Boris Johnson tijdens de Brexit-campagne in maart 2016.

Foto Reuters

Boris Johnson is van weinig overtuigd, maar overtuigend klinkt hij wel

Leiderschapsrace Tories Alexander Boris de Pfeffel Johnson stevent af op het Britse premierschap. Zijn familie behoort tot de politieke aristocratie. Hij wekt vertrouwen én argwaan, en gaat flexibel om met de feiten. „Zijn premierschap wordt een bumpy ride.”

De rij voor de zaal waar de man gaat spreken, kronkelt de trap af, door een foyer, langs toiletten, de hoek om. Het thema van de lezing: hoe kunnen we er zeker van zijn dat het Verenigd Koninkrijk na de Brexit een welvarende handelsnatie wordt. Taaie kost met een patriottistisch zweempje, zou je zeggen. De wachtende menigte in het deftige hotel in Manchester geurt naar borreltijd – rode wijn en kaasstengels. Geen publiek op zoek naar inhoud, naar vergezichten over de Britse economie. Men wil een vlammend betoog. En lachen.

Die verwachting wordt pas aan het einde van de bijeenkomst ingelost. Een vraagsteller wil weten hoe de spreker denkt over het geweld in Libië. Dat is geen vreemde vraag, want de spreker is de minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk. De bewindspersoon zegt iets over de noodzaak van rivaliserende generaals voor het bijleggen van geschillen.

Dan schiet hem iets te binnen. Hij hakkelt en sputtert, zoals hij vaak doet, en komt met een betoog over kustplaats Sirte. Witte stranden, schitterende zee. Ongelofelijke plek! „Er zijn Britse zakenlieden, briljante lui, die met steun van de lokale gemeente van Sirte een nieuw Dubai willen maken”, zegt hij. „Ze moeten alleen eerst de lijken ruimen.”

De zaal buldert.

De gespreksleider maakt paniekerig haast. Journalisten schrijven driftig mee. Ze weten: Libië zal boos reageren. Het zoveelste relletje is geboren. De spreker kijkt het publiek ondeugend aan en haalt zijn hand door zijn hoogblonde piekharen.

Boris Johnson is weer eens Boris Johnson.

Dit schouwspel vond plaats in het najaar van 2017, in de marge van het partijcongres van de Conservatieven. Toen was er nog hoop dat premier Theresa May een weg naar de Europese uitgang kon vinden. Toen vreesden de Conservatieven nog niet voor het voortbestaan van hun partij. Toen was Boris Johnson een sideshow: May had hem op een zijspoor gezet.

Dat gaat veranderen. Tenzij de Brexit-saga een onnavolgbare wending neemt, staat Alexander Boris de Pfeffel Johnson op het punt te promoveren tot hoofdact. Dan zou hij op zijn 55ste de 55ste premier van het Verenigd Koninkrijk worden. Donderdag verkoos de fractie van de Tories in het Lagerhuis hem tot een van de twee overgebleven kandidaten. Uit recente peilingen blijkt dat hij populairder is dan tegenstrever Jeremy Hunt, de huidige minister van Buitenlandse Zaken. Hunt geldt als bekwaam, succesvol en betrouwbaar. Hij heeft echter niet de flair van Johnson, noch de vaardigheid het hem lastig te maken in debatten. De 160.000 leden van de Tories kunnen vanaf 4 juli hun stem uitbrengen. Op 22 juli is de winnaar bekend.

Je kunt je afvragen: wat maakt het uit wie wint? Pak het rijtje Conservatieve premiers er maar bij. Margaret Thatcher ging ten onder aan de ruzie bij de Tories over Europese integratie, net als opvolgers John Major, David Cameron en Theresa May. Boris Johnson zou zeggen: het maakt uit. „Eén man kan het verschil maken” schreef hij zelf in The Churchill Factor, de biografie van Boris over de grote Winston, die andere eigenzinnige Brit die door het politieke establishment voorbarig werd afgeschreven. „Johnson heeft een scherp gevoel voor geschiedenis, van zaken zien in het licht van lotsbestemming. Hij is zich bewust van het belang van het moment”, zegt Steve Baker, een bijna bezeten Brexit-hardliner bij de Tories, die Johnson steunt in zijn poging premier te worden.

In zijn Churchill-biografie schrijft Johnson: „’s Mensen karakter is zijn lot, zeiden de Grieken. En ik ben het daarmee eens. Als dat zo is, dan is de diepere en meer fascinerende vraag, wat bepaalt karakter?” Zelf doet hij er niet moeilijk over. Hij is elitair en beschrijft zichzelf in Lend Me Your Ears, een bundel van zijn journalistieke werk uit 2004, als „tot de kieuwen volgestouwd met het beste onderwijs dat Engeland te bieden heeft”.

