Duurste vogelhut van Nederland

Natuur Op Goeree Overflakkee zijn ze ‘natuur aan het maken’ bij het Haringvliet, met Postcodeloterij-geld. Vogels, boeren, windmolens – een wankel evenwicht.

Foto Walter Herfst
Foto Walter Herfst

Op drie kwartier rijden van het drukke Rotterdamse centrum ligt natuurgebied Scheelhoek op Goeree Overflakkee. De weg leidt via de Maasvlakte en het akkerland van Voorne-Putten naar de Haringvlietdam, en eindigt bij een kleine groene oase voor watervogels in Stellendam.

Tegenover het industrieterrein dat je eerst op moet rijden, hangt een onopvallend groen bordje ter grootte van een A4’tje waarop staat dat de ingang van vogelobservatorium ‘Tij’ nabij is. En dat is dan ook de enige verwijzing op het Zuid-Hollandse eiland naar de gloednieuwe vogelkijkhut. „Tja”, zegt Jan Zwerus, die namens de Groep Jan Zwerus in de gemeenteraad van Goeree Overflakkee zit, „dat er verder geen routebordjes naartoe te vinden zijn, is wel raar.”

Zelf is de volksvertegenwoordiger vóór dit gesprek nog nooit bij het observatorium gaan kijken. Terwijl het toch echt de belangrijkste natuurattractie is die het Zuid-Hollandse eiland de afgelopen jaren gekregen heeft. Inclusief het vlonderpad van zo’n 300 meter kostte ‘het kijkpaleis’ 1 miljoen euro, zegt woordvoerder Lars Soerink van de Vogelbescherming, die meewerkte aan de bouw ervan. „Ik denk wel dat dit de allerduurste vogelkijkhut van Nederland is.”

Grachtengordeldingetje

Hoewel de nieuwe vogelkijkhut, die de vorm van een stern-ei kreeg, de landelijke media haalde en volgens boswachter Jan de Roon van Natuurmonumenten vlak na de opening in april al honderden belangstellenden trok, blijkt het enthousiasme onder de directe buren beperkt. Een „grachtengordeldingetje”, noemt imker en achterbuurman Frans Oldenburg de nieuwe aanwinst. Hij is er nog nooit geweest. „Flakkeeërs geven er geen ene rotruk om”.

Tegenstrijdige plannen voor de Rottemeren

Maar, nu Zwerus en Oldenburg er naar aanleiding van het interview over de betekenis ervan voor Goeree Overflakkee zijn gaan kijken, zijn ze onder de indruk. Door een verrekijker met lenzen van Swarovski glas is haarscherp te zien hoe eenden, zwanen, lepelaars en grote sterns hun verendek schoonpikken, visjes vangen langs de oevers van de opgespoten zandeilandjes, en af en aanvliegen om hun kuikens te voederen.

De bouw van vogelobservatorium Tij is het kroonjuweel van het door de Postcodeloterij gesponsorde Droomfondsproject (budget 27 miljoen euro), waarbij natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Vogelbescherming en het Wereldnatuurfonds samenwerkten. Hun doel is om de getijdenatuur rondom de monding van het Haringvliet in de Noordzee te herstellen en de aandacht van een breed publiek daarop te vestigen door onder andere de bouw van deze blikvanger.

Aanleiding was de gedeeltelijke opening van de Haringvlietsluizen eind 2018 waardoor er weer zout water het Haringvliet in kan stromen. De bedoeling is dat de vissen – haring, fint, steur – die na de oplevering van de dam in 1971 en afsluiting van het Haringvliet verdwenen, terug komen. Ook moeten nieuwe natuurgebieden langs de oevers zoals de Korendijkse slikken weer onderlopen, zodat watervogels zoals zeearenden, kluten, groenpootruiters en bontbekplevieren er kunnen eten en broeden. Hiervoor is ook grond aangekocht in het kader van het Droomfondsproject.

Vogelobservatorium Tij is betaald door de Postcodeloterij als onderdeel van de ‘Droomprojecten’.

