Opinie

Leg het eindeloos klagen in de justitiële psychiatrie aan banden

Sommige verdachten maken misbruik van hun mogelijkheden tot klagen, schrijven en . Inperking is dan gewenst.
Visitatieruimte in een tbs-kliniek Foto Olivier Middendorp
Visitatieruimte in een tbs-kliniek Foto Olivier Middendorp

Verdachten die in een rechtszaak een tbs-advies krijgen, zijn meestal bepaald niet blij met de psychiater en psycholoog die het onderzoek hebben verricht. Ze hebben er groot belang bij om zulke adviezen te diskwalificeren. De meeste rapporteurs worden dan ook meer dan eens geconfronteerd met klachtenprocedures. Het is nodig om overmatig klagen aan te pakken.

In veel gevallen loopt het los met de klachten van verdachten, omdat de rapporten volgens de regelen der kunst zijn opgesteld en klachteninstanties dat bevestigen. Soms is er wel iets aan te merken en wordt een klager (gedeeltelijk) in het gelijk gesteld. Het probleem is dat niet elke klager zich neerlegt bij een hem of haar onwelgevallige beslissing. Er zijn klagers die wel erg fanatiek gebruik maken van hun juridische mogelijkheden. Ze zijn verontwaardigd over het onrecht dat hen zou zijn aangedaan en hebben daar een sterke overtuiging over. Niet zelden is dat inherent aan hun problematiek. Gefixeerd en rigide zetten ze de ene na de andere procedure in gang. Klachteninstanties en rechtsprekers moeten dat maar net snappen.

Zo hebben wij te maken met onderzochte personen die hun (medische) klachten niet alleen bij de tuchtcolleges voorleggen, maar ook bij de Commissie van Toezicht van het Pieter Baan Centrum en vervolgens bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. En als die instanties niet beslissen zoals gewenst, dan volgt een nieuwe klacht, net anders geformuleerd, waardoor de klachteninstanties zichzelf genoodzaakt zien om voor deze ‘nieuwe’ klachten opnieuw een procedure te starten.

Een enorme belasting van de rapporteurs, maar ook van de instanties zelf. En van het management, want ook directieleden van het Pieter Baan Centrum en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) worden aangeklaagd. En alsof dat niet genoeg is, worden door deze klagers ook procedures ingezet op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur (een niet onbekend fenomeen voor gemeenten en andere overheidsinstanties), de Algemene Wet Bestuursrecht, tot aan de Autoriteit Persoonsgegevens en de nationale Ombudsman.

Klagen loont

En de strafrechtprocedure? Die loopt min of meer spaak. Alle beroepsmogelijkheden worden benut en er worden verzoeken ingediend tot nieuwe rapportages. En als die rapporteurs tot dezelfde conclusies komen, kan dit leiden tot nieuwe klachten. We kennen bij het NIFP een casus waarin een verdachte in eerste aanleg tot tbs is veroordeeld en nu in afwachting van een nieuwe behandeling van de zaak – er moeten nieuwe rapportages komen en er lopen verschillende klachtprocedures - in hoger beroep (tijdelijk) op vrije voeten is gesteld. Klagen loont dus!

Begrijp ons goed: natuurlijk moeten mensen die met justitie in aanraking komen gebruik kunnen maken van hun recht om klachten en grieven kenbaar te maken. Justitie is een groot en machtig overheidsapparaat en het is goed dat het individu beschermd wordt tegen mogelijke misstanden en fouten. En hoezeer we ook ons best doen, fouten worden gemaakt. En dan moet je daarover je beklag kunnen doen.

Wat wij betogen is dat de mogelijkheden om te klagen zeer divers zijn, en dat het kan gebeuren dat meerdere procedures bij verschillende klacht- en rechtsinstanties tegelijkertijd worden ingesteld. Klagen lijkt onbeperkt mogelijk en procedures buitelen over elkaar heen, te meer als een klager stukken over en weer in verschillende procedures inbrengt en verschillende instanties zichzelf ontvankelijk achten om (dezelfde) klachten in behandeling te nemen. Het ontbreekt aan inzicht bij de verschillende instanties in wat er aan de hand is. Kennis van en beleid voor deze doelgroep is te beperkt. Vanuit gedragsdeskundig perspectief weten we dat er een groep klagers is waarvoor geldt dat begrenzing en afbakening noodzakelijk zijn. Juist daartoe biedt het recht vooralsnog geen mogelijkheid. Deze klagers zijn niet te stoppen.

Wetgeving is nodig

Een inperking van exorbitant klagen is gewenst. Notoire klagers overbelasten organisaties en frustreren (strafrecht-)procedures. En het maakt onze artsen en psychologen kopschuw om rapporten te schrijven over sommige verdachten. Uit behandelingsoogpunt werkt onbegrensd klagen vaak contraproductief voor de klager zelf, die immers blijft hangen in zijn problematiek.

In verschillende buitenlanden, zoals in Engeland, Amerika en Australië, heeft men een manier gevonden om deze klagers een halt toe te roepen. Zo kent men in sommige landen zelfs een wetsartikel om deze juridische stalking tegen te gaan (vexatious litigation). Wij bepleiten dat de politiek met wetgeving dit misbruik van juridische (klacht)procesmogelijkheden tegengaat. Dat zou behalve veel frustratie bij uitvoerende en klachteninstanties, ook nog belastinggeld schelen. Dan kunnen we ons concentreren op klagers die zich met goede reden melden, zodat hun klachten snel en goed kunnen worden afgehandeld.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.