Tonnen verdiend

Johnson doorliep de middelbare school op Eton College (40.000 pond schoolgeld per jaar, Johnson genoot een beurs) en studeerde klassieke talen aan Oxford. Mocht hij in juli door de zwarte deur van 10 Downing Street zijn nieuwe ambtswoning betreden, dan wordt hij de twintigste Etonian en achtentwintigste Oxonian als premier van het Verenigd Koninkrijk.

Johnson verdiende tonnen met zijn journalistieke werk, boeken en optredens. Hij was succesvol op de Londense huizenmarkt. Dat is een eigenschap van Johnson: de zekerheid dat hij met zijn netwerk, handigheden en scherpe pen altijd een manier vindt om geld te verdienen. Zelfs als politicus Johnson als Icarus te dicht bij de zon vliegt en ter aarde stort, heeft hij geen echte zorgen. Het beeld: Tories als Johnson zorgen in eerste instantie uitstekend voor zichzelf. Dat wordt versterkt door de prominente aanwezigheid van de andere Johnsons. Zus Rachel is journalist en was kandidaat-Europarlementariër. Broer Jo, oud-journalist en Lagerhuislid, en vader Stanley zijn ook publieke figuren. Als in een slechte realityserie kibbelen de Johnsons over de Brexit. Rachel, Jo en Stanley zijn tegen.

De Johnsons zijn niet van adel, maar behoren inmiddels tot de politieke aristocratie. „De Johnsons willen ons nationale landschap domineren”, schrijft Sonia Purnell, biograaf en oud-medewerker van Boris Johnson in Just Boris: The Irresistible Rise of a Political Celebrity. Ze vergelijkt de Johnsons met een Siciliaanse maffiafamilie. „Hen bespotten, bekritiseren of met hen de degens kruisen, gebeurt op eigen risico”, schrijft Purnell. „Ze zijn gewend aan universele lof en affectie. In hun omgang met tegenstanders sluiten ze meedogenloos de rangen.”

Zo lijkt Johnson louter een telg uit een politieke cosa nostra, een soepele babbelaar, een alfaman, de man die als student het mooiste meisje van Oxford versierde, die pocht zoveel beminden te hebben dat hij al twee decennia niet heeft gemasturbeerd, die ogenschijnlijk bar weinig begrip toont voor alles en iedereen die niet wit, dominant en overheersend is. Homo’s? Dat zijn hemddragende bilmaten, volgens Johnson in een column in The Daily Telegraph uit 1998. Islamitische vrouwen in boerka? Brievenbussen en bankovervallers (2018).

De Johnsons zijn niet van adel, maar behoren inmiddels tot de politieke aristocratie

Ach, verweert Johnson zich nu. Dat was allemaal tongue-in-cheek. „Het spijt mij als mensen zich gekwetst voelen”, zei hij deze week tijdens het kandidatendebat op de BBC. Hij voegde eraan toe dat „mensen aan de haal gaan met de woorden in mijn artikelen en zaken groter maken dan ze zijn”.

Maar er is aan Johnson ook een kant van twijfel, faken om tekortkomingen te verbergen, zich overschreeuwen om niet vergeten te worden. Dat is de Johnson die als beginnend journalist bij The Times ontslagen werd omdat hij citaten verzon. Dat is de Johnson die volgens biograaf Purnell een moeilijke jeugd had. Jonge Boris, geboren in New York, verhuisde van hot naar her. Van New York naar Londen, Washington, Connecticut, het Engelse Exmoor, weer Londen, en Brussel. Zijn moeder Charlotte had een zenuwinzinking, vader Stanley ging vreemd. Het gezin was ongelukkig in Brussel, waar zijn vader bij de Europese Commissie werkte.

Boris werd naar een strenge Engelse kostschool gestuurd, waar hij werd gepest omdat hij uit het buitenland overkwam. Hij zocht naar een manier om zich staande te houden. Hij las veel P.G. Wodehouse, de Britse humoristische schrijver die uitblinkt in typetjes. „Boris mat zich een onverzorgde look en persoonlijkheid aan, een soort Engelse excentriekeling uit de jaren dertig die stuntelig lijkt maar eigenlijk belezen is”, schrijft Purnell. Die kostschooltijd kweekte bij Johnson ook empathie, schrijft Purnell. „Voor buitenstaanders, ongeacht hun nationale of raciale achtergrond.”

