Opinie

Hij kan er niets aan doen

Tommy Wieringa

In 1957 beschreef Marga Minco in het autobiografische verhaal Het adres hoe een verweesde Joodse dochter na de oorlog vergeefs probeert de bezittingen van haar vermoorde ouders terug te krijgen. De familie die de spullen in bewaring nam is echter niet van zins ze terug te geven. „Ben je teruggekomen? Ik dacht dat er niemand teruggekomen was”, zegt de vrouw des huizes in de deuropening. „Alleen ik”, zegt de dochter – een wereld aan gruwelijkheden in een dialoogje van drie zinnen.

Het verhaal werd onlangs opnieuw afgedrukt in een uitgave ter gelegenheid van de toekenning van de P.C. Hooft-prijs aan Minco. Tussen het juryrapport en Het adres is een pagina ingeruimd voor een reactie van de bestuursvoorzitter van de P.C. Hooft-stichting, hoogleraar Nederlandse letterkunde Gillis Dorleijn. Hij schrijft: „Bij de voordracht van de P.C. Hooft-prijs 2019 werd ik geconfronteerd met het voor mij schokkende bericht dat de personages uit het klassieke, schrijnende verhaal Het adres van Marga Minco mijn grootouders betroffen.” Hij en de andere kleinkinderen zijn beschaamd en ontsteld „en zullen er alles aan doen na te gaan wat er nog aan eigendommen aanwezig is. We beseffen dat we daarmee niets goed kunnen maken. We kenden allen het verhaal, maar niet de specifieke, onverkwikkelijke geschiedenis, die plaatsvond vóór ieder van ons geboren was, maar na driekwart eeuw ons pijnlijk heeft geraakt en in feite sprakeloos maakt.”

Een geserreerd antwoord dat niet te veel aandacht opeist maar rekenschap aflegt en de schuld van de grootouders in schaamte vertaalt. Meer kon hij niet doen, al het andere was larmoyant geworden en ongepast geweest.

In haar column in NRC vorige week twijfelt Joyce Roodnat aan zijn oprechtheid: „Ik vroeg me meteen af of kleinzoon Dorleijn werkelijk niks doorhad toen hij Het adres las. Hij is tenslotte hoogleraar Nederlandse letterkunde.” Waarom wantrouwt Roodnat hem? Kent ze hem? Heeft ze ervaring met zijn leugenachtige inborst? Of is het zijn overgeërfde onbetrouwbaarheid? Zo grootouders, zo kleinzoon?

Ze vervolgt: „Geen woord van rouw over wat Minco en haar gezin hun leven lang heeft achtervolgd, hij heeft het over zichzelf.” Nogal wiedes, hij heeft het over zichzelf omdat het hemzelf betreft. Wat had hij anders moeten doen: zich andermans rouw toe-eigenen? Dorleijn kon het niet goed doen, met andere woorden, hij was hoe dan ook fout geweest omdat zijn grootouders dat waren.

Ik leerde Roodnat kennen als een mevrouw die in deze krant enige jaren natuurlyriek bedreef. Onder het wandelen ontstak ze in zorgwekkende extases door de haar omringende flora en fauna. Dudeljo klonk haar lied, dudeljo en anders niet. Horen en zien verging je bij dat natuurmystieke gekwinkeleer. Vrij naar Pascal was het ongeluk van deze lezer erin gelegen dat Joyce Roodnat geen ogenblik rustig in een kamer kon blijven zitten. Later verplaatste ze haar aandacht naar de kunst. Ook daar orgelt ze dat het een lieve lust is. Het goede aan haar stukken is dat je ze kunt overslaan, maar vorige week had ze opeens mijn aandacht toen ze optrad als moreel baken. Ze oordeelde over goed en kwaad, over schuld en onschuld, en bepaalde dat Dorleijn als kleinzoon van bewariërs wel degelijk persoonlijk blaam trof: „Wij hebben hier niets mee te maken, impliceert de ‘echte’ kleinzoon van het personage. Opnieuw. Godbewaarme.” Zo stapelt Roodnat insinuatie op verdachtmaking en hanteert ze eigenhandig de schaar op deze verlate bijltjesdag.

In Kinderen van foute ouders schrijft Chris van der Heijden: „Want verbazingwekkend maar waar: het gebeurt nog altijd dat kinderen over één kam worden geschoren met hun ouders. Voor mij is dat onbegrijpelijk en onaanvaardbaar. […] En spreken van foute kinderen is, goedbeschouwd, dermate absurd dat het niet de moeite loont de onjuistheid ervan te weerleggen.”

Toen Marga Minco de achternaam van de bestuursvoorzitter vernam, was haar wijze commentaar: „Hij kan er niets aan doen.” Zowel schuld als onschuld verliezen hun betekenis wanneer het nageslacht schuld moet dragen voor de zonden van de voorouders.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.