Hoe uitzonderlijk is de prestatie van Maarten van der Weijden?

Elfstedenzwemtocht Zwemmer Maarten van der Weijden (38) begon vrijdag aan zijn tweede poging om de Elfstedentocht te volbrengen. Hoe uitzonderlijk is zijn prestatie? „Je voelt pijn alsof je met roodgloeiend staal wordt gestoken.”

Maarten van der Weijden zwemt door de gracht in Franeker tijdens zijn tweede poging om de Elfstedentocht te zwemmen.
Maarten van der Weijden zwemt door de gracht in Franeker tijdens zijn tweede poging om de Elfstedentocht te zwemmen. Foto Vincent Jannink/ANP

De rimpels op zijn handen en voeten waren de volgende ochtend alweer weg, de schuurplekken op zijn armen pas weken later. De spierpijn duurde enkele dagen, de vermoeidheid maanden. Zwemmen deed hij nauwelijks de rest van het jaar.

Eens en nooit meer. Maarten van der Weijden moest er niet aan denken om een tweede keer de Elfstedentocht proberen te volbrengen. Dat was maandagavond 20 augustus 2018, een paar uur nadat hij vlak voor Dokkum na tweeënhalve dag zwemmen uit het water was getild en naar het ziekenhuis werd gereden.

Toch stapt Van der Weijden vrijdag aan het einde van de middag bij de Swettehaven in Leeuwarden opnieuw het water in. Om er, volgens planning, maandag rond 19.30 uur bij de Groote Wielen pas weer uit te komen – 74 uur later. De 38-jarige olympisch en wereldkampioen doet een tweede poging om de Elfstedentocht te zwemmen. Het doel is hetzelfde: geld inzamelen voor kankeronderzoek.

De afstand van 195 kilometer – vijf kilometer minder dan de schaatstocht en zijn vorige poging – is te vergelijken met die van Amsterdam naar Brussel. Maar dan in het water, met een snelheid van zo’n drie kilometer per uur. Uur na uur, drie etmalen lang. Ook dit jaar wordt het weer een monstertocht genoemd, een die onmenselijk is.

Hoe uitzonderlijk is het om de Elfstedentocht, vrijwel non-stop, te zwemmen? „Er is een reden dat het nog nooit is gedaan”, aldus marathonzwemmer Ferry Weertman, als olympisch kampioen een opvolger van Van der Weijden.

Vorig jaar strandde de poging van Maarten van der Weijden in Burdaard, na 163 kilometer en 55 uur. Op 37 kilometer van de finish vond zijn arts het niet langer verantwoord dat hij verder zwom. Zijn zoutgehalte was niet meer op peil, hij hield zijn medicijnen niet meer binnen en hij was zwemmend in slaap gevallen.

Roze waterfietsen

De Elfstedentocht zwemmen is het meest extreme wat Van der Weijden zich kan voorstellen, vertelde hij in aanloop naar zijn eerste poging aan NRC. „Je kunt je lichaam niet laten wennen aan drie dagen achter elkaar zwemmen. Bij dit soort extreme duursporten kom je per definitie in gebieden waar je nooit was. Dat is eng, maar ook interessant.”

Van vermoeidheid zag hij vorig jaar tijdens zijn trainingstochten dingen die er niet waren. Alsof hij in een fata morgana zwom, tussen roze waterfietsen en zijn coaches die toneelstukjes opvoerden.

Lees ook het volledige interview met Maarten van der Weijden: ‘Ik ben bezeten, geen leuke man, geen toffe vader’

Sporters die het redden om bijna tweehonderd kilometer te zwemmen zijn zeldzaam. Ferry Weertman: „Er is een enkeling die bizarre tochten heeft gemaakt. Maar echt langer dan tachtig kilometer wordt er niet vaak gezwommen.” Weertman werd in 2016 olympisch kampioen in Rio de Janeiro op de 10 kilometer in open water. Tijdens een intensieve trainingsweek zwemt hij honderd kilometer, verdeeld over tien sessies. „Maarten doet gewoon het dubbele achter elkaar.”

