Opinie

Twijfel is een deugd, maar sommige feiten over MH17 staan een keer vast

De ombudsman

De Maleisische premier denkt er anders over, om hem moverende redenen, maar inmiddels staat het nu wel vast: vlucht MH17 is neergeschoten met een Russische Boek-raket, afgeschoten uit Oekraïens rebellengebied.

Het JIT leverde daar woensdag in een opzienbarende persconferentie nieuwe bewijzen voor, inclusief een telefoongesprek tussen een Oekraïense rebellenleider en een topadviseur van Poetin. Genoeg voor een strafzaak, al is ook nu de onderste steen nog niet boven en zullen ongetwijfeld nieuwe feiten blijven opduiken.

De krant deed groot en gedetailleerd verslag van de persconferentie, en terecht. Elk nieuws over MH17 is relevant, het is een van de grootste rampen in de naoorlogse geschiedenis, met zware politieke gevolgen, en de enige keer sindsdien dat zoveel Nederlanders zijn omgekomen bij een oorlogsdaad. Eerder heb ik hier al eens aanbevolen een vast MH17-team op de zaak te houden; er is op de NRC-redactie veel kennis over de zaak aanwezig, maar een vaste coördinator die het hele dossier, binnenlands en internationaal overziet, ontbrak de afgelopen jaren. Het recente nieuws kan een nieuwe impuls zijn voor zo’n team.

De zaak is ook op journalistiek metaniveau interessant. Wat het MH17-dossier opnieuw duidelijk maakt, is dat de waarheid niet in één keer op tafel ligt, maar door vasthoudende verslaggeving (zeker óók in buitenlandse media en door burgerjournalisten) niet van de weeromstuit hoeft te verdampen in een mist van spin, contra- spin en desinformatie. Inmiddels is het niet meer redelijk om nog te twijfelen aan de basale feiten over de toedracht van de ramp zoals die ook nu weer door het JIT naar voren zijn gebracht.

Voor fanatieke ontkenners zal dat vermoedelijk niet uitmaken, of zal het de aantrekkingskracht van nóg meer obscure complottheorieën juist vergroten. Zoals op Youtube ook nog altijd aanhangers te vinden zijn van de waanzinnige theorie dat 9/11 een complot was van de Amerikaanse overheid (en van de ‘zionisten’, natuurlijk). Of dat de terreuraanslag op de redactie van Charlie Hebdo het werk móét zijn geweest van ‘inlichtingendiensten’. De fascinatie van zulk complotdenken is eindeloos; het suggereert een geprivilegieerd inzicht in een wereld achter de verschijnselen die de onkritische massa ontgaat en waar wordt geopenbaard hoe het ‘echt zit’. Maar wie te lang in die afgrond tuurt, valt erin.

Scepsis is een journalistieke deugd: het desastreuze falen van de Amerikaanse journalistiek in de aanloop naar de invasie van Irak in 2003 (er waren géén massavernietigingswapens) blijft daar een pijnlijke herinnering aan. Dat fiasco geeft nog steeds voeding aan argwaan over de mainstream media. Daar staat tegenover: in het zicht van sterke argumenten en bewijzen, van een overdaad aan feiten die naar één conclusie tenderen, komt er een moment dat twijfel onredelijk wordt.

Dat betekent nog niet dat er ook consensus binnen bereik is over de weging van de feiten, laat staan over het juridische en politieke vervolg. Over de niet-bestaande wapens van Saddam liggen de feiten nu al jaren op tafel, maar voor- en tegenstanders van die machtspolitieke ingreep in het Midden-Oosten staan nog steeds tegenover elkaar. Dan gaat het niet meer om de feiten, maar om ideologieën en wereldbeschouwingen die niet met elkaar te verzoenen zijn. En helaas, er is geen Feit dat alle feiten en meningen naadloos en harmonieus in zich verenigt.

Iets omgekeerds begint zich af te tekenen bij een ander prominent verhaal: de rel rond de islamitische Haga-school in Amsterdam. Daar lijken de feiten eerder te divergeren dan te convergeren. Naarmate de zaak zich ontwikkelde, rees allengs twijfel aan de verdenking dat de school een bolwerk zou zijn van antidemocratisch salafisme. De onderwijsinspectie houdt het inmiddels – en dat is óók niet gering – op „flirten met omstreden contacten” door het bestuur en op wanbestuur.

De krant volgde in die zaak in feite een tweesporenbeleid; er kwamen primeurs over het AIVD-ambtsbericht dat de bal aan het rollen bracht, over het radicale netwerk van de bestuursleden en over hun financiële handelen. Daarnaast werd uitgebreid wederhoor geboden en verslag gedaan vanuit de school. Zo kon je dus afwisselend lezen dat er van alles mis was – volgens de AIVD – en dat er – volgens betrokkenen bij de school zelf – helemaal niets aan de hand was, behalve een hetze tegen religieus onderwijs.

Tweeslachtig? Het Commentaar tikte de eigen krant in het begin licht op de vingers omdat die te snel meeging met de kritiek (een artikel begon met de vraag „hoe bont” je het kunt maken als school – maar, stelde het Commentaar terecht vast, óf het hier bont was gemaakt moest nog wel worden bewezen). Ik signaleerde dat soms, in intro’s en losse zinnen, vermoedens of beweringen al werden gebracht als feiten; daar moet een (eind)redactie altijd op blijven letten.

Maar alles bij elkaar was die ‘dubbelloops’-verslaggeving – primeurs jagen en verslag doen van binnenuit – wat de krant kon en ook moest doen; het komt niet vaak voor dat een verontruste gemeente aan de hand van een AIVD-bericht zo aan de bel trekt over een school. Terecht werd daarbij ook het optreden van de AIVD zelf belicht, in een stuk over de rol van de dienst en de „verstoringsactie” rond de school.

Ook over deze zaak zal het laatste woord nog niet gezegd zijn. En ook hier geldt: de feiten komen aan het licht dankzij vasthoudende, goed geïnformeerde en – naar alle kanten - kritische verslaggeving. De weging ervan zal kunnen blijven verschillen; en soms is ambivalentie onvermijdelijk in een gebroken wereld. Maar alles begint met het vaststellen van de feiten, zoveel mogelijk.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.