Opinie

    • Marike Stellinga

Het zijn de lonen én de lasten

Marike Stellinga

Waarom landt de groei maar niet in onze portemonnee? De koopkracht stijgt dit jaar waarschijnlijk opnieuw minder dan gedacht. In doorsnee niet met 1,6 maar met 1,2 procent, raamden de economen van het Centraal Planbureau deze week. Het is de zoveelste tegenvaller na jaren van economische groei.

VVD-premier Mark Rutte wijst naar grote bedrijven die de lonen maar mondjesmaat verhogen, terwijl het geld tegen de plinten klotst, de ceo’s er wel fors op vooruit gaan én er geld over is om aandelen in te kopen. Hans de Boer, voorman van bedrijfslobbyclub VNO-NCW, wijst terug: de kabinetten-Rutte belasten zelf alle loonstijgingen weg, de lastendruk stijgt.

Wie heeft er gelijk? Allebei. De loongroei valt zonder twijfel tegen. De economen van het CPB schreven het woensdag opnieuw op in hun raming voor de economie: „Gezien de krappe arbeidsmarkt blijft de loonstijging momenteel opvallend beperkt.” De recente loonstijging waar De Boer op wijst, bewijst dus niet dat Rutte verkeerd zit. De lonen blijven al jaren achter, en ook nu houdt het niet over.

Maar De Boer heeft ook gelijk. Anders dan het kabinet vaak suggereert, dalen de lasten voor burgers deze kabinetsperiode per saldo niet. Onder de voorgaande kabinetten-Rutte nam de lastendruk toe. Als de lonen tegenvallen en de prijzen harder stijgen dan verwacht, komt de koopkracht in de knel.

Burgers hebben dus last van Mark & co én van Hans & co. En dat is al een tijd zo. Het CPB berekende hoeveel het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens sinds 2002 achterbleef. De inkomens stegen met 2 procent, de economie met 15 procent. Ook hier was de conclusie: het zijn de lonen én de lasten die zorgden voor het achterblijvende inkomen.

Wat is hier nou echt aan de hand? Je kan daar eindeloze verhandelingen over schrijven, maar ik zou het als volgt samenvatten: de economie verandert én werkt niet meer zoals we gewend zijn. De vergrijzing zorgt bijvoorbeeld voor hogere lasten. Waarom de lonen achterblijven, daarover breken economen zich het hoofd. De productiviteit blijft ook achter. Economen opperen een rijtje verklaringen: globalisering, technologische vernieuwing en de flexibilisering van de arbeidsmarkt.

Het kabinet stak dus zijn hoofd in een strop toen het stellig aankondigde dat burgers echt zouden merken dat het beter gaat. Ze rekenden erop dat de lonen uitbundig zouden gaan stijgen. De arbeidsmarkt werd krapper, bedrijven schreeuwden om personeel, alle instituten voorspelden het. Maar de economie werkt niet meer zoals voorheen. Stellige voorspellingen doen, is extra riskant geworden.

Dit alles betekent niet dat Rutte geen punt heeft. Als de loongroei blijft haperen, moeten regeringen wat doen. In het Westen sijpelen winsten moeilijk door naar de economie. Geld blijft plakken in de wereld van geld. Grote bedrijven kopen eigen aandelen op: leuk voor de beurskoersen maar niet voor de economie. DNB-baas Klaas Knot viel Rutte bij in de Volkskrant: „Ons spaaroverschot zit vooral bij de bedrijven. Zij zien blijkbaar te weinig mogelijkheden om te investeren en potten de winst op. Tja, dan kom ik toch weer bij die ene vraag uit: waarom niet de lonen verder verhogen?”

Rutte doet nu een moreel appel op grote bedrijven; zij zetten de trend, denkt de premier. Hij dreigt met het schrappen van de voorgenomen verlaging van de winstbelasting. De kans is groot dat er meer nodig is.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.