Opinie

De AIVD begeeft zich met ‘verstoringsactie’ tegen Haga op een hellend vlak

Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Commentaar

Het islamitische Haga Lyceum is in de afgelopen maanden in toenemende mate onder verdenking komen te staan dat de school actief een rol speelt in de verbreiding van een staatsondermijnende versie van de salafistische geloofsleer. Bron van deze informatie was de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Die dienst maakte begin dit jaar een vertrouwelijke ambtsbericht op over de school. En in maart maakte de NCTV, de dienst die de bestrijding van terreur coördineert, delen van dat rapport openbaar. Dat was op verzoek van het bevoegd gezag in Amsterdam, burgemeester Femke Halsema (GroenLinks). Amsterdam vindt de school ook niet pluis en onderzoekt nu de mogelijkheden om het Haga te kunnen sluiten. Er zou volgens dat ambtsbericht van AIVD onderricht worden gegeven in de salafistische geloofsleer. En dat zou weer kunnen bijdragen aan het ontstaan van een „parallelle samenleving”. Ook zouden er tussen 2009 en 2013 banden zijn geweest met een Kaukasische terreurgroep.

Deze gang van zaken roept een reeks vragen op. Zoals: heeft de schoolleiding zich schuldig gemaakt aan strafbare handelingen? Zo ja, waarom treedt het Openbaar Ministerie dan niet op? Zo nee, op basis van welke feiten en omstandigheden maken autoriteiten dan voor de school mogelijk belastende informatie bekend? En welke rol speelt hierbij de AIVD?

Die laatste vraag werd, in een artikel in NRC, beantwoord door oud-AIVD-ambtenaar Paul Abels, bijzonder hoogleraar Inlichtingenstudies in Leiden. Ook is hij werkzaam bij de NCTV, de dienst die delen van het ambtsbericht publiek maakte. Hij beoordeelde de Haga-kwestie als een „geslaagde verstoringsactie” van de AIVD. Volgens Abels „opereert de dienst daarbij manipulatief; dat wil zeggen dat de dienst met zijn informatie het gedrag van anderen probeert te beïnvloeden.” Als dat zo is, dan horen in Den Haag allerlei alarmbellen af te gaan.

Immers een inlichtingendienst is nuttig en noodzakelijk als oren en ogen van het uitvoerend gezag. Maar is dat ook zo als die dienst maatschappelijke gedragsbeïnvloeding tot zijn taak zou rekenen? Hoort dat bij een transparant, controleerbaar, rechtsstatelijk bestuur? AIVD-directeur Dick Schoof hoorde in hetzelfde NRC-artikel die alarmbellen rinkelen en nam dan ook direct afstand van Abels’ term ‘manipulatief’. Maar hij erkende wel dat zijn dienst niet alleen observeert en analyseert maar wel degelijk ook zelf ‘actor’ is. Daarmee bedoelde hij dat de dienst met zijn ambtsbericht het stadsbestuur van Amsterdam had geactiveerd.

In zijn algemeenheid dateert de moeilijkheid van het optreden tegen de salafistische geloofsleer niet van vandaag of gisteren. In 2016 schreven toenmalige ministers Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) bijvoorbeeld aan de Tweede Kamer over „concretisering” van de aanpak van salafisme. Daarin erkennen de bewindspersonen dat de in de Grondwet door de Nederlandse rechtsstaat gegarandeerde vrijheid van godsdienst ook geldt voor salafisten. Maar als die op hun beurt de vrijheid van anderen aantasten zou de overheid „actief de kernwaarden van de democratische rechtsstaat” moeten verdedigen. De staat loopt bij het inperken van de vrijheid van salafisten met als doel de vrijheid van godsdienst te beschermen aan tegen de zogeheten democratische paradox.

Zolang salafisten duidelijk de grenzen van de strafwet overtreden levert dat geen problemen op. De wet kan gehandhaafd worden. De kwestie wordt echter vaag waar het kabinet gaat optreden tegen „niet-strafbare, maar wel problematische gedragingen”. Het gaat hierbij om moeilijk te verbaliseren handelingen als ‘verspreiden van intolerantie’ en ‘beperken van vrijheden’. In een bijlage met „concretiseringen” bij de Kamerbrief van 2016 kwam het kabinet met een matrix gevuld met ruime begrippen die op allerlei genootschappen en geloofsrichtingen van toepassing kunnen zijn. Maar het kabinet kwam ook met het instrumenten: confronteren, de interactie aangaan en: verstoren.

Binnen die kaders lijkt de AIVD nu op de tast zoekend naar vaste grond onder de voeten. Directeur Schoof heeft al moeten erkennen dat discriminatie en polarisatie „het laatste (is) wat de AIVD wil”. Het Haga Lyceum voert een succesvolle lobby tegen de wijze waarop de autoriteiten de school hebben aangepakt. Premier Mark Rutte (VVD) riep ouders op hun kinderen niet naar het Haga te sturen; het omgekeerde gebeurde. Bovendien kwam de Inspectie van het Onderwijs met de vaststelling dat er veel niet deugt op het Haga, maar van salafisme was geen sprake. Als de Haga-kwestie iets bewijst, is het dat AIVD zich beter niet als actieve speler tussen bestuur en samenleving kan positioneren. Op die zeephelling zijn uitglijders onvermijdelijk.