Opinie

Tiny house

Mirjam de Winter

Bij de FNV en in Den Haag zullen ze er anders over denken, maar mezelf heb ik alvast met succes wijsgemaakt dat mijn zware beroep me ook recht geeft om voortijdig met pensioen te gaan. Sterker nog, ik laat het niet aan komen op andermans zegen. Ik stop gewoon ook met werken tegen de tijd dat mijn tien jaar oudere man zijn AOWtje voor het eerst ontvangt. Veel geld om nog van te leven is er dan niet, heb ik al uitgerekend. Als zzp’ers zijn we nooit toegekomen aan het opbouwen van een oudedagsreserve, dus ergens rond 2025 zal het erop uitdraaien dat we ons huis verkopen, de resterende hypotheekschuld afbetalen en van de overwaarde een heel schamel seniorenbestaantje gaan leiden.

Mijn echtgenoot kreeg de bibbers van alleen al het idee. Want terecht ziet hij het gebeuren dat we ergens in een piepklein appartementje belanden, waar nauwelijks of geen ruimte zal zijn voor alle boeken en kunst die hij nu nog om zich heen weet. Terwijl daar bovenop dan nog de schrik komt dat we niet meer naar de bioscoop of een restaurant kunnen. Ja, dat we elkaar dan nog dagen, maanden, járen zelf zullen moeten gaan vermaken. In het geval dat ik in zijn donkerste uren tegelijkertijd met hem wakker ben, hou ik hem voor dat hij vrijwel nóóit naar de film gaat. Dat hij tot aan zijn dood toch nóóit meer alle boeken gelezen krijgt die hij doorlopend aanschaft. En dat er straks in ons tiny house heus nog wel een enkel wandje voor hem beschikbaar blijft om zijn foto’s en schilderijtjes aan op te hangen.

Een tiny house...?!” Ik zag hem midden in de nacht nog verbleken toen die twee woorden voor het eerst vielen. Hoe kwam ik er verdomme bij dat hij óóit... enz, enz. Zijn paniek werd er de weken erna nog groter op toen ik hem vertelde dat ons miniatuurhuisje uiteraard niet in Rotterdam zelf zal kunnen verrijzen. Met een stadsbestuur dat hoofdzakelijk voor rijke tweeverdieners en pensionado’s bouwt, wacht AOW’ers op de Rotterdamse woningmarkt hooguit nog een seniorenflat of verzorgingstehuis. Als zelfs die er dan nog zijn. Dus wat nou als we ons tiny house eens in de ruime achtertuin van mijn ouders in Numansdorp lieten optrekken? Was dat geen briljant idee?! Geen huurkosten meer. Zo veel groen nog in de directe omgeving dat we er eindeloos kunnen fietsen en wandelen. En altijd een leuke schoonmoeder en -vader in de nabijheid om er samen wijntjes mee te drinken.

De afgelopen week was er al zo’n gezamenlijk wijnavondje. Bij het tweede glaasje dat mijn aanstaande Numansdorper zich liet inschenken, hoorde ik hem tot mijn verbazing ineens zeggen dat hij ‘eigenlijk nooit meer naar de bioscoop of naar het café’ in zijn eigen Rotterdam gaat. Bij het derde glaasje keek hij ook helemaal niet meer zo moeilijk toen zijn schoonmoeder op haar laptop een veelvoud aan tiny houses tevoorschijn toverde – alle met vierkante meters genoeg om zich toch nog een beetje king in his own castle te kunnen voelen. „Moet jij eens opletten hoe fijn wij het gaan hebben”, knipoogde ik bij het inschenken van zijn vierde Sauvignon. Ik gaf hem er onder de tafel voor de zekerheid even een veelbelovend kneepje bij.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.