Opinie

    • Caroline de Gruyter

De Groene non-revolutie

In Europa

In een fotoserie over Nederlandse kiezers kwam een paar jaar geleden een mooi portret voorbij van een man van een jaar of zestig. Hij zat op een designstoel in een keurig opgeruimd huis. Je kon de vensterbank niet zien, maar er stonden ongetwijfeld twee designbloempotten op. Hij droeg een oorbel en keek met melancholieke, enigszins uitgebluste blik recht in de camera. Hij overwoog, stond erbij, op de Piratenpartij te stemmen.

Een onvergetelijk beeld. Het was maar een momentopname, van één persoon. Toch vertelde die foto iets belangrijks – namelijk dat de gemiddelde Europeaan niet klaar is voor de revolutie. Hij mag sympathiseren met sommige uitingen ervan. Maar voor de rest heeft hij, de burgerman die het beter heeft dan zijn ouders, voorlopig te veel te verliezen.

Hier ligt, deels, het antwoord op de vraag waarom de Groenen bij de Europese verkiezingen in zoveel landen goed gescoord hebben. Natuurlijk hebben velen Groen gestemd vanwege het klimaat. Ze willen dat we ingrijpen om een catastrofe te vermijden. De overige partijen zeiden daar minder over. Maar klimaatzorgen zijn niet de enige reden waarom zovelen op de Groenen hebben gestemd. Deze kiezers zijn zoals de burgerlijke piraat op zijn stoeltje: ze zijn matig tevreden en willen verandering, maar zijn niet rijp voor radicale actie. Ze brengen het niet meer op om op conservatieven of socialisten te stemmen – te veel van hetzelfde, te weinig visie en ideeën. Deze mensen willen middle-of-the-road blijven stemmen, maar liefst wel een tikkeltje wild, amigo. In dit veilige politieke midden zijn de Groenen haast de enigen die aan deze vage omschrijving voldoen.

Rechtse populisten, die het establishment omver willen werpen, voelden tijdens de campagne al aan dat er geen revolutie in de lucht hangt. Ze hingen hun euro-exitplannen aan de wilgen en besloten eindelijk de Europese politiek in te gaan. Ze willen eurocommissarissen, parlementaire rapporteurs, rechters in het Europese Hof. Hoe ‘establishment’! Maar zelfs na deze pro-Europese stellingname scoorden ze minder goed dan verwacht. Ze bleven min of meer gelijk. Te radicaal en onbetrouwbaar voor velen.

Radicaal links, dat behalve het establishment ook de kapitalistische orde omver wil halen, is om dezelfde reden weggevaagd. Die Linke, La France Insoumise, de SP – alle beten in het stof. De Griekse premier Tsipras moest na deze nederlaag verkiezingen uitschrijven, die hij vrijwel zeker verliest.

Zo kwamen de Groenen in beeld, als alternatief. Vroeger waren ze vooral, eh, Groen. Nu druk je met een stem voor de Groenen iets breders uit: namelijk dat je het vertrouwen in het establishment kwijt bent. Maar je geeft ook aan dat je in radicale partijen, links of rechts, evenmin fiducie hebt. De Groenen, schreef de Sloveense filosoof Slavoj Zizek in de Neue Zürcher Zeitung, met een knipoog naar de beroemde uitspraak uit de roman De Tijgerkat, „zijn de perfecte optie voor mensen die het gevoel willen hebben dat dingen anders moeten, zonder dat ze echt iets willen veranderen.”

Vooral in Duitsland leeft dit gevoel sterk. In peilingen halen de Groenen de CDU in. Een populair thema in talkshows: kunnen Groenen regeren, in coalities met andere partijen? Sommigen denken van niet: vroeger waren veel Groenen steile, humorloze milieudrammers. Nu zitten er steeds meer allround- politici tussen: opgewekter en met een nét iets duidelijker beeld over waar ze heen willen dan veel socialisten of conservatieven. Dit is wat veel kiezers willen: het kapitalisme houden, maar het iets groener en redelijker maken. Zo zijn ze toch een beetje piraat.

Veel partijen, zelfs rechtspopulistische zoals de FPÖ in Oostenrijk, vergroenen plotseling in hoog tempo. Ze hebben de boodschap duidelijk begrepen. De revolutie is uitgesteld.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.