‘Gevangenen in Uruzgan wel degelijk gemarteld’

Door Nederland gevangen genomen Afghanen zijn later gemarteld en afgeperst door de autoriteiten, schrijft Trouw. Het kabinet ontkent de beschuldigingen.

De Afghaanse regio Uruzgan, waar Nederland tussen 2006 en 2010 militairen gelegerd had.
De Afghaanse regio Uruzgan, waar Nederland tussen 2006 en 2010 militairen gelegerd had. Foto Valerie Kuypers/ANP

Afghanen die door Nederlandse militairen gevangen werden genomen in de provincie Uruzgan, zijn na hun overdracht aan de lokale autoriteiten gemarteld. Dat schrijft Trouw zaterdag, op basis van onderzoek door journalistencollectief Lighthouse Reports. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot had voorafgaand aan de missie in 2006 nog gezegd op de veiligheid van overgedragen gevangenen toe te zullen zien. Het kabinet spreekt de inhoud van de publicatie zaterdag tegen.

„Ze hingen me op sloegen me met stokken”, zegt één van die gevangen zaterdag in Trouw over zijn of haar tijd in een Afghaanse gevangenis. „Ze dreigden me te vermoorden als ik geen geld zou betalen.” Volgens de krant zitten meerdere voormalige gevangenen nog altijd in geldnood, sinds ze zijn afgeperst door de Afghaanse veiligheidsdiensten.

Vier van de ruim honderd tolken die de Nederlandse missie in Afghanistan bijstonden, zouden inmiddels zijn vermoord door de Talibaan of IS.

Reputatie NDS

Lighthouse Reports heeft vier van de zeker 230 Afghanen gesproken die tijdens de missie (2006-2010) in het zuiden van Afghanistan gevangen zijn genomen door Nederlandse commando’s en zijn overgedragen aan de Afghanen. Het collectief sprak verder een veteraan die in Uruzgan diende en legde met behulp van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) beslag op intern mailverkeer van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Nederland had tussen 2006 en 2011 een militaire missie in de Zuid-Afghaanse provincie Uruzgan. Commando’s namen waar nodig mensen (bijvoorbeeld strijders van de Talibaan) gevangen, en droegen die over aan het Afghaanse veiligheidsdepartement NDS. Dat heeft een slechte reputatie op het gebied van mensenrechten, destijds al reden tot zorgen in de Tweede Kamer. Uit een rapport van de Verenigde Naties bleek in 2011 dat in gevangenissen die onder bewind van de veiligheidsdienst staan inderdaad op grote schaal gemarteld wordt. Voor de NAVO toen reden de uitlevering van gevangenen aan NDS op te schorten. Nederland was toen al vertrokken.

Uit het door Lighthouse opgevraagde mailverkeer blijkt dat intern al geklaagd werd over het gebrek aan voldoende ambtenaren voor het afleggen van gevangenisbezoeken. Die zouden geregeld plaatsvinden, beloofde minister Bot. In de eerste week van opsluiting in een Afghaanse gevangenis, en daarna elke drie maanden. Daar zou niet veel van terecht zijn gekomen. Volgens Trouw is bij maar één op de drie gevangengenomen Afghanen verslag gelegd van de bezoeken door Nederlandse diplomaten, het Rode Kruis en de lokale organisatie AIHRC.

‘In de regel’

De verantwoordelijke ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie laten aan NRC weten dat er wel degelijk een „goed beeld” was van hoe het de overgedragen gevangenen verging. Zij werden „in de regel” in de eerste week in een Afghaanse cel bezocht. De verantwoordelijkheid over het verder monitoren van de gevangenen, lag volgens de ministeries bij het Rode Kruis en AIHRC. Er was bovendien een onafhankelijke mensenrechtencommissie samengesteld in Afghanistan, en die heeft volgens beide ministeries geen klachten gegrond verklaard.

Voor Kamerlid Isabelle Diks (GroenLinks) is de berichtgeving van Trouw reden om te vragen om een post-missie-beoordeling van de Nederlandse activiteiten in Uruzgan. SP-Kamerlid Sadet Karabulut en Joël Voordewind van de ChristenUnie hebben aangekondigd in debat te willen met de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Die houden vast aan de conclusie in de eindevaluatie, na afloop van de missie in 2011: dat er geen aanwijzingen zijn dat door Nederland overgedragen gevangenen gemarteld werden.

Luister ook naar NRC-podcast Haagse Zaken van 29 september vorig jaar, over waarom Nederlandse oorlogsmissies nooit gaan zoals verwacht: