Kabinet pakt uitbuiting arbeidsmigranten aan

Misstanden Het kabinet wil iets doen aan de slechte woon- en werkomstandigheden van arbeidsmigranten. Ook moet de registratie worden verbeterd.

De ‘Polenflat’ aan de Dirk de Derdelaan in Vlaardingen.
De ‘Polenflat’ aan de Dirk de Derdelaan in Vlaardingen. Foto David van Dam

Oost-Europese arbeidsmigranten zijn geregeld slachtoffer van uitbuiting en slechte werk- en leefomstandigheden. Die misstanden zijn volgens het kabinet „onacceptabel en schadelijk voor de reputatie van Nederland als beschaafd werkland”. Daarom komt het kabinet met een aantal maatregelen, blijkt uit een brief van de ministers Koolmees (Sociale Zaken, D66) en Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) die vrijdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De brief is een reactie op publicaties in NRC over misstanden bij Oost-Europese arbeidsmigranten en op voorstellen en vragen van Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP).

Lees ook: Hoe Oost-Europese migranten worden uitgebuit in Nederland

Oost-Europese migranten die werken in de kassen in het Westland wonen vaak in kleine, slecht onderhouden woningen waar ze ook extreem hoge huren voor betalen. Die huur trekt de werkgever van het loon af – net als allerlei aanvullende kosten en boetes, zo bleek uit onderzoek van NRC.

Uitzendkrachten klagen over frequente controles van hun woningen en schending van hun privacy. Op overtreding van huisregels staat een boete: een slecht schoongemaakt huis, een verloren sleutel, vlekken op een matras, haren in een doucheputje, bezoek van vrienden.

‘Veel te weinig meldingen’

Het kabinet roept werkgevers en werknemers op misstanden te melden, want dat gebeurt in de ogen van het kabinet veel te weinig. De combinatie van werkgever en huurbaas biedt uitzendbureaus „de mogelijkheid het verschil tussen verrekening met het loon en de kosten te maximeren (en dus zo weinig mogelijk loon uit te betalen)”, stellen de ministers. „Bij klachten over de huisvesting volgt vaak direct ontslag en verwijdering uit de woning. Daarbij treedt dan dus vermenging op tussen de relatie ‘werkgever’ en de relatie ‘huurbaas’.”

De Inspectie SZW constateerde onlangs dat „malafide uitzendbureaus huisvesting van buitenlandse werknemers tegen te hoge kosten steeds meer zien als een extra verdienmodel en een manier om arbeidsmigranten onder controle te houden”.

Als het werk ophoudt moeten werknemers „een redelijke termijn” krijgen om nieuw onderdak te vinden. Maar volgens de minister zijn er „juist malafide werkgevers die hier in het geheel geen rekening mee houden, waardoor een arbeidsmigrant direct geen huisvesting meer heeft als het werk stopt en hij of zij zich gedwongen ziet om niet alleen ander werk, maar ook direct andere huisvesting te zoeken. Deze afhankelijkheidsrelatie is onwenselijk.”

Betere registratie

Koolmees en Ollongren gaan samen met andere ministeries, gemeentes, werkgeversorganisaties en vakbonden onderzoeken hoe deze relatie kan worden verminderd.

Het kabinet gaat daarnaast onderzoeken hoe de registratie kan worden verbeterd. Van arbeidsmigranten is in veel gevallen geen adres in Nederland bekend. Dat komt omdat veel arbeidsmigranten als ‘niet-ingezetene’ staan geregistreerd. Dan wordt alleen een woonadres in het buitenland vastgelegd en geen Nederlands (verblijfs)adres.

Ook komt het voor dat werkgevers inschrijving belemmeren. Daardoor weten gemeenten niet waar de werknemers precies verblijven en kunnen zij niet gericht controleren op huisvesting, schrijven de ministers.

Correctie (21 juni 2019): in een eerdere versie van dit artikel stond dat Koolmees in het verleden voorstellen afwees om werkgevers te verbieden ook tegelijkertijd huurbaas te zijn. Dat heeft de minister niet expliciet afgewezen en is hierboven aangepast.