftastend samenzijn. De vrouw blijkt een Poolse, die naar Nederland is gekomen om geld te verdienen als kamermeisje, maar er werd ingeluisd. De man is een zwijgzame Groninger, Henk, wiens boerderij op een faillissement afstevent.

Zo begint De Poolse Bruid, een theaterbewerking van de film die in 1998 een Gouden Kalf won. De locatieproductie van Toneelgroep Echo en het Noord Nederlands Toneel is te zien op het Groningse Hogeland, waar het verhaal zich ook afspeelt. In dit noordelijkste noorden strekken de landerijen zich groen en ver uit. Op weg naar de boerderij waar De Poolse Bruid speelt, doorkruis je eindeloze velden met tussen jou en de horizon slechts wat bomen of een dorp.

Actrice Lotte Dunselman (Toneelgroep Echo) is initiatiefnemer van de voorstelling en speelt de Poolse Anna. Haar spel varieert van terughoudend – eerst nog bang voor de man die haar onderdak geeft – tot vrolijk springerig, maar onderhuids blijft haar trauma sluimeren. Ook tegenspeler Paul van der Laan (mimetheatergroep Bambie) speelt zijn rol formidabel: hij balanceert tussen afstandelijk en onverwacht teder. Als het wantrouwen tussen de boer en zijn gast wegebt, wordt de spanning broeieriger.

In een schitterende tekst van Jibbe Willems benoemen de personages hun handelingen of gedachten in de derde persoon. Als Henk bijvoorbeeld zegt: ‘hij hoort haar / draait zich om’, reageert Anna met: ‘zij slaat haar ogen neer’. Het is alsof de personages zichzelf vanaf een afstandje bekijken en alsof er soms een alwetende verteller mee spiedt. Dat is even wennen, maar de cadans van de tekst grijpt je al gauw bij je kladden. Willems hanteert scherpe omschrijvingen en verwoordt mijmeringen prachtig: ‘er zit aarde in zijn aderen / hij kan nergens anders ademen’.

De trailer van ‘De Poolse Bruid’.

Het is ontroerend hoe onbaatzuchtig en vanzelfsprekend de boer de vluchteling opneemt in zijn huis, haar laat begaan als ze wil blijven. Door hun haperende communicatie – zij spreekt geen Nederlands en hij is al niet zo’n prater – ligt de nadruk op hun bespiegelingen en hun wederzijds aftasten. Regisseur Lies van de Wiel houdt de enscenering hierbij sober, en dat werkt erg goed. Als Henk zegt dat hij koffie drinkt of naar buiten kijkt, wordt dat nauwelijks uitgespeeld. Ook het decor is minimaal – je hebt weinig nodig in zo’n karakteristieke boerderij. De acteurs spelen in een schuur tussen een drietal tafels en wat stoelen. Hogerop zitten muzikant Bert Hadders en gitarist Joost Dijkema, die samen een sfeervolle soundtrack voor de voorstelling schreven.

De enscenering geeft de tekst en het spel veel ruimte, en daarmee de spanning tussen Henk en Anna, die zich aan elkaar vastklampen, misschien meer uit wanhoop dan uit liefde. Zo ontstaat een imponerende performance, zonder opsmuk: je kunt er zo het Hogeland in herkennen.