Maar wie verliest dit: de VVD, Rutte, de grote bedrijven of de grootverdieners?

Deze week: hoe zelfs VVD’ers zich ineens razendsnel afwenden van multinationals en hun topmannen.

Ofwel: maar voor wie is dit eigenlijk het riskantste?

Als je door de Haagse gangen wandelt, in de Tweede Kamer, de Eerste Kamer, op ministeries, zou je in eerste instantie niet zeggen dat er een politieke herverkaveling op komst is.

In de hallen van de macht domineert de atmosfeer van de status quo: routine die opwinding altijd afvlakt.

Maar wie oplet, ziet dat er een ideële omslag op komst is. Het voltrekt zich niet in het verborgene, het gebeurt bij vol daglicht.

Hier is de paradox. Aan de ene kant lijken flankpartijen als PVV en – vooral – SP aan het einde van hun levenscyclus te zijn gekomen. Standpunten met de voorspelbaarheid van de filemeldingen.

Maar aan de andere kant opende de leider van de grootste rechtse partij, premier Rutte, vorig weekeinde de aanval op de multinationals alsof de tijden van de CPN herleven: ‘hogere lonen, lagere prijzen’.

Voor een liberaal, en zeker deze, een spectaculaire tournure. Al is de onderliggende analyse in de Haagse politiek niet uitzonderlijk meer.

Binnen bijna alle partijen van enige omvang bestaat niet langer behoefte de veranderde tijdgeest te bestrijden.

Een tijdgeest van minder openheid, van een antiliberale reactie op de dominantie van bedrijven en marktdenkers. Van een verlangen naar oude vastigheid en nieuwe rechtvaardigheid.

Het hangt al langer in de lucht. Maar nu ook de VVD de trend heeft omarmd, weten we waar dit de komende jaren zal eindigen: de hele politiek maakt programmatisch een spectaculaire draai.

En je vraagt je wel af: hoe loopt dit af voor de partij die Den Haag het laatste decennium domineerde?

Over de bron van trendbreuken kun je altijd twisten. Maar achteraf was het vermoedelijk oud-beroepspoliticus Frank de Grave, tevens de voormalige VVD-fondsenwerver in het bedrijfsleven, die vorig jaar zomer het luikje in zijn partij openzette.

De Grave vertrok uit de Eerste Kamer (en het VNO-NCW-bestuur) om lid van de Raad van State te worden, en vertelde het AD dat hij zich ergerde aan de multinationals.

Stijgende winsten, stijgende topsalarissen, geen stijgende lonen. Wel wegkijken van het klimaatprobleem en afschaffing van dividendbelasting eisen.

„Het is niet meer in balans”, zei hij.

Ook Klaas Dijkhoff toont zich al langer sceptisch over de rol van het bedrijvenlobby. Toen er vorig jaar weer eens een financieel gat was, zei hij binnenskamers tot verrassing van Rutte, en tot genoegen van de coalitiepartners: dan doen we de bankenbelasting toch gewoon omhoog?

En toen hij in april de coalitietop in het Catshuis een voorzet voor verversing van het regeerakkoord deed, lanceerde hij het idee middeninkomens te steunen en iedereen boven een ton op nul te zetten.

Dus werkgeversvoorzitter Hans de Boer mocht deze week in Het Financieele Dagblad uitvaren dat Rutte „zijn eigen achterban in het hart treft” – maar De Boer zal zelf ook weten dat hij de slag hierover volledig verloren heeft.

Ga maar na. Al in februari bepleitte CDA-kroonprins Wopke Hoekstra, nota bene op de Bilderberg-conferentie van VNO-NCW, meer „baanzekerheid” voor middeninkomens en rekende hij voor dat een modale werknemer nu 171 jaar moet werken voor het jaarsalaris van een bestuursvoorzitter.

Een „kloof”, zei Hoekstra, die we moeten „verkleinen”.

Begin maart maakte D66-voorman Rob Jetten een fundamenteler punt. In zijn Anton Kerkdijk-lezing schetste hij dat we door de scheefgegroeide vermogensverhoudingen („zekerheid wordt erfbaar”) een maatschappij worden van „een bovenkant mét en een onderkant zónder zekerheid”.