Verfrissend

Want de man die zich zo bot kan uitlaten, was eveneens in het Lagerhuis en als burgemeester van Londen in zijn partij een vroege voorstander van gelijke rechten. Hij was vóór het homo-huwelijk. Als minister schrapte hij het verbod om de pride-vlaggen te hijsen op ambassades en consulaten. Op bezoek in Myanmar blunderde hij door in een tempel een koloniaal gedicht van Kipling te citeren. Maar hij trok ook naar afgebrande dorpen van Rohingya-moslims. In de bloedhete Birmese tropenzon stond hij, met zijn witte overhemd weinig ministerieel opengeknoopt, tussen de geblakerde resten. Mensenrechtenorganisaties zeiden soms dat Johnson verfrissend was: hij trok zich nergens iets van aan.

Johnson lijkt van weinig echt overtuigd, maar kan veel overtuigend brengen. Zelf bood hij een treffend inkijkje in zijn denken in het slotwoord van Lend Me Your Ears. Hij beschrijft de werkwijze van de pers. Journalisten zijn niet meer dan handelaren in meningen, constateert hij. Op de beurs koop je een aandeel als de koers laag is en hoop je dat de waarde stijgt. In de journalistiek neem je tijdig een controversieel minderheidsstandpunt in en hoop je dat je gedachtegang aanslaat.

Net als op de beursvloer, draait het in de media om het ontdekken van verborgen kansen, betoogde hij. „Laten we zeggen dat een charismatische prinses op tragisch jonge leeftijd overlijdt en het hele land beeft van rouw. Er zullen altijd een paar columnisten zijn die bijtende opmerkingen maken, in de trant van wat-is-hier-in-hemelsnaam-aan-de-hand”, schrijft Johnson.

Boris Johnson als hoofdredacteur van The Spectator in 2003.

JIM WATSON

Die zoektocht naar de ogenschijnlijke afwijkende meningen die raak zijn, die de onderbuik van lezers treffen, kan ervoor zorgen dat een maatschappelijk debat kantelt. Dat is volgens Johnson nodig voor de pers om te overleven, om relevant te blijven.

Zelf was Johnson in 2016 zo’n kantelpunt. Zijn besluit om campagne te voeren voor EU-uittreden was cruciaal. Nigel Farage voerde een harde en populistische campagne. Hij toonde grote posters van rijen migranten op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis, met de tekst Breaking Point: The EU has failed us all. Johnson heeft zelf niets tegen migratie. Hij is een kosmopoliet. Hij breekt zijn hoofd niet over de gevolgen van vrij verkeer van personen, zoals Theresa May. Maar de steun van Johnson voor de Brexit trok stemmers over de streep die zich niet zouden inlaten met Farage. Hij maakte de Brexit-stem respectabel. En zijn klapper: de bewering dat 350 miljoen pond die de Britten zogenaamd wekelijks naar Brussel sturen, na uittreden naar de nationale gezondheidsdienst zou gaan. Geen Brit die de heilig verklaarde NHS laat vallen, zag Johnson terecht in. Klopt het bedrag? Nee. Maakte dat Johnson veel uit? Nee.

Alias Alexander

Vreemd is dat niet. Dit is de man die besloot zijn eigen roepnaam te veranderen. Hij heet eigenlijk Alexander. Familie en intimi noemen hem ‘Al’. Zijn grootvader heette oorspronkelijk niet Wilfred Johnson, maar Osman Wilfred Kemal. Hij was op zijn beurt de zoon van Ali Kemal, een Turkse schrijver en bestuurder. Kemal werd op een reis naar Zwitserland verliefd op de Britse-Zwitserse Winifred Brun.

Na de geboorte van hun kind Wilfred stierf Brun, bleef Ali Kemal weg en werd het jongetje opgevoed door zijn Engelse grootmoeder. Uiteindelijk, wellicht om tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn Turkse roots niet te benadrukken, koos Wilfred ervoor de meisjesnaam van zijn oma aan te nemen, schrijft Purnell. Dat was Johnson.

Voor Boris Johnson zal deze familiegeschiedenis een les zijn geweest: alles is kneedbaar, niets is vormvast. Wat zijn feiten? Boris Johnson als premier of Alexander Kemal? Hoeveel had het gescheeld? Wat maakt het uit?