Ross Edgley maakte vorig jaar, ter promotie van zijn boek, een van die uitzonderlijke tochten. De Engelsman was de eerste die om het vasteland van Groot-Brittannië zwom. Hij deed 157 dagen over 3.218 kilometer, zestien keer de afstand van de Elfstedentocht. Edgley kwam al die tijd niet aan land en zwom dagelijks zes tot twaalf uur tussen de hoge golven in zee. De rest van de tijd bracht hij door op een boot.

De Sloveen Martin Strel nam een stuk minder rust toen hij in 2007 de Amazonerivier afzwom. Van Peru naar Brazilië, 5.268 kilometer, in 66 dagen. Hij haalde er een notering mee in het Guinness Book of Records. Strell zwom gemiddeld 80 kilometer per dag, van zonsopgang tot zonsondergang. Zijn crew, die hem begeleidde vanuit een boot, gooide emmers bloed overboord als afleidingsmanoeuvres voor piranha’s.

Van gevaarlijke dieren in het water zal Van der Weijden in Friesland geen last hebben. Wel neemt hij aanzienlijk minder rust door twintig uur per dag te zwemmen – ook in het donker. In het schema dat is opgesteld is plaats voor één uur rust in de eerste nacht, twee tot drie in de andere. „De hele dag door is arm voor arm vooruitgaan het enige wat hij doet”, aldus Weertman. „Dat is een bizarre gedachte.”

5 miljoen euro

Vorig jaar kreeg de zwemtocht met het uur meer aandacht. Van der Weijden haalde uiteindelijk 5 miljoen euro op voor kankeronderzoek. ‘Held’ was tijdens zijn tocht een van de meest geplaatste woorden op sociale media over de zwemmer, blijkt via Coosto, een analysetool voor sociale media.

Ook buiten Nederland bleef zijn prestatie niet onopgemerkt. „Ik bewonder het dat hij aandacht geeft aan zwemmen terwijl hij een goed doel ondersteunt”, zegt Evan Morrison vanuit San Francisco. De Amerikaan is medeoprichter van de Marathon Swimmers Federation (MSF). Hij ontwikkelde een database die inmiddels bijna 50.000 zwemresultaten van 20.000 zwemmers bevat. De federatie stelt op zijn website dat dit het meest uitgebreide overzicht is.

Lees ook deze column: De aanbidding van de lijdende Maarten

De langste non-stop zwemtochten die geregistreerd staan duurden 168 kilometer (op ‘vlak’ water) en 194 kilometer (met oppervlaktestromen). Dat laatste record is in handen van de Kroaat Veljko Rogosic, die in 2006 in vijftig uur de Adriatische Zee overstak. In het Guinness Book of Records – dat een andere meetmethode gebruikt dan de MSF – staat deze langste zwemafstand geregistreerd als 225 kilometer.

De Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden is niet terug te vinden in het overzicht. „We houden geen gegevens bij van tochten in een wetsuit”, aldus Morrison. MSF registreert alleen afstanden die in een zwembroek zijn gezwommen. „Wetsuits bieden een enorm voordeel voor snelheid, drijfvermogen en warmteretentie”, zegt Morrison.

Maakt dat zijn dagenlange tocht door de Friese wateren minder zwaar? „Iedereen denkt: dat doet-ie wel even”, zegt marathonzwemmer Milko van Gool. „Maar iedereen heeft ook gezien hoe hij vorig jaar naar het ziekenhuis werd afgevoerd.” In vergelijking met een hardloopafstand moet je een zwemafstand qua intensiteit met vier vermenigvuldigen, volgens Van Gool. „Het is dus als een ultraduurloop van achthonderd kilometer.”

Zelf stak Van Gool, die met Marcel van der Togt dezelfde coach heeft als Van der Weijden, onder meer Het Kanaal over (33 kilometer) en zwom hij, tussen de kwallen, in water van 13 graden van Noord-Ierland naar Schotland (35 kilometer). „Je gaat je schouders, rug en nek voelen. Er komen veel pijntjes op plekken waarvan je niet weet dat je er spieren en pezen hebt. Alsof je met roodgloeiend staal wordt gestoken.”

Vier jaar geleden zwom Van Gool twee keer het IJsselmeer over (44 kilometer), zijn langste afstand. Hij was pas de vijfde persoon die dat lukte. „Aan het einde zat ik te janken op de wal. En dat doet Maarten als trainingstocht.”