PBL: nog altijd problemen met biodiversiteit en veiligheid door gifgebruik

Tussendoelen voor het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen zijn niet gehaald, zegt het Planbureau voor de Leefomgeving.

Een biologisch-dynamische boer verwijdert onkruid zonder gif. Het PBL bepleit dat er meer werk gemaakt wordt van alternatieven voor chemicaliën.
Een biologisch-dynamische boer verwijdert onkruid zonder gif. Het PBL bepleit dat er meer werk gemaakt wordt van alternatieven voor chemicaliën. Foto Koen Suyk/ANP

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen leidt nog tot te veel problemen met de waterkwaliteit, biodiversiteit en veiligheid voor medewerkers van telers. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vrijdag in een rapport. Het PBL bepleit beleid om het „routinematig gebruik” van gif zoals de veelgebruikte onkruidverdelger glyfosaat te stoppen en alternatieven te stimuleren. De landbouwsector spreekt van een „eenzijdig beeld”.

In 2013 kwam het ministerie van Economische Zaken met doelen voor het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. In de vijf jaar daarna is op de meeste terreinen verbetering te zien, maar zijn de meeste tussendoelen niet gehaald, stelt het PBL vast. Intussen gaat de biodiversiteit in agrarische gebieden achteruit en blijkt veilig werken onder mensen die met de middelen werken vaak „geen hoge prioriteit” te hebben.

De land- en tuinbouwsector zegt dat conclusies van het PBL „de sector én overheid niet verder helpt” in het bereiken van de uiteindelijke doelstellingen in 2023. LTO Nederland en een aantal andere brancheorganisaties hekelt in een reactie de „negatieve teneur” van de evaluatie.

Veiligheid en milieu

Het doel is dat in 2023 aan alle eisen voor waterkwaliteit, milieu en arbeidsbescherming wordt voldaan. Met de kwaliteit van het Nederlandse voedsel gaat het goed, zegt het PBL. Dat is veiliger geworden. Het aantal overschrijdingen van de Europese normen is afgenomen, met name bij voedsel dat is geproduceerd in het buitenland. Nederlandse telers deden het al relatief goed.

Met het water gaat het veel minder. Het aantal overschrijdingen van de zogenoemde Kaderrichtlijn Water moest in 2018 met de helft zijn teruggedrongen. Dat werd niet gehaald, concludeert het planbureau nu. Het aantal overtredingen was in 2017 met slechts 15 procent gedaald. Volgens het PBL komt dat door problemen met de toelating van de bestrijdingsmiddelen, zowel als gevolg van minder strenge Europese normen als tekortkomingen in de Nederlandse toelatingsprocedure, en doordat een deel van de telers zich niet aan de voorschriften voor gifgebruik houdt.

Bestrijdingsmiddelen brengen ook risico’s met zich mee voor mensen die met de gewassen werken. Telers die zelf gif spuiten moeten een training volgen over de gevaren van de middelen en zijn daarom doorgaans redelijk op de hoogte, stelt het PBL vast. Dat kan van andere medewerkers die tussen de planten werken vaak niet gezegd worden. Een kwart van de telers licht hen niet voor over de risico’s van het gif. Voor de inspectie blijkt bovendien het toezicht weinig prioriteit te hebben. Er zijn „bijna geen” inspecties gedaan.

Overheidsingrijpen

De overheid zou grenzen kunnen stellen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het PBL verwacht dat dat ertoe zou leiden dat de bestrijdingsmiddelensector meer zou innoveren, en telers zich meer zouden verdiepen in alternatieven. Boeren zouden zich nu vooral over gewasbescherming laten informeren door de bedrijven die de middelen verkopen. „Vraag is of de voorlichting dan voldoende neutraal en evenwichtig is.”

De overheid zou bedrijven kunnen verplichten om het advies over gewasbescherming en de middelen die vervolgens worden ingezet apart te factureren, zodat er meer ruimte komt voor onafhankelijke adviseurs. Ook raadt het PBL aan dat de overheid meer investeert in onderzoek naar alternatieven voor chemische gewasbescherming om de afhankelijkheid van gif te verminderen.

De sector plaatst in een reactie diverse kanttekeningen bij de bevindingen van het PBL. De conclusies over de kwaliteit van het oppervlaktewater gaan alleen over 2017, en zeggen „dus niets” over de stand van zaken in 2018. Ook noemen LTO Nederland, Glastuinbouw Nederland, KAVB (bloembollen) en NFO (fruittelers) de conclusies over de biodiversiteit „veel te eenzijdig” en wetenschappelijk onvoldoende onderbouwd: „de sector zet daarom vraagtekens bij de objectiviteit”.

„Factoren die van invloed zijn op behaalde prestaties”, zoals vertragingen in de implementatie van glastuinbouwbeleid, blijven onderbelicht, verwijt de branche het PBL. Er is nog „werk aan de winkel” tot 2023, maar de verduurzaming van gewasbescherming ligt (mede dankzij innovaties sinds 2012) volgens de boeren „op koers”.