Monsterproductie aus LICHT hoogtepunt van vernieuwende editie Holland Festival

Holland Festival Dit was de editie van de exceptionele monsterproductie aus LICHT, die een moeilijk te evenaren hoofdstuk toevoegt aan de traditie van grote muziektheatervoorstellingen.

De voorstelling Sur les traces de Dinozord van Faustin Linyekula.
De voorstelling Sur les traces de Dinozord van Faustin Linyekula. Foto Steve Gunther

De 72e editie van het Holland Festival zal de geschiedenis ingaan als een welkome vernieuwing van het festival en een overall geslaagde en opwindende aflevering. Grillig was het, als vanouds, wat intrinsiek is aan de grensverleggende ambities en de risicovolle programmering, maar de mijlpalen overschaduwden de miskleunen deze maand.

Voor het eerst werkte het festival, met 86.000 bezoekers in 2018 het grootste internationale podiumkunstenfestival van Nederland, met twee gastcuratoren. Zij toonden zowel eigen werk als dat van verwante kunstenaars. De programmering van de Zuid-Afrikaanse theatermaker en kunstenaar William Kentridge en choreograaf en storyteller Faustin Linyekula uit de Democratische Republiek Congo bleek een schot in de roos. Afrika vormde een inhoudelijk rijke en sterke focus.

Bovenal was dit de editie van de exceptionele monsterproductie aus LICHT, die een moeilijk te evenaren hoofdstuk toevoegt aan de traditie van grote muziektheatervoorstellingen op het Holland Festival. De wereld keek reikhalzend uit naar de eerste grootschalige uitvoering van aus LICHT ooit en de torenhoge verwachtingen werden ruimschoots waargemaakt.

De megalomane zevendaagse operacyclus van Karlheinz Stockhausen – teruggebracht tot een behapbare drie dagen – was een minifestival op zich. Het bevatte meesterwerken (Kathinka’s Gesang, Michaels Reise), amuzische waanzin (Helikopter-Streichquartett) en fascinerende rariteiten (het dansende gezicht in Luzifers Tanz). Vooral dankzij de briljante enscenering (Pierre Audi), belichting (Urs Schönebaum) en uitvoering (honderden steengoede musici, hoofdzakelijk studenten) was het een muziektheaterervaring om nooit te vergeten.

De teaser van ‘aus LICHT’.

In de pas met de grote trend in de podiumkunsten lag de nadruk op sociaal-maatschappelijke thema’s. Chronicle of Current Events van violist Gidon Kremer en regisseur Kirill Serebrennikov was een urgente voorstelling over het lot van een kunstenaar in politiek turbulente tijden en de theaterbewerking van Kafka’s Het Proces door de Poolse regisseur Krystian Lupa vormde een bijtende aanklacht op het aanzwengelende machtsmisbruik van de staat in zijn land.

Meest indrukwekkend in dit opzicht waren de bijdragen van de twee ‘associate artists’. Met The Head & The Load leverde Kentridge een visueel spektakel af dat gegrondvest was op de ‘vergeten’ tragedie van honderdduizenden Afrikanen, die op brute wijze het leven lieten in de botsingen van Europese grootmachten op Afrikaanse grondgebied tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Lees ook: Vijftien uur experimenteel theater: Stockhausens ‘aus LICHT’ moet je ondergaan

Een vergelijkbare, grote urgentie was voelbaar bij Linyekula, die tevens voorstellingen inbracht van makers die elkaar hadden ontmoet in de door hem opgerichte Studios Kabako in Kinshasa of langs andere lijnen verwant waren. Daardoor ontstonden interessante dwarsverbanden in een samenhangende programmering. Cion, Requiem of Ravel’s Bolero van Gregory Maqoma vormde een hoogtepunt in het dansaandeel van Holland Festival: een strak georganiseerd dansritueel en een rouwklacht, met overdonderende isicathamiyazang van een vierkoppig a-capellakoor (dat – misser – niet werd boventiteld).

De centrale rol van Linyekula was een doorbraak in de voorspelbare dansprogrammering van de laatste festivals, waarin de hoofdgasten vrijwel altijd Alain Platel, William Forsythe of Anne Teresa De Keersmaeker (ook dit jaar present met haar mooie, zij het weinig prikkelende Brandenburgse Concerten) heetten. Terwijl tegelijk een totaal abstract, esthetisch en dansinhoudelijk superieur stuk als Pas/Parts 2018 van William Forsythe, gedanst door Het Nationale Ballet, aantoonde dat maatschappelijk thematiek geen onvermijdelijkheid is én dat reguliere gasten kunnen uitblinken.

Internationale avant-garde

De waarde van terugkerende makers bleek ook bij de Spaanse furie Angélica Liddell. Haar surreële toneelbewerking van The Scarlett Letter bevatte aanstootgevende pornografische elementen en daverende tirades tegen zowel de vertrutting als de miskenning van vrouwelijke kracht; een weinig gehoorde en tot nadenken stemmende combinatie in dit MeToo-tijdperk.

Na Kentridge en Liddell was het theateraandeel op zijn best interessant te noemen. Het Holland Festival biedt de gelegenheid tot kennismaking met internationale avant-garde en tot vergelijking met de nationale theaterpraktijk. Die vergelijking, met in dit geval onder meer Colombiaanse, Portugese en Poolse gezelschappen valt niet altijd in het nadeel uit van de Nederlandse makers.

Lees ook het interview met William Kentridge en Faustin Linyekula: ‘Je kunt het verleden niet omslaan als een bladzijde’

De uitnodiging van het Internationale Theater Amsterdam aan de spraakmakende regisseur Simon McBurney leverde helaas een potsierlijke versie op van De Kersentuin. Slechts het fenomenale spel van acteurs als Gijs Scholten van Aschat bracht verlichting tussen de kluchtige ongein. En met het monsterlijk saaie Crash Park van Fransman Philippe Quesne, een parodie op een theatervoorstelling, leverde het festival moeiteloos de slechtste voorstelling van het seizoen.

Voor 2020 is de Amerikaanse choreograaf Bill T. Jones aangetrokken als associate artist. Bovendien neemt Emily Ansenk de positie van directeur over van Annet Lekkerkerker, die langdurig zakelijk directeur was en dit jaar als tussenpaus fungeerde, na de periode met Ruth Mackenzie aan het roer. Kunsthistorica Ansenk, die in haar vorige baan als directeur van De Kunsthal bekendstond om een succesvolle, drempelverlagende koers en bezoekersrecords, heeft geen ervaring in de podiumkunsten. Maar in de huidige opzet hoeft dat geen bezwaar te zijn, met artistieke adviseurs die zorgen voor opwinding en vaste programmeurs die zorg dragen voor de continuïteit. Zeker is dat exclusieve voorstellingen van internationale allure, zoals aus LICHT, een geweldige stimulans zijn. Maar ook dat de hoge kosten, gezien het met internationale festivals vergeleken bescheiden budget, nauwelijks op te brengen zijn. Ook dat is een reden om de afgelopen editie te koesteren.

Met medewerking van Joep Stapel, Joep Christenhusz en Francine van der Wiel.