Opinie

Schoon houdt schoon

Hoe voorkom je troep op straat? De gemeente Rotterdam bezuinigt op ‘servicenormen’ maar neemt meer handhavers aan.

Illustratie Pepijn Barnard
Illustratie Pepijn Barnard

Troep op straat is een grote ergernis van Rotterdammers. Afval staat regelmatig naast de containers, soms hele huisraden, en zwerfafval in de wijken is een constante. Vorige week bleek dat de gemeente gaat bezuinigen op onderhoud en veiligheid in de openbare ruimte – op ‘heel en schoon’, zeg maar. In de Voorjaarsnota staat dat het college 17 miljoen euro wil besparen door bijvoorbeeld „het terugbrengen van servicenormen (...) of minder inzet en onderhoud”. Hoe, dat wordt na de zomer uitgewerkt. Tegelijkertijd wil het college het aantal handhavers in de stad wel met 50 voltijds banen uitbreiden, onder meer om afval náást vuilcontainers tegen te gaan. De gemeente gaat dus zelf minder doen, maar meer handhaven. Wordt de stad daar schoner van? We vragen het Luuk Bos, gedragswetenschapper bij onderzoeksbureau Dijksterhuis & van Baaren, die zich bezig houdt met afval en gedragsverandering.

En, wordt de stad er schoner van?

„Het is een spannende beslissing. Een algemeen bekend mechanisme is; schoon houdt schoon. Dat komt voort uit de fundamentele basisbehoefte van de mens aan verbondenheid, en die zorgt weer dat we de groep volgen. Daarom leidt een verloederde omgeving ook tot verdere verloedering. Kijk, in de gedragswetenschap maken we onderscheid tussen twee systemen die gedrag beïnvloeden: het bewuste en het onbewuste. De dagelijkse omgang met afval gaat bij verreweg de meeste mensen onbewust. Het is niet zo interessant, ze hebben weinig tijd; dat zijn factoren die maken dat je afval op de automatische piloot doet. Als de omgeving al vervuild is, is de kans groter dat je je daaraan aanpast – en ook je zak naast de container zet bijvoorbeeld.”

Helpt handhaving daar niet tegen?

„Het effect van handhaving wordt bepaald door de boete, en de pakkans. De pakkans zoals die door mensen wordt waargenomen. Dat laatste is bij afval lastig. Mensen weten bijvoorbeeld dat er ’s avonds minder gecontroleerd wordt. En je kunt lang niet altijd vaststellen van wie bijgeplaatst afval is. Het is wel zo dat het vaak een kleine groep is die de eerste zak naast de container zet – de rest volgt. Als het lukt om die met handhaving te bereiken, kan dat een effect hebben. Zorg er dan wel voor dat je deze groep een handelingsperspectief biedt; wat zou een bewoner dan wel met een kapotte stoel moeten doen?”

Maar de handhaving omzeilen door ’s avonds te plaatsen istoch niet ‘onbewust’?

Nee, maar verreweg de grootste groep ‘vervuilers’ zijn onbewuste vervuilers. De vraag is hoe je die bijstuurt. Een manier is om mensen van de automatische piloot af te halen. In Rotterdam is er bijvoorbeeld geëxperimenteerd met containertuintjes: kunstgras en bloemen rond de containers. Dat is onverwacht, en haalt mensen er even bij. En dan moet het heel helder zijn wat er van mensen verwacht wordt; geen ellenlange teksten op de containers, maar heldere symbolen.

Dat helpt toch niet als de containers vol zijn?

Bij alle pogingen tot gedragsverandering geldt dat de basis in orde moet zijn. Dat containers schoon zijn, zodat je ze wilt aanraken. Dat ze niet vol zijn. En ook dat de omgeving schoon en heel is. Dat wordt wel het broken window-effect genoemd: als er in de omgeving andere normen worden overschreden, dan nemen mensen het ook minder nauw met afval.

Is dan bezuinigen op het ‘serviceniveau’ niet een risico?

„Ja. Een goede basis is een voorwaarde voor gewenst gedrag, pas daarna kan je aan meer knoppen gaan draaien. Je moet dan wel uitzoeken welke. In Amsterdam bleek bijvoorbeeld dat veel mensen een weerstand hadden tegen de gemeente, die betuttelde. Daar bedachten we dat de boodschap over afval van de vuilnisman moest komen. Die uitlegt dat je zijn werk moeilijker maakt als je troep maakt en zakken zomaar neerzet.