Recensie

Recensie Boeken

Wie helpt de dieren aan een ei?

Prentenboek Een nieuw vertaald prentenboek gaat over gemeenschapszin, of, eenvoudiger gezegd: over dieren die samen een taart bakken. Een heerlijk kijk- en zoekboek.

    • Mirjam Noorduijn

Gemeenschapszin, en de vraag wat solidariteit nu eigenlijk betekent: daar draait het allemaal om in Goeiemorgen, beste buur, een prentenboek van de Zwitsers-Italiaanse Davide Cali en Poolse illustrator Maria Dek. Dat is geen makkelijk thema voor een verhaal voor kleuters. Want hoe actueel en relevant het ook is, het gevaar van opzichtig moralisme loert om de hoek. Cali, wiens werk veelvuldig is vertaald, heeft dit echter gelukkig weten te ontwijken. Goeiemorgen, beste buur is namelijk een vernuftig stapelverhaal dat kinderen in eerste instantie uitnodigt een vrolijk makend tel- en geheugenspelletje te spelen in de trant van: ‘ik ga op reis en ik neem mee…’

‘Er was eens een muis/ die een omelet wilde maken’, zo begint het boek. ‘Daarvoor had ze een ei nodig,/ maar de muis had er geen…/ Dus dacht ze: ik ga er één vragen/ aan mijn buur, de merel’. Die heeft geen ei, maar wel bloem. Doe je daar een ei bij heb je het begin van een toetje, weet de merel. Dus stappen de muis en merel naar buurvrouw slaapmuis in de hoop dat zij het benodigde ingrediënt kan geven. Maar die heeft alleen boter in huis, waarna ze gedrieën bij buurman mol aankloppen die ook geen ei heeft, enzovoorts. De dierenrij wordt steeds langer. Allemaal hebben ze iets voor muis’ toetje. Behalve dus dat ei.

Zwarte mandje

De verhaallijn, met als prikkelend uitgangpunt de nieuwsgierig makende zoektocht naar een ei, blinkt uit in eenvoud. Tegelijkertijd vraagt de dubbele opsomming om oplettendheid. Vooral omdat de goed gedoseerde tekst - die zich overigens uitstekend laat voorlezen door de zich herhalende ritmische zinnen - en de charmante, door volkskunst geïnspireerde illustraties in aquarel het verhaal samen vertellen.

Zo somt Cali wel consequent de dieren op, maar niet wie wat, bloem, boter, suiker…, meebrengt. Dat laat hij aan Dek over, die goed begrepen heeft dat kinderen niets leuker vinden dan zoeken. Om het zwarte mandje met meel van de al even zwarte merel te ontdekken, moet je goed kijken. Wat bovendien leuk is, een enkele keer verraadt Dek humorvol wat er nieuw aan de toetjesingrediënten toegevoegd zal worden. Wanneer de dieren naar egel tijgen, zie je de appels die hij op de volgende pagina zijn buren aanbiedt al liggen. En de rozijntjes waarmee de nietsvermoedende dierenstoet wordt bekogeld, zijn, zo blijkt, afkomstig van buurvrouw hagedis.

Appeltaart

Maar er is meer dat Dek goed doet. Haar warme kleurgebruik, de variatie in composities en de spanning die zij creëert door haar speelse gebruik van witruimten maken van Goeiemorgen, beste buur een visueel boeiende en gevarieerde vertelling. Voordat buurman vleermuis de verlossende woorden ‘natuurlijk heb ik een ei’ uitspreekt, zie je bijvoorbeeld eerst een paginagrote, licht bevreemdende afbeelding van een deel van een hangende vleermuizenkop. Dan volgt een effectieve spread, met links alleen tekst en rechts vanuit de hoek een paar vleugelarmen met het ei, waar het allemaal om begon. Pas daarna, als ondertussen duidelijk is dat er een appeltaart gemaakt gaat worden, toont de vleermuis zich, klein maar fijn, in volle glorie.

Het kijk- en zoekplezier en de lol van het stapelen voeren de boventoon in dit heerlijke verhaal dat ongemerkt ook een liefdevol pleidooi voor gemeenschapszin is. Al eindigt het verrassend, met een twist. Want in hoeveel stukken moet die taart nu worden gesneden? De eerlijk-zullen-we-alles-delen-gedachte blijkt ineens minder eenduidig dan de rechttoe rechtaan plot doet vermoeden.

Complimenten voor dit prentenboek, alsook de nieuwe kleinschalige uitgeverij Tiptoe Print die met dit soort buitenlandse titels het literaire landschap en blikveld van lezers letterlijk en figuurlijk wil verruimen.