Watersnoodramp

Het besluit om de sluizen af en toe open te zetten voor zeewater en stukjes land onder te laten lopen ten behoeve van de getijdenatuur viel niet bij iedereen op het eiland makkelijk, weet Zwerus die er opgroeide. Hij maakte de watersnoodramp in 1953 als kind mee en zag een groot deel van het eiland onderlopen. „Ik zag mijn dorpsgenoten de lijken uit het water vissen. Jaren is er niet over de ramp gepraat. Zo groot was het trauma.”

De Haringvlietdam moest herhaling voorkomen en betekende veiligheid. Maar voor de vogels en de vissen gold het tegenovergestelde. Voor hen was de afsluiting van het Haringvliet een catastrofe, zegt marien bioloog Bas Roels van het Wereldnatuurfonds. „Als zalmen vanuit de zee het Haringvliet op wilden zwemmen om in de achterliggende rivieren te paaien, stootten ze plots hun neus. Vissen konden er niet meer in of uit.”

Dat leidde ertoe dat trekvogels die van Afrika naar het noorden trekken niet meer in de delta landen om vis te vangen – sinds die afsluiting is er niet genoeg vis, zegt Roels. Daardoor dreigen vogelsoorten uit te sterven. De grote stern bijvoorbeeld, zit nu in kolonies te broeden bij de opgespoten eilandjes achter vogelobservatorium Tij. „Maar als je niet zorgt dat er genoeg vis zit, kunnen ze hun kuikens niet voeden. Die gaan dan dood. Als we nu niks doen, gaat het fout. Dan zitten we straks zonder al die vogels.”

‘Natuur’ is een heikel onderwerp op Goeree Overflakkee omdat de boeren bijna al het land gebruiken, weet imker Oldenburg. „Die willen dat zo houden.”

Oldenburg woont pal achter de Zuiderdieppolder. Natuurmonumenten kocht die polder in 2016 voor 5,5 miljoen euro van de gemeente om er natte natuur van te maken, zodat er vogels kunnen eten en broeden. En dat doen ze. De hekken om het terrein heen zijn nieuw, het hout blank en ongeloogd. Brandganzen (zwart-wit verendek) kuieren er in grote getale rond, hun snavels pikken in het groen van het moeras. Sommigen zijn overgestoken naar de akker van een boer aan de Zuiderdiepweg. Twee kinderen schreeuwen dat ze weg moeten. „Hé ganzen, donder ‘s op. Als je aan mijn bieten zit, vermoord ik je!”, gilt een jochie dat de akker opfietst om ze te verjagen. Er klinkt gegak en gefladder.

Maar ja, zegt Oldenburg, wat wil je? „De Zuiderdieppolder is pas in de jaren ‘60 aangelegd. Jonge klei, vruchtbaarder bestaat niet. Dus dat de boeren die niet willen opgeven, is logisch.”

Op de opgespoten eilandjes in de mond van het Haringvliet zijn nu eenden, zwanen, lepelaars en grote sterns te vinden.

De boer die er naast zit met zijn bedrijf, Hans Biemond, zegt dat de meeste vogels „altijd op de verkeerde plek zitten”. „Ze trappen mijn planten plat.” De nieuwe natuur die vroeger akkerland was, vindt hij lelijk. „Overal staan onkruid en distels. Die wil ik niet tussen mijn gewassen vinden.”

Imker Oldenburg was wél blij met de aanleg van de nieuwe natuur op Goeree – als je het natuur kunt noemen, aangezien het gaat om kleine, door de mens gecreëerde gebiedjes. Maar dat er ook windmolens op komen te staan, zit hem dwars. Hij vreest overlast van het gedraai van de wieken dat mogelijk te horen zal zijn rondom zijn huis. Maar ook vindt hij dat de molens niet thuis horen in het natuurgebied, dat zelfs pal naast een voor mensen ontoegankelijk en volgens Europese richtlijnen beschermd Natura 2000 gebied ligt.

Waarom die molens nu precies dáár moeten komen is nooit opgehelderd, zegt PvdA raadslid Jaap Willem Eijkenduijn. „Ik heb het de toenmalige wethouder [Frans Tollenaar, SGP, red.] gevraagd, maar geen antwoord gekregen.” Dat dit inderdaad zo is, blijkt uit vergaderingen over de komst van het windpark die tot en met 2013 terug te zien zijn zien via de website van de gemeente Goeree Overflakkee. Misschien is een electoraal belang? „Dat speelt mee”, zegt Eijkenduijn. „De SGP heeft een agrarische achterban. De meeste boeren willen wel molens op hun land. Dat levert ze veel geld op. Wat mij betreft had de gemeente ze langs de N59 gezet. Maar die grond is niet van de boeren maar van de gemeente.”

