Staat roekeloos handelen van separatisten gelijk aan moord?

Rechtszaak Het neerhalen van MH17 was vermoedelijk een vergissing in een conflict, zegt de ene hoogleraar. Nee, zegt de andere: rebellen namen de dood van burgers op de koop toe.

Een kruis vlakbij de plek waar vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten.
Een kruis vlakbij de plek waar vlucht MH17 uit de lucht werd geschoten. REUTERS/Alexander Ermochenko

Het is twijfelachtig of rechters in het proces tegen de vier verdachten van het neerhalen van vlucht MH17 een veroordeling wegens moord zullen uitspreken. Dat zeggen verschillende hoogleraren tegen NRC. Als reden noemen zij dat het neerhalen van de Boeing van Malaysia Airlines met 298 inzittenden vermoedelijk een vergissing is geweest, begaan door separatisten in een gewapend conflict.

„Ik verwacht dat de aanklacht niet succesvol zal zijn”, zegt de Canadees William Schabas, hoogleraar internationaal recht in onder meer Londen en Leiden. „De verdachten moeten in het geval van moord bewust hebben gehandeld. Maar zij waren verwikkeld in een gewapend conflict en hebben vermoedelijk een vergissing gemaakt. In een oorlog mag je mensen doden. Het richten van je wapens op een militair doelwit is een geoorloofde oorlogshandeling, een lawful act of war. Het zou dus hooguit doodslag kunnen worden.”

Voor de straf hoeft dat overigens niet per se uit te maken, zegt Schabas. „ Als door nalatigheid een fabriek afbrandt en een groot aantal mensen sterft, dan kan de straf daarvoor hoger uitvallen dan voor, zeg, een familie die uit mededogen met een zieke grootmoeder besluit haar leven te beëindigen en die voor moord wordt veroordeeld.” Ook Geert-Jan Knoops, strafrecht-advocaat en hoogleraar internationaal recht acht de kans van slagen van de aanklacht voor moord niet groot. „Het is aannemelijk dat er een militaire vergissing is gemaakt met het doelwit. Je hoeft het dossier niet te hebben gelezen om te weten dat daar een gewapend conflict tussen twee partijen gaande was, al dan niet gesponsord door twee landen. Het was geen gewone straatruzie. Ik zet grote vraagtekens bij de stelling dat je in dat geval het normale strafrecht kunt toepassen.”

Voorbedachten rade

Justitie denkt daar anders over. Er worden drie Russen en een Oekraïner gedagvaard voor moord en voor het doen verongelukken van het toestel. Ze hebben volgens justitie opzettelijk en met voorbedachten rade de raketinstallatie uit Rusland laten komen om er mensen mee te doden. Deze verdachten kunnen geen aanspraak maken op het oorlogsrecht, het zogenoemde combatant privilege, zolang ze beweren dat ze niet behoorden tot het leger van de Russische Federatie. Marieke de Hoon, universitair docent internationaal strafrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: „Ze claimen geen combatant privilege dus dan hebben ze het ook niet, beargumenteert het OM, en kun je je er ook niet op beroepen en mag je überhaupt geen vliegtuigen neerhalen.” Dit zal een geschilpunt worden in het proces, denkt ze. „Het zal een van de punten zijn waar de rechters zich over moeten gaan buigen.” Als de verdachten de moeite nemen naar Nederland te komen en voor de rechter verklaren dat het neerhalen inderdaad een blunder is geweest, dan beschouwt justitie het neerhalen van MH17 als een soort ‘vergismoord’.

Daar kan Cedric Ryngaert, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Utrecht, zich iets bij voorstellen. „Ik zie wel kansen voor de beschuldiging van moord”, zegt Ryngaert. „De Hoge Raad heeft twee jaar geleden nog bepaald dat een voorwaardelijke opzet genoeg kan zijn voor een veroordeling bij moord. Het gaat dan om roekeloos handelen, waarbij je de kans voor lief neemt dat je iemand anders doodt dan je van plan was. Vertaald naar MH17: de rebellen wilden een militair vliegtuig neerhalen, maar nemen de dood van eventueel aanwezige burgers op de koop toe.”

In wetenschappelijke kring bestaat twijfel over de praktische betekenis van een veroordeling als de verdachten niet bij het proces aanwezig zijn. Veel landen erkennen een uitspraak bij verstek wel, en zullen veroordeelden ook willen uitleveren aan Nederland. Maar andere landen kennen die traditie niet, en bij de meeste internationale strafhoven moet de zaak opnieuw worden behandeld als een verdachte zich alsnog meldt. Marieke de Hoon: „Het is een veroordeling volgens Nederlands recht en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat dat mag. Met voorwaarden. Dat de verdachte bijvoorbeeld echt weet dat de zaak dient en de mogelijkheid heeft erbij te zijn. Als die er dan voor kiezen niet te komen, is dat hun zaak. Ze kunnen overigens ook nog een gevolmachtigde advocaat sturen.”

Symbolische uitspraak

Geert-Jan Knoops wijst er daarentegen op dat een proces in absentia in de Angelsaksische traditie „uit den boze” is. Knoops: „Justitie aanvaardt het risico dat er een veroordeling bij verstek komt. Zo’n veroordeling is voor nabestaanden goed nieuws. Maar veel landen erkennen zo’n vonnis niet, en zullen een internationaal aanhoudingsbevel negeren.” Daar komt bij, zegt hoogleraar William Schabas, dat de eventuele veroordeelden vermoedelijk uit Rusland komen en volgens de Russische wet niet mogen worden uitgeleverd. „Daardoor wordt het een symbolische rechterlijke uitspraak.” Anderzijds heeft justitie ook geen goed alternatief voor een proces in afwezigheid van de verdachten, stelt hoogleraar Cedric Ryngaert. „Veel Europese landen hebben een proces bij verstek aanvaard. Het alternatief was géén proces: wie dat doet, laat zich gijzelen door personen die niet komen opdagen. Je kunt een proces bij verstek zien als het bestrijden van straffeloosheid.”