Recensie

Recensie Boeken

Een onweerstaanbaar boeiend en troostrijk boek over de natuur (●●●●●)

Natuurboeken Een klassieker van de Britse Annie Dillard, die zich in Virginia terugtrok in een boshut, is schitterend vertaald. En natuurjournalist Elvira Werkman schrijft over een hartstochtelijke, Nederlandse ornitholoog en ‘vogelredder’.

Circus pygargus in een encyclopedie van Georges-Louis Leclerc de Buffon, 1770.
Circus pygargus in een encyclopedie van Georges-Louis Leclerc de Buffon, 1770. Beeld Francois-Nicolas Martinet in Histoire Naturelle /Getty Images

‘Ons bestaan is een vaag spoor aan de oppervlakte van het mysterie, als de grillige, bochtige tunnels die de bladmineerders door een blad graven’. En: ‘Ons leven is een vage lijn op het oppervlak van het mysterie’.

Deze zinnen komen uit een van de beroemdste Amerikaanse natuurboeken, de klassieker Pelgrim langs Tinker Creek (1974) van Annie Dillard (1945). De destijds 29-jarige Dillard won er de Pulitzerprijs voor non-fictie mee. Het werd meteen in het Nederlands vertaald als Waterspiegelingen (1978), door Ruud Rook, en nu is er een nieuwe, erg mooie vertaling verschenen van de hand van Henny Corver.

Voor Angelsaksische natuurschrijvers als Robert Macfarlane, Richard Adams (Waterschapsheuvel) en Richard Deakin is Dillards boek maatgevend. Macfarlane noemde haar in een hommage in The Guardian (2005) een huge figure en haar boek een contemplatie over ‘mysterie, dood, schoonheid, geweld’.

Longontsteking

Voor Dillard maakt de mens wezenlijk onderdeel uit van de natuur die is als ‘een toonzaal vol schatten en raadsels, een ondoorgrondelijke schepping die ons boeit door haar geheimen’. Dillards boek is als een vergrootglas dat ligt op en rondom haar hut bij een kleine kreek in de Blue Ridge Mountains in de staat Virginia. In 1971 trok ze zich daar terug, nadat ze ternauwernood was ontkomen aan een levensbedreigende longontsteking. Ze bracht vier seizoenen in haar boshut door, maakte duizenden dagboekaantekeningen waaruit ze uiteindelijk haar boek samenstelde. Dillards domein is beslist geen wildernis: het is heuvelachtig boerenland afgewisseld met bossen, rots- en waterpartijen.

De bovengenoemde zin over de bladmineerder is kenmerkend: ze brengt een van de allerkleinste insecten samen met het menselijk bestaan en de som daarvan is het leven als mysterie. Zo schakelt de schrijfster heen en weer tussen het minuscule en het universele. Details als een flintertje licht op het water (waterspiegelingen!) leidt bij haar moeiteloos tot religieuze reflectie, over God die verborgen is in Zijn schepping.

Zelf noemde ze Pelgrim langs Tinker Creek een ‘boek van theologie’ en niet een natuurboek. Het werd vergeleken met het befaamde Walden (1854) van Henry David Thoreau. Ook hierin speelt een religieuze omgang met de natuur een beslissende rol en volgen we de schrijver op zijn wandelingen langs een klein meer, zoals Dillard langs een riviertje loopt.

Dillard ontdekt zowel geheimenissen in de natuur als ‘gekkigheid’. Ze betoogt met verfrissende opgewektheid dat ‘de hele natuur een en al gekkigheid’ is, want ‘je zou nooit zoiets buitenissigs weten te bedenken als een giraf’. Verrukkelijke zinnen en verrukkelijke waarnemingen die Dillard in een royaal gebaar bladzijde na bladzijde de lezer aanbiedt.

Dillards boek heeft de vorm van een journaal. Elk hoofdstuk begint met een wandeling vanuit haar houten hut langs het naastgelegen Tinker Creek, en elke stap inspireert haar tot observaties en beschrijvingen die balanceren op de grens van poëzie en wetenschap, verwondering en rationele analyse. Ze noemt zichzelf geen wetenschapper maar een verkenner of ontdekkingsreiziger, een sluipjager in een wereld die God met ‘overdaad en overmoed heeft geschapen.’

Nederlandse bossen

Als we lezen en nadenken over de natuur in Nederland, dan stuiten we onherroepelijk op beleid. Nederlandse bossen worden rücksichtslos gekapt omdat er heide moet komen. Weidevogelbeschermers staan op gespannen voet met boeren en zelfs met beschermers van roofvogels.

In De man op de dijk beschrijft natuurjournalist Elvira Werkman op soms beklemmende wijze de worsteling van één man, natuurbeschermer en ornitholoog Ben Koks, om nestgelegenheid voor de grauwe kiekendief – een van de mooiste, slankste roofvogels – in de Groninger aardappelakkers te behouden.

Werkman volgt Koks die met niet te stuiten energie en vasthoudendheid op zijn missie is: hij overtuigt aardappelboeren ervan dat ze nesten moeten behoeden, hij zendert kiekendieven om hun vliegbewegingen te volgen en zo hun territoria en voedselgebieden veilig te stellen. Van de Groningse akkergebieden tot in Wit-Rusland, Engeland, Duitsland en de Sahel in Afrika bestudeert Koks de Circus pygargus, die vroeger veel in Nederland voorkwam maar door pesticiden hier uitstierf. Koks en zijn collega-onderzoekers, boeren en vrijwilligers hebben iets tot stand gebracht dat onmogelijk leek in ons overgereguleerde land: het redden en opnieuw introduceren van die bedreigde vogelsoort.

Kiekendief

Werkmans verslag van Koks’ bemoeienissen getuigt van grote kennis van het complexe Nederlandse natuurbeleid en van de boerenwereld. Het was voor ‘vogelredder’ Koks een grote schok toen hij ontdekte dat de reusachtige maaimachines nesten met eieren of jonge vogels tijdens de oogst vernietigden. Door de nesten te markeren, was dit gevaar geweken. Maar het was niet voldoende: er moest voedsel zijn. Dus bedacht Koks dat de akkerranden ingezaaid moesten worden met een rijk mengsel van kruiden, grassen en granen. Hier komen kleinere vogels en muizen op af, het voedsel van de kiekendief. De man op de dijk bewijst dat een vogel als de kiekendief symbool staat voor de politieke arena die onze natuur beheerst.

Onze wereld van nu is zo anders dan die van Annie Dillard destijds: helaas heeft op pijnlijke wijze het ondoorgrondelijke mysterie dat de natuur is plaats moeten maken voor vaak onoplosbare belangenstrijd. Dillards gelukzalige aanwezigheid in de groene weelde langs de boorden van Tinker Creek is onweerstaanbaar boeiend en troostrijk. In het mysterie dat zij openbaart ligt de bron van onze aandacht voor de natuur, die de bescherming zo hard nodig heeft. Zo grijpen de boeken van Dillard en Werkman prachtig in elkaar.