Windmolens

Uit de plannen voor het park, dat Kroningswind zal heten, naar de oorspronkelijke naam van de polder achter de Zuiderdieppolder, Kroningspolder, blijkt dat de boeren, onder wie ook Biemond, per molen 45.000 euro per jaar cashen. Daarvoor verhuren ze een halve hectare van hun land. In totaal komen er 19 onverlichte molens van 150 meter hoog. „Moet je nagaan”, zegt achterbuurman Oldenburg, „krijgen we straks 19 Euromasten achter dat natuurgebied.”

Hoewel de Vogelbescherming tegen de plaatsing van windmolens naast natuurgebieden is, trok deze toch de knip voor observatorium ‘Tij’ en de ontwikkeling van het gebied erom heen. „Wij hebben die molens daar natuurlijk ook liever niet. Maar er spelen zoveel belangen op dat kleine stukje land, dat we moeten accepteren dat vijf van die molens op het terrein van Natuurmonumenten komen.”

De opbrengst voor de verhuur van grond voor de vijf molens in de Zuiderdieppolder gaat naar de gemeente die dat steekt in de ontwikkeling van natuur en recreatie bij de Zuiderdieppolder. De gemeente koopt daarvoor vijf benodigde lapjes grond van Natuurmonumenten voor een symbolisch bedrag. Natuurmonumenten koopt dat terug voor hetzelfde bedrag zodra de windmolens verdwijnen, zegt beleidsmedewerker Frans van Zijderveld van Natuurmonumenten.

Op de akker van Biemond tegenover het Zuiderdiepgebied zitten brandganzen lekker te vreten van zijn bladgroen. De vijf molens komen tegenover zijn akker, langs de rand van het natuurgebied, zodat de vogels er zo min mogelijk last van hebben. Tegelijk vormen die molens straks een barrière om over te steken.

Ze kunnen er tussen door, en de wieken zijn zo hoog dat de kans dat ze er in vliegen klein is, concludeerde ecologisch adviesbureau Waardenburg vorig jaar. De slagschaduw echter die de wieken over het land werpen, jaagt vogels weg. Dat is te zien op een andere plek op Goeree Overflakkee waar windmolens staan, langs de grasgorzen bij de haven van Middelharnis. Overal zitten ganzen. Behalve waar de schaduw van de rotorbladen over het land valt en verdwijnt, gelijk het ritme van de draaiende turbines.

Lichaampjes

Of de vogels in de praktijk niet in de wieken vliegen, moet blijken, zegt boswachter Ted Sluijter van Natuurmonumenten die de Zuiderdieppolder beheert. „Je weet niet hoe de dieren het nieuwe natuurgebied gaan gebruiken.” Dat staat ook in de Milieu Effect Rapportage die gemaakt is in mei 2018 om het windmolenpark er te kunnen bouwen. Toen was het natuurgebied in de Zuiderdieppolder nog niet aangelegd en waren de eilandjes bij observatorium Tij nog niet opgespoten; die gaan vogelkolonies aantrekken waarvan er sommige mogelijk naar het achterland vliegen.

De meeste vogels vliegen niet hoger dan een meter of 40. Dus dan komen ze niet in de buurt van de rotorbladen en lopen ze geen gevaar. Maar als er mist is, vliegen ze hoger. Dus dan misschien wel. Als er veel slachtoffers blijken te vallen, is dat makkelijk te tellen, zegt boswachter Sluijter. De lichaampjes van de vogels liggen dan onderaan de paal. „Als het er teveel zijn, doen we een beroep op de wet natuurbescherming.”

In het slechtste geval moeten ze uitgerust worden met een detectiesysteem, zegt PvdA-raadslid Eijkenduijn. Dat zit ook op de 34 windmolens in de Grevelingen bij de Krammersluizen, tegenover de zuidrand van Goeree Overflakkee. Die staan ook in een natuurgebied. Als er vogels of vleermuizen aankomen, vallen de molens stil. „Dat werkt.”