Opinie

    • Luuk van Middelaar

Hongkongers tonen grenzen van Xi’s macht

Luuk van Middelaar

In het Westen wordt soms gedacht dat autoritaire leiders als Poetin en Xi alles zelf beslissen. Alsof elke mus die van het dak valt – om niet te zeggen elke raket die wordt afgeschoten – centraal vanuit Moskou of Beijing wordt aangestuurd. Zo is het niet. Ook de ‘alleenheerser’ stuit op beperkingen. Politieke facties die in evenwicht moeten worden gehouden, zelfs binnen de ene Partij. Regionale baronnen, generaals, zakenlui of andere mensen waar de leider niet zonder kan en hem dus iets kunnen vragen. De bevolking die zich in grote meerderheid moet blijven schikken en waarvan de zorgen – honger, luchtvervuiling, oorlogen – ook zonder stembus doorklinken. En de economische krachten en buitenlandse machten die zich doen voelen. Dit hele mechaniek houd je niet met louter brute repressie en propaganda in toom. Enigermate laveren moet elke chef.

President Xi beheerst dit spel zeer goed, anders zou hij niet zijn uitgegroeid tot China’s machtigste man sinds Mao. Toch gebeurde in Hongkong vorige week iets bijzonders. Met de terugtrekking van de gewraakte uitleveringswet werd de tegenmacht van de bevolking zeldzaam zichtbaar. Natuurlijk, het was in Hongkong en niet in Beijing. De vernedering voor Xi was indirect. Maar iedereen weet dat Hongkongs leider Carrie Lam – binnen de regeling ‘één land, twee stelsels’ die het eiland met de Volksrepubliek verbindt – doet wat Beijing vraagt. Xi zelf verloor hier iets van zijn ongenaakbaarheid, dus van zijn macht. Wie één keer inbindt, kan dat vaker doen.

Welke tegenmachten deden zich voelen? Allereerst de massaliteit van de publieke protesten. Tot aan twee miljoen demonstranten op ruim zeven miljoen inwoners is immens veel. Dan de financiële belangen. Volgens de FT vloeit ruim 60 procent van de buitenlandse investeringen via Hongkong China in. Bezorgd schaarde de Hongkongse zakenwereld zich achter de demonstranten. Dan was er buitenlandse druk. Xi had weinig zin in nog meer gedonder met de VS, middenin een handelsoorlog en in aanloop naar de G20. Kinderachtig wel was de verklaring van buitenlandminister Wang Yi – uitgerekend staand naast zijn Nederlandse gast Stef Blok, die zich zijn eerste Chinabezoek vast leuker had voorgesteld – dat de „zwarte hand” van buitenlandse inmenging achter de protesten zat.

Frappant was hoe in Hongkong zelf frictie binnen het establishment ontstond. De South China Morning Post berichtte dat een Beijing-trouwe parlementariër vorig weekend premier Lam uitschold, in kennelijk kleurrijk Kantonees, dat ze dan maar zelf de boze kiezers in haar district te woord moest staan. Angst bij de leiding voor een pak slaag bij de districtsverkiezingen in november – tja, dat is een type tegendruk dat in ‘Mainland China’ niet bestaat.

In hoeverre de herinnering aan de Tiananmen-opstand van mei-juni 1989 – in deze herdenkingsmaand – meespeelt bij Beijings relatieve terughoudendheid is lastig te zeggen. Van de nachtelijke gruwelen van 3-4 juni 1989 weet de Chinese bevolking weinig: het is verboden stof. Hoeveel doden er exact vielen (drieduizend?), wat er is geworden van de held in wit hemd die de tanks op het Plein deed stoppen, ook in het Westen weten we het niet.

Recent verscheen in Frankrijk Des balles et de l’opium (uitg. Globe), aangrijpende getuigenissen opgetekend door dichter-dissident Liao Yiwu. Hij laat niet de studenten aan het woord, maar de vergeten groep van als ‘oproerkraaiers’ opgepakte gewone inwoners van Beijing die voedsel uitdeelden, een lied zongen of een gestrande tank in de fik staken – en van wie velen na jarenlange gevangenisstraf in de marge leven. Deze herinnering levend houden, tegen de repressie en het zwijgen van Xi’s surveillance-staat in, is een daad van menselijkheid, die de burgers van Hongkong steunt.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden).