Kabinet: verschuiving geld naar bèta- en techniekstudies

Hoger onderwijs Ook worden universiteiten en hogescholen minder afhankelijk van aantallen studenten.

Het Oudemanhuispoortcomplex van de Universiteit van AmsterdamFoto Rob van Dullemen
Het Oudemanhuispoortcomplex van de Universiteit van AmsterdamFoto Rob van Dullemen

De ministerraad heeft vrijdag besloten om de bekostiging van hogescholen en universiteiten minder afhankelijk maken van aantallen studenten. Bovendien worden de uitgaven voor hoger onderwijs deels verschoven naar bèta- en techniekstudies. Er is grote vraag uit de arbeidsmarkt naar bèta en techniek, terwijl een aantal opleidingen een studentenstop moest instellen.

Deze verschuiving gaat ten koste van de andere studierichtingen. Om de effecten daarvan te verzachten heeft het kabinet 41 miljoen euro extra vrijgemaakt voor bèta en techniek, zodat de verschuiving kan worden uitgesteld. Op die manier blijft er tijdelijk meer geld over voor andere studierichtingen en zouden op termijn ook de studentenstops bij bèta en techniek kunnen worden opgeheven.

Lees ook: commissie Van Rijn: ‘Hoger onderwijs moet duidelijke keuzes maken’

Vorige maand adviseerde de commissie Van Rijn een dergelijke herverdeling. De vaste bekostiging gaat nu bij universiteiten van 28 naar 40 procent en bij hogescholen van 13 naar 20 procent. Ook schuift er in 2020 60 miljoen euro uit het budget van het onderzoekssubsidiefonds NWO direct naar de universiteiten. Op den duur wordt dat 100 miljoen per jaar.

Achterhaalde tradities

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) laat nader onderzoek instellen naar de doelmatigheid van de bestedingen aan hoger onderwijs en onderzoek. Volgens de Commissie Van Rijn berust de verdeelsleutel tussen opleidingen, studie- en onderzoeksrichtingen deels op achterhaalde tradities. Zo hebben sommige opleidingen in de geesteswetenschappen inmiddels ook laboratoria.

De aanstaande verschuiving in de financiering van het hoger onderwijs heeft in de universitaire wereld beroering veroorzaakt. Er dreigt een strijd om de vaste bekostiging die zich ook kan gaan afspelen binnen universiteiten zelf. Rechten, economie en de sociale en geesteswetenschappen hebben zich verenigd in protest tegen de verschuiving naar bèta en techniek. Zij hebben 54 procent van de universitaire studenten maar slechts 36 procent van het personeel. De vertegenwoordigers van deze richtingen stellen dat ook alfa- en gammastudies de bèta-technische kant op schuiven en dat er veel vraag is op de arbeidsmarkt naar afgestudeerden in deze richtingen. De prognosemodellen zouden te veel uitgaan van traditionele wetenschapsindelingen.

De Adviesraad voor Wetenschap, Techniek en Innovatie sprak onlangs in zijn rapport Het stelsel op scherp gezet juist over „een overschot aan afgestudeerden in studies zoals taal, cultuur, gedrag en maatschappij” versus een tekort aan afgestudeerden in bèta en techniek. De Raad bepleitte betere selectie van studenten om de aantallen afgestudeerden te sturen aan de hand van de vraag op de arbeidsmarkt.

‘Valse tegenstelling’

Volgens Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) creëert de overheveling van geld uit alfa, gamma en medische studies naar bèta en techniek „een valse tegenstelling tussen disciplines in plaats van dat er wordt ingezet op meer samenwerking”. Hij wijst ook op de tekorten van leraren, tandartsen en het groeiende aantal interdisciplinaire gebieden zoals de energietransitie. „Het is een politieke keuze om hierop te bezuinigen”, zegt hij. Volgens berekeningen van de VSNU valt het extra geld grotendeels weg tegen tevens ingevoerde extra kortingen.