Kabinet bekijkt deelname Syrië-missie

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden bij te dragen aan een missie in noordoost Syrië. „We staan er welwillend tegenover.”

Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft vandaag een bezoek gebracht aan Jordanië. Hij bezocht onder andere de Nederlandse troepen in Jordanië die daar zitten in de strijd tegen ISIS voor de missie Inherent Support.
Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok heeft vandaag een bezoek gebracht aan Jordanië. Hij bezocht onder andere de Nederlandse troepen in Jordanië die daar zitten in de strijd tegen ISIS voor de missie Inherent Support. Foto Evert-Jan Daniels

Gaat Nederland een nieuwe missie aan? Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden daartoe na een verzoek van de Amerikanen aan de dertig partners van de anti-IS-coalitie. Het gaat om een missie in het noordoosten van Syrië. Dat schrijven minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) en minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De Amerikanen willen een „veiligheidsmechanisme” creëren in het noordoosten van Syrië. Hoe dat er precies moet uitzien, is nog onduidelijk. Na een algemeen verzoek van de Amerikanen eerder dit jaar, kwam er een concreet verzoek tot steun via de Amerikaanse ambassade in Den Haag op 29 mei. Daarin wordt onder andere gevraagd om steun aan de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF).

Nederland was tot eind vorig jaar actief in het oosten van Syrië. Zowel daar als in Irak vielen Nederlandse F-16’s IS-doelen aan.

Het nieuwe Amerikaanse verzoek kan gaan om een militaire of om een civiele bijdrage. Hoe dat er precies uit moet gaat zien, wordt nu onderzocht. Daartoe zal eerst duidelijk moeten zijn wat de Amerikanen precies willen. Maar dat er geen machtsvacuüm en „dientengevolge nieuwe instabiliteit” ontstaat in de regio, is ook in het Nederlandse belang, schrijven de ministers. „We staan er welwillend tegenover”, zei minister Bijleveld tegen ANP.

Voedingsbodem voor extremisme

Dat de anti-IS-coalitie zich meer gaat inzetten voor het bewaken van de stabiliteit in de regio ligt voor de hand. Officieel is IS op 23 maart territoriaal verslagen, maar de dreiging van IS is niet verdwenen en de voedingsbodem voor extremisme bestaat nog steeds. Het vormen van een soort bufferzone tussen de strijdende partijen kan daarbij helpen.

Tegelijk is het ook laveren: in Syrië is ook Turkije actief. En Turkije en de VS staan op gespannen voet met elkaar. Ten opzichte van de Koerden, maar ook recente escalerende frictie over de F-35’s die Turkije heeft aangekocht. Omdat Turkije ook van plan is een luchtafweersysteem van Rusland te kopen, dreigt de VS Turkije – als NAVO-partner – uit te sluiten van verdere afname. Begin juni stopte de VS met het aannemen van nieuwe piloten uit Turkije voor training met de F-35.

Nederlandse gevechtsvliegtuigen voerden eerder in zowel Irak als Syrië meer dan drieduizend missies uit. In Irak heeft Defensie momenteel nog zeventig mensen, die lokaal mensen trainen.

Als meer duidelijk is over de concrete wensen van de Amerikanen, zal Nederland onderzoeken welke bijdrage het kan leveren. Een grote militaire bijdrage ligt niet in de lijn der verwachting: de krijgsmacht vertrok in mei uit Mali, omdat de krijgsmacht tijd nodig heeft om te herstellen. Na decennia van bezuinigingen is de zogenoemde basisgereedheid van de krijgsmacht nog altijd niet op orde. Volgende week praat Bijleveld in Brussel met Europese collega’s.

Wel is duidelijk dat het kabinet voornemens is aan het Amerikaanse verzoek te voldoen. De brief van vrijdag is daar de eerste stap voor.