Zo presenteerde Johnson ook zijn keuze om uiteindelijk de Brexit te steunen. Hij had twee krantencolumns klaarliggen. Eentje pleitte voor blijvend lidmaatschap in een hervormde EU. Daarmee zou Johnson de lijn van toenmalig premier David Cameron volgen. De andere column betoogde dat een exit de beste optie was. Toen hij de twee naast elkaar legde, was het duidelijk dat uittreden de beste argumenten had, beweerde Johnson nadien. De column vóór de Brexit werd afgedrukt.

Zijn euroscepsis is echter al langer onderdeel van zijn politieke blik. In Lend Me Your Ears blikt Johnson terug op zijn tijd als Brusselse correspondent voor The Daily Telegraph eind jaren tachtig, begin jaren negentig. In zijn ogen zag hij Europa keer op keer falen. Intern hadden de Europese Gemeenschap volgens hem maar één standpunt: meer integratie, altijd integratie. „Nationale belangen gaan altijd voor de bijl”, schrijft hij. „Het idee was deels nobel: het aanjagen van vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Maar bij iedere bocht, leek het, ging de Commissie op de ingegroeide teennagels staan van de sceptici.”

Boris Johnson komt op zijn fiets aan bij het Britse parlementsgebouw, terwijl een demonstrant protesteert tegen Brexit.

Foto TOLGA AKMEN/AFP

Tegelijkertijd zag Johnson dat Europa zichzelf machtig vond, maar extern geen macht kon uitoefenen. „Drie jaar lang werd de oorlog in de Balkan overgelaten aan Europa, en het was een ramp. Pas na het beleg van Sarajevo, de verschrikkelijke vernedering van de VN-operatie in Srebrenica, besloten de VS dat het genoeg was. Het uur van Europa was voorbij. De lessen van Bosnië waren helder: Europa was besluiteloos en deed aan appeasement. Het Pentagon kwam met geweld en een oplossing.” Zijn conclusie in zijn boek uit 2004: „Het is uiterst moeilijk van 15, nu 27 landen, een politieke eenheid te maken.”

Dat Johnson toen al sceptisch was, lang voor het politiek opportune kantelpunt, zorgt ervoor dat hij nu het vertrouwen geniet van hardliners als Steve Baker, ook al heeft de rechterflank van de Tories door dat Johnson geen snoeiharde havik is, geen libertijn die gelooft in pure marktwerking en een kleine overheid. „Boris Johnson is geen Steve Baker”, zegt Steve Baker. „Natuurlijk gaan wij van mening verschillen. Als premier zal hij het land leiden zoals hij Londen leidde, als een bestuurder in het politieke midden, met pragmatische plannen. Ik vertrouw hem echter omdat ik zeker weet dat hij mij wat de Brexit betreft niet zal teleurstellen: 31 oktober betekent exit.”

Sarah Wollaston maakte Johnson vier jaar mee als fractiegenoot voor de Conservatieven. Voor haar politieke loopbaan was Wollaston arts, en gezondheidszorg is ook haar politieke specialisatie. Zij vindt de beruchte Brexit- belofte van Johnson om honderden miljoenen per week naar de NHS te sturen misleidend en afleiden van het debat over het zorgmodel, zoals de invloed van de vergrijzing. Dit jaar stapte Wollaston uit de partij. Boos en gefrustreerd zit ze nu als onafhankelijk lid in het Lagerhuis, maar ze is uitgesproken over wat Johnson als Conservatieve premier anders kan doen dat May. „Helemaal niets”, zegt ze. „Ook hij zal geen parlementaire meerderheid voor enige variant van een Brexit-plan vinden. Zijn premierschap wordt een bumpy ride.”

Er wordt in Westminster en Whitehall, de zetels van het Britse parlement en de ambtenarij, vaker getwijfeld aan de capaciteiten van Johnson. Een dwarse denker of een stokebrand zijn is makkelijker dan besturen. Sommige diplomaten noemen hem, off the record, lui of slechts geïnteresseerd in de hoofdlijnen. Soms lijkt hij ervan te genieten zijn ambtenaren diep te frustreren. Beroemd geworden is een fragment uit de BBC-documentaire Inside the Foreign and Commonwealth Office.

Johnson en Caroline Wilson, hoofd Europese Zaken op het ministerie van Buitenlandse Zaken, zitten in het dienstvliegtuig op weg naar Parijs, een altijd moeizaam bezoek voor Britse ministers aan hun buur en rivaal. Johnson bekijkt de toespraak die hij dient te geven.

„Nee, nee, nee, te saai”, zegt hij.

Wilson koeltjes: „Te saai? Right.

„Er moeten meer grappen in.”

