„Ik was heel naïef eigenlijk”, zegt de nu 25-jarige Maher. „Je weet vooraf dat het daar oorlog is. Maar toch word je verrast als je er eenmaal bent en de kogels vierentwintig-zeven om je oren vliegen.”

Foto Katrijn van Giel

Raakt ex-Syriëganger Maher H. zijn Nederlandse paspoort kwijt?

Nederlanderschap Maher H. is de eerste Syriëganger die voor het plegen van terroristische misdrijven is veroordeeld. Maandag dient de rechtszaak over de intrekking van zijn Nederlanderschap. Een test voor minister Grapperhaus, die de Nederlandse nationaliteit van zoveel mogelijk Syriëgangers wil afnemen.

Als Maher H. in mei 2017 de deur opendoet, staan er twee agenten voor zijn neus. Hij is het gewend. Geregeld komt er politie langs om te informeren hoe het gaat met de ex-Syriëganger. Maar dit bezoek is anders. De agenten overhandigen een brief waarin staat dat hij zich moet melden op het politiebureau, om een document van de Rijksoverheid in ontvangst te nemen.

De in Amsterdam geboren Marokkaanse Nederlander Maher H. is dan drie jaar terug uit Syrië, waar hij heeft gevochten. Na het uitzitten van een gevangenisstraf werkt hij aan een terugkeer in de samenleving. De gemeente en de reclassering helpen hem, net als een psycholoog die hem bijstaat in de verwerking van trauma’s die hij in Syrië heeft opgelopen. Het bezoekje van de twee agenten zal het hele reïntegratietraject verstoren.

In het document dat hij op het politiebureau krijgt, staat dat de minister van Buitenlandse Zaken het voornemen heeft zijn Nederlandse nationaliteit in te trekken, maar hij mag nog een zienswijze indienen. Terwijl de ambtenaren nog moeten beslissen en de procedure nog loopt, vertelt minister Stef Blok al op het achtuurjournaal dat hij voor het éérst een nationaliteit heeft afgepakt van een Syriëganger. Hij heeft het over Maher.

Maher procedeert door en deze maandag, achttien maanden later, dient de rechtszaak over de intrekking van zijn Nederlanderschap. De zaak is een belangrijke juridische test voor het beleid van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA). De minister wil, net als de Tweede Kamer, zoveel mogelijk Syriëgangers van hun nationaliteit ontdoen. Er zijn in 2016 en 2017 nieuwe wetten aangenomen die dat eenvoudiger zouden moeten maken. De nieuwe wetgeving speelt in de zaak van Maher een beperkte rol: hij was begin 2014 al terug in zijn flatje in Zoetermeer, na een half jaar op het strijdtoneel.

Lees ook: Niet meer als terrorist gezien, wel je Nederlanderschap kwijt

‘Ik heb niks tegen de overheid’

„Ik was heel naïef eigenlijk”, zegt de nu 25-jarige Maher. „Je weet vooraf dat het daar oorlog is. Maar toch word je verrast als je er eenmaal bent en de kogels vierentwintig-zeven om je oren vliegen.” Maher was 19 toen hij naar Syrië ging.

De ex-Syriëganger – op Nike Air Max sneakers, een pluizig baardje en krullende haren die glimmen van het vet – zit in het kantoor van zijn advocaat. Als hij praat, staart hij vaak naar beneden. Eerder hield Maher H. interviewverzoeken af, maar met de rechtszaak voor de deur wil hij toch praten. Maher wil duidelijk maken dat hij weliswaar een Syriëganger is, maar géén gevaarlijke. Tijdens het interview zegt hij een paar keer: „Ik heb niks tegen de Nederlandse overheid.” En: „Ik ben niet naar Syrië gegaan om hoofden af te hakken”.

Waarom Maher wél naar Syrië ging? Hij begint te vertellen over de Arabische Lente, en hoe de Syrische dictator Bashar al-Assad grof geweld inzette tegen zijn eigen bevolking om de opstand de kop in te drukken. „Ik zie het Syrische volk als mijn islamitische broeders. In mijn geloof is het aanbevolen om hen te helpen.”

Maher H. kwam Syrië binnen als hulpverlener voor de Turkse organisatie IHH. Volgens zijn eigen verklaringen tijdens de eerste rechtszaak bleef hij hulpverlener; in hoger beroep gaf hij toe te hebben deelgenomen aan de strijd. „Ik heb aan het front de wacht gehouden en ook meegedaan aan veldslagen.” Hoe dat was? Maher kijkt weer omlaag. Zachtjes: „Eigenlijk wat je in films ziet, maar dan in het echt.” Hij vertelt over die keer dat hij bijna dood was. Maher hield de wacht en hoorde achter zich de rupsbanden van een tank over de grond rollen. Er volgden vijf knallen. Toen de rook was opgetrokken, lagen zijn kameraden op de grond. „Ze lagen om mij heen, sommigen stonden in brand, anderen misten ledematen.”

