Leiderschapsstrijd

Bij de Tories gaat het nog tussen Boris Johnson en Jeremy Hunt

In de laatste ronde van de leiderschapsverkiezingen bij de Conservatieven neemt Boris Johnson het op tegen minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt. Na afloop van de vijfde ronde van stemmingen binnen de fractie (313 leden) in het Lagerhuis kwam Hunt donderdag uit op 77 stemmen en zijn directe concurrent, Michael Gove, bleef steken op 75. Johnson heeft een straatlengte voorsprong: 160 stemmen.

Nu is het aan de partijleden van de Conservatieven, 160.000 in totaal, om een keuze te maken. Hunt en Johnson zullen, deels per helikopter, op tournee gaan door het land voor zogeheten hustings, verkiezingsavonden. Zestien keer gaan ze leden proberen te overtuigen dat zij de juiste kandidaat zijn als partijleider én als premier. Ook volgen er nog twee televisiedebatten.

Naar verwachting zou Johnson meer moeite hebben gehad met Gove als tegenstrever. De minister voor Milieu is een sterke debater, ideologisch scherp en zou beter in staat zijn Johnson te ontregelen. Tijdens de leiderschapsstrijd in 2016 dacht Johnson, met steun van Gove, goede kans te maken David Cameron op te volgen. Toen Gove zijn steun introk – wat hem de reputatie van verrader opleverde – moest Johnson opgeven.

De kans dat die persoonlijk animositeit van de voormalige vrienden zou opspelen was voor fractiegenoten mogelijk een reden om niet op Gove te stemmen. Na de drie chaotische en vernederende Brexit-jaren willen de Tories vermijden dat er een emotionele en smerige campagne gevoerd wordt.

Hunt zal partijleden proberen te overtuigen van zijn kwaliteiten als ondernemer en internationaal georiënteerde zakenman. Hij spreekt Japans, is getrouwd met een vrouw van Chinese komaf en richtte een internetbedrijf op, dat hij voor miljoenen verkocht. Hunt geldt als de rijkste man in de Britse regering.

Tegelijkertijd zal het voor Hunt moeilijk zijn om werkelijk kans te maken. Uit een peiling van YouGov blijkt dat 87 procent van de leden de Brexit Party van Nigel Farage als belangrijke electorale bedreiging ziet. Circa 60 procent is bereid grote economische schade en Schotse onafhankelijkheid te accepteren als dat de prijs is die voor de Brexit moet worden betaald. Die verbetenheid past beter bij de opvattingen van Johnson, die zegt bereid te zijn zonder deal de EU te verlaten, dan bij de meer gematigde koers van Hunt.

Over een maand, nog voor het parlementaire zomerreces eind juli, moet duidelijk zijn wie de volgende premier van het Verenigd Koninkrijk wordt en wie de Brexit erft van Theresa May.