Ook hij viel bestuursvoorzitters aan op de kloof tussen hun inkomens en die van de van de rest. „Waar is de zelfbeheersing gebleven?”

De politiek is kortom niet langer bereid alleen de scherven van de globalisering op te rapen. Dat speelt al langer inzake immigratie en de EU, maar als zoveel politiek leiders van rechtse en middenpartijen de topsalarissen en inkomensverhoudingen in het bedrijfsleven gaan agenderen, is de stap naar actieve overheidsbemoeienis natuurlijk niet ver weg meer.

Je kunt er nu eenmaal niet eindeloos tegen ageren en daarna niet ingrijpen.

Er komt bij dat zowel D66 (het komend half jaar) als CDA (later) een nieuwe leider kiezen.

Ik zou de kandidaten niet durven voorspellen. Maar als het zou uitdraaien op Hoekstra versus vicepremier Hugo de Jonge en Jetten tegen minister Sigrid Kaag, zal dat geen stimulans zijn op matiging van de D66-standpunten.

De verkiezing van Pieter Heerma, laatst, tot voorzitter van de CDA-fractie was wat dit betreft ook een signaal. Hij bepleit al langer terugkeer van de vaste baan.

Terzijde: Heerma’s verkiezing was minder robuust dan soms is gesuggereerd. In de zogenoemde biechtstoelprocedure na Buma’s vertrek, geleid door Kamerlid Pieter Omtzigt, konden Kamerleden hun eerste en tweede voorkeur opgeven. Bijvoorbeeld staatssecretaris Raymond Knops (BZK) werd zevenmaal genoemd. Maar omdat Knops zich zaterdag 18 mei niet officieel als tegenkandidaat opwierp, kwam de fractie zondag 19 mei in een ingelaste vergadering relatief gemakkelijk uit op Heerma - waarna hij dinsdag 21 mei bij acclamatie werd gekozen.

Hoe dan ook: versimpeld gezegd verschuiven op dit gebied D66, CDA én VVD naar links, en met een PvdA die opnieuw in de lift zit creëert dat een totaal ander klimaat dan we in decennia hadden.

Want het effect op PvdA (en GroenLinks) kun je natuurlijk ook uittekenen: die schuiven evengoed verder naar links.

En dan zijn we, nogal plotseling, ineens terug in de jaren zeventig. Discussies over vergaande nivellering, een verhoogd wettelijk minimumloon, een nieuw toptarief in de inkomstenbelasting en voorstellen om vermogens zwaarder te belasten.

Niet dat ik verwacht dat dit allemaal wordt ingevoerd – dat lijkt me sterk – maar het illustreert hoever standpunten van VVD, CDA en D66 zijn opgeschoven.

Het biedt daarom vermoedelijk wel kansen aan FVD – zeker als men zich, zoals Henk Otten eerder aanbeval, weet te positioneren als de partij die het vooral gaat om lage belastingen.

Maar of SP en de PVV hierdoor kunnen opleven weet ik niet. Je krijgt soms de indruk dat in die beide partijen het innerlijke geloof in een wederopstanding sowieso tanende is.

Maar vooral vraag je je af hoe dit uitpakt voor de grootste partij, de VVD. Bescherming van middeninkomens, afkeer van multinationals – het zijn op zich natuurlijk logische reacties op het debacle rond de dividendbelasting.

Maar de partij geeft het initiatief zo inhoudelijk wel aan links, en het is de vraag of de (vermogende) VVD-kiezer dat trekt.

Er komt bij dat al sinds de stroperige vorming van Rutte III in Den Haag soms de behoefte opflikkert om weer eens een tijdje zonder de VVD te regeren.

Niet uit afkeer van Rutte – zeker niet. Ook niet uit afkeer van andere partijprominenten.

Maar vooral door het machtspolitieke verlangen om de jarenlange dominantie van de VVD te doorbreken.

De oudjes in de VVD (een Ed Nijpels) kennen dit gevoel maar al te goed: toen hun partij in de jaren tachtig te lang leed onder de dominantie van het CDA, groeide ook in de VVD destijds de diepe wens het CDA te zien spartelen in de oppositiebankjes.

Ook toen was Frank de Grave trouwens een van de eersten die dit verlangen openlijk verwoordden.