„Euh. Oké. Ik zal er naar moeten kijken…”

Wilson en Johnson weten allebei dat ze gefilmd worden. Johnson zit in zijn stoel gepropt, Wilson aan de overzijde van het gangpad, haar lichaam een slag gedraaid, gericht op haar politieke baas. De diplomaat doet geen enkele moeite om haar frustratie te verbergen. Dit is geen minister, maar een puber, straalt ze uit. Johnson geniet zichtbaar van zijn rol als joker. Ontspan toch eens een keer, lijkt hij Wilson te willen zeggen. Het ongemak in het kleine straalvliegtuig is enorm.

„Uuuuuuh…. discu, discu, discuter de l’Iran.” „Misschien is het beter om echt alleen de hoofdlijnen in het Frans te doen.” „They love it when I speak French.

Voor een politicus met op zijn cv een zware ministerspost, een burgemeesterschap van acht jaar in Londen, een loopbaan als Lagerhuislid en als hoofdredacteur van The Spectator, een prominent conservatief weekblad, heeft Johnson weinig ideeën, visies en plannen voor zijn premierschap. Tijdens de campagne de afgelopen weken kwam hij amper verder dan het beloven van een belastingverlaging en duidelijk maken dat niet bang zijn voor een No Deal-Brexit de enige manier is om Brussel tot een gunstig akkoord te dwingen. Hardliners bij de Brexiteers hopen dat Johnson met zijn Europese ervaring de boel opschudt bij de EU.

Ideeënmoe

De Tories zullen Johnson dan ook niet om zijn visie kronen. Na decennia strijd over Europa en drie helse Brexit-jaren is de partij ideeënmoe. In de succesjaren, zoals onder Margaret Thatcher, waren de Conservatieven een partij van goede ideeën die starre ideologie meed, constateerde historicus Robert Saunders deze week in opinieblad New Statesman. Inmiddels is de partij in de greep van een ideologische sekte van Brexiteers en zijn er geen praktische ideeën meer, vervolgt Saunders.

Ondanks de Britse euroscepsis dacht Johnson als journalist in 2004 niet dat Europa geschikt was als thema om verkiezingen mee te winnen. „Met de beste wil van de wereld kun je Europese integratie niet zien als een bedreiging voor de nationale veiligheid”, schreef hij.

Johnson leent meer van Farage: hij is eveneens fors afgevallen, leeft gezonder en voert nu een strakke campagne

Nigel Farage en zijn politieke bewegingen hebben gedaan wat Johnson toen niet voor mogelijk hield. Als gevolg moet Johnson, mits hij volgende maand wordt verkozen door de partijleden, de Brexit regelen en impliciet concurreren met de grootste aanstichter. Johnson volgt het plan-Farage nauwgezet. De Brexit dient om het Britse parlement soeverein te laten zijn, maar het Lagerhuis is een forum dat gemeden dient te worden. Toespraken in theaterzaaltjes, optredens in documentaires en zijn column in de Telegraph – zijn privékanaal om te zenden – zijn effectiever. Na drie jaar Brexit-gestuntel zijn Britten politici beu, dus gezien worden op de groene bankjes van het Lagerhuis is alleen maar een last. Johnson leent meer van Farage: hij is eveneens fors afgevallen, leeft gezonder en voert nu een strakke campagne.

Oud-Tory Wollaston denkt dat Johnson nooit van Farage kan winnen. „Wat er ook gebeurt, het zal op verkiezingen uitdraaien. Farage zal met zijn Brexit-partij stemmen wegtrekken bij de Tories. Dat wordt dan een groot verlies voor de Conservatieven. Een deal sluiten met Farage kan ook niet, want dan vervreemdt Johnson zich van de andere zijde van de partij”, voorspelt ze.

Hardliner Steve Baker ziet het gevaar eveneens. Hij denkt echter dat Johnson een kans heeft. Door snel een exit te regelen. „Johnson en de Brexit zijn antwoorden op populisme, geen manifestatie ervan”, zegt hij. Boris Johnson vergeleek politici ooit met wespen in een glazen pot. Allemaal denken ze van zichzelf dat ze een kans hebben te ontsnappen, te overleven. De meeste Tories denken nu dat Johnson die ene gezegende wesp is. Maar als Johnson net als May, net als Cameron, net als Major, net als Thatcher, compleet vastloopt in zijn eigen partij, zich stukbijt op de taaie EU, zich verkijkt op de gevoeligheden op het Ierse eiland, dan is hij weinig meer dan de laatste poortwachter die strijdend sneuvelt voordat de Conservatieve Partij, ooit een trots en machtig kasteel, wordt geplunderd, verpulverd en verwoest.