Stop de flextrend, zegt de commissie-Borstlap

Arbeidscontracten Een werkgever en een werknemer: zo simpel moet het weer worden, stelt de commissie-Borstlap. Zzp mag blijven, flexwerk niet.

Voor zzp’ers ziet de comissie-Borstlap nog toekomst, maar het flexwerken willen ze terugdringen.
Voor zzp’ers ziet de comissie-Borstlap nog toekomst, maar het flexwerken willen ze terugdringen. Foto Hester Blankestijn

Het vaste dienstverband wordt schaars. Als het aandeel Nederlanders met een vast contract in het huidige tempo blijft dalen – van 73 procent in 2003 naar 60 procent nu – zijn zzp’ers, payrollers, oproepkrachten en andere flexwerkers over ongeveer tien jaar in de meerderheid.

Meerdere kabinetten trachtten de trend te keren, steeds met kleine aanpassingen. Maar niemand slaagde erin. Daarom zette minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) eind vorig jaar een ‘commissie van wijzen’ aan de slag. Zij mochten nadenken over grote, fundamentele veranderingen.

Donderdag publiceerde deze commissie, onder leiding van oud-lid van de Raad van State Hans Borstlap, een ‘tussenrapportage’ met „denkrichtingen”, in aanloop naar het definitieve advies dat eind dit jaar verschijnt.

De voorlopige conclusie: Nederland heeft de grootste arbeidsmarkthervorming nodig sinds de invoering van de huidige regels, die teruggaan tot eind negentiende eeuw.

Toen was het simpel: je had een werkgever en een werknemer. En zo simpel moet het weer worden, als het aan de commissie-Borstlap ligt. De wirwar aan flexcontracten – uniek in de wereld – moet drastisch worden ingeperkt. Al zal er ook ruimte blijven voor de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Borstlap wil de flextrend keren door allereerst één sociaal vangnet op te tuigen voor alle werkenden, ongeacht hun contractvorm, ook zzp’ers. Dan kan er niet meer worden geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden.

En een tijdelijke aanstelling moet altijd duurder zijn dan een dienstverband voor onbepaalde tijd. Zoals in het tussenrapport staat: „Flexibiliteit heeft een prijs.”

Zzp’er half zo goedkoop

Nu zijn sommige flexwerkers, vooral zzp’ers, veel goedkoper voor een bedrijf dan vaste werknemers. Een ambtelijke werkgroep berekende in 2015 het kostenverschil tussen een werknemer en een zzp’er die uiteindelijk hetzelfde, modale netto-inkomen overhouden.

Voor de werknemer moet een bedrijf 84 procent extra betalen aan inkomstenbelasting en werkgeverspremies voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en zorgverzekeringen.

De extra kosten voor een zzp’er waren half zo laag: 41 procent. Vooral dankzij belastingvoordelen. In het tarief van deze zzp’er werd wel een reservering verwerkt voor pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Zzp’ers die daar geen geld voor reserveren, zijn nóg goedkoper.

De toename van flexwerk is niet alleen een sociaal probleem, het brengt ook de Nederlandse economie in gevaar. Borstlap vroeg de OESO, de denktank van rijke industrielanden, om een analyse van de Nederlandse arbeidsmarkt te maken.

De OESO waarschuwt dat bedrijven minder geneigd zijn om te investeren in hun flexwerkers. Hun arbeidsproductiviteit blijft dan lager en dat hindert de economie. Ook zal een economische recessie harder aankomen als er veel flexwerkers zijn, omdat méér mensen snel hun werk kunnen verliezen en daarna terugvallen op minder sociale voorzieningen, waardoor ze minder geld te besteden hebben.

Lees ook dit achtergrondverhaal over flexwerk: ‘Ik kan in de winter geen werk bieden dat er niet is’

Arbeidsmarktdeskundigen vinden het vooral spannend hoe de commissie-Borstlap deze ideeën komende maanden gaat uitwerken voor het eindadvies. Het verbaast niemand dat de commissie pleit voor het verkleinen van de verschillen tussen arbeidscontracten. De vraag is nu vooral: hoe veel bescherming krijgen alle werkenden dan? En worden de rechten van de huidige werknemers met een vast contract aangetast?

Angst bonden

Alles hangt uiteindelijk af van steun voor de ideeën in de maatschappij, politiek en bij vakbonden en werkgevers, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg Universiteit. „Bij vakbonden bestaat vooral de angst dat sociale voorzieningen op een lager niveau komen te liggen zodra meer mensen daarin gaan delen. Dan zouden bestaande werknemers met een vast contract erop achteruitgaan: dat zijn precies de leden van de vakbond.”

Ook een ander heikel punt benoemt Borstlap nog niet in de tussenrapportage: krijgen vaste werknemers minder ontslagbescherming? Dat is een vurige wens van werkgevers, die de regels nu te strak vinden. Maar vakbonden lieten donderdag al weten dat ze soepeler ontslagregels onacceptabel vinden.

Is er wel een compromis mogelijk? Niet via een polderakkoord, denkt Wilthagen. „Dit vraagt om enorm leiderschap vanuit de politiek. Als je dit aan de sociale partners overlaat, mislukt het. Of je krijgt zo’n grote afzwakking dat je het niet meer herkent.”

Lees ook dit verhaal hoe bedrijven zich al voorbereiden om de nieuwe payrollwet te omzeilen

Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, is hoopvoller. Het meest kansrijk lijkt het hem om slechts één soort arbeidscontract toe te staan, voor lange én korte dienstverbanden.

In dat ‘uniforme contract’ bouwt de werknemer geleidelijk bescherming op. Nieuwe werknemers zijn flexibel en makkelijk te ontslaan, zoals werkgevers graag willen. Ervaren werknemers blijven uitgebreid beschermd. De Beer: „Ik sluit niet uit dat er dan een compromis mogelijk is.”