Het „geromantiseerde” beeld dat hij vooraf van de rebellen had, klopte van geen kant. „Ze gedroegen zich als bendes”, zegt Maher. „In plaats van tegen Assad, streden ze tegen elkaar over wie het in een gebied voor het zeggen zou krijgen. Door hun onderlinge ruzies moesten burgers hun huizen ontvluchten. Dat was niet waarvoor ik was gekomen.”

Foto Katrijn van Giel

Terug in Nederland veroordeelt de rechter hem als eerste Syriëganger voor het plegen van terroristische misdrijven. De rechter acht bewezen dat hij voor een jihadistische groepering streed, ook omdat er foto’s zijn aangetroffen waarop Maher met geweren poseert. Hij krijgt vier jaar cel en komt na twee jaar vrij, onder toezicht van de reclassering met een waslijst van voorwaarden. Er wordt een ‘plan van aanpak’ opgesteld. Hij moet aan het werk, maar is daar pas na langdurige traumatherapie toe in staat.

Ook krijgt hij, op eigen verzoek, een theoloog toegewezen met wie hij gesprekken voert over de islam. „De theoloog probeerde mij niet te deradicaliseren, of zo. Ik kon hem gewoon vragen stellen over de islam als ik met dingen zat. We hebben een goede band opgebouwd.” Na lang zoeken vindt Maher een baan bij een telecombedrijf, waar hij nog steeds werkt.

Veranderde denkbeelden

Hij zegt dat zijn denkbeelden de afgelopen jaren zijn veranderd. Vlak na zijn terugkeer verspreidde Maher volgens het gerechtelijk vonnis jihadistische video’s. „Ik zou dat nu nooit meer doen”, zegt Maher. „Die aanslagen waartoe IS oproept, veroorzaken enkel leed en verderf. Ze klagen over burgerslachtoffers in Syrië, maar door aanslagen in Europa te plegen doen ze precies hetzelfde.” Na zijn gevangenisstraf hield hij zich aan de reclasseringsvoorwaarden en verlengde het traject vrijwillig.

Of Maher daadwerkelijk niet meer radicaal is, valt niet na te gaan. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil niet reageren omdat de zaak over de intrekking van zijn Nederlanderschap onder de rechter is. Feit is dat Maher H.’s naam in 2018 is geschrapt van de nationale sanctielijst terrorisme: een teken dat de overheid hem niet langer als terrorist beschouwt.

Sinds zijn terugkeer is het maatschappelijk debat over Syriëgangers gekanteld. Waar Syriëgangers rond Mahers uitreis in 2013 nog op enige sympathie konden rekenen – zo noemde oud-Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm hen destijds ‘helden’ – is de teneur in de jaren erna volledig gekeerd. Terreurbeweging IS stichtte een kalifaat en zaaide angst met video’s waarin onschuldigen worden onthoofd en in brand gestoken. Teruggekeerde Syriëgangers pleegden in Europa aanslagen. In de Tweede Kamer werden wetten aangenomen om Syriëgangers buiten de deur te houden, door hun paspoort en nationaliteit af te pakken.

En de eerste die ermee te maken krijgt, is Maher. Hij zet op dat moment juist stappen in zijn re-integratie. Dat traject wordt verstoord. „Dat vond de reclassering zelf ook”, zegt Maher. „Elk gesprek dat wij voerden ging over hoe mijn toekomst in Nederland eruitziet. Ze motiveerden mij om te solliciteren en te kijken naar studies. Maar hoe kan ik aan mijn toekomst werken als ik binnenkort toch het land word uitgezet?”

Om aan te tonen dat Maher goed bezig was, heeft advocaat Flip Schüller rapportages opgevraagd van de instanties die zich met Maher bezighielden, zoals de reclassering, justitie en de AIVD. Die zijn vaak negatief over het intrekken van de nationaliteit, omdat het de re-integratie van jihadisten belemmert. „In zijn algemeenheid”, zegt een woordvoerder van de reclassering, „signaleren we dat het traject van intrekking van het Nederlanderschap het re-integratieproces bemoeilijkt”.

De landsadvocaat die de IND bijstaat, wil de rapporten niet vrijgeven, terwijl de stukken volgens de rechter wel relevant zijn voor de verdediging van Maher. Maandag wordt duidelijk of de rechtszaak door kan gaan zonder dat de rechter kennis heeft genomen van de adviezen.

Mocht Maher zijn Nederlanderschap dan definitief verliezen, wordt hij tot ongewenst vreemdeling verklaard. Vervolgens kan hij worden uitgezet naar Marokko. Wat zou hij daar gaan doen? „In Marokko?” Maher kijkt verschrikt. „Mijn familie, mijn twee kinderen wonen hier. Wat heb ik in Marokko te zoeken? Ik zou het echt niet weten.”