Recensie

Recensie

De geschiedenis als supermarkt

    • Rob Hartmans

Steeds meer wordt het verleden alleen van belang geacht als we er nu iets aan hebben. Dit ‘présentisme’ kan gevaarlijk zijn als geschiedenis wordt gebruikt om een politieke boodschap op te pimpen.

Foto’s iStock

Van de gruwelijkheid van het Rode Khmer-regime in Cambodja, waar de hele bevolking tot levenslange dwangarbeid was veroordeeld, kunnen hedendaagse westerlingen zich niet echt een voorstelling maken. Maar als je kijkt naar de leuzen die overal te lezen waren, krijg je niettemin een eerste indruk van de onmenselijkheid van dit communistische experiment: ‘Wie niet snel genoeg vooruitkomt, wordt door het wiel der geschiedenis vermorzeld’ of ‘Het is beter om per ongeluk een onschuldige te doden, dan een vijand te behouden’. De meest huiveringwekkende was in mijn ogen echter: ‘Er zijn geen zondagen, alleen maar maandagen!’ Het idee dat er altijd gewerkt moet worden, dat het leven uit niets anders bestaat dan zwoegen, dat moet buitengewoon demoraliserend hebben gewerkt.

We kunnen zo’n leuze afdoen als belachelijk, net zoals we in de opmerking over ‘het wiel der geschiedenis’ een primitieve poging kunnen zien om de bevolking te bekeren tot het marxistische evangelie, maar dan verliezen we uit het oog dat machthebbers een bepaalde visie op de geschiedenis of een specifiek tijdsbesef soms inzetten om hun beleid te legitimeren en door te drukken. Een veranderd tijdsbesef heeft immers ook invloed op hoe men naar de werkelijkheid kijkt.

Een klassiek voorbeeld is uiteraard de invoering van een geheel nieuwe kalender tijdens de Franse Revolutie, die niet alleen een breuk vormde met de christelijke jaartelling, maar tevens met de Bijbelse indeling van zevendaagse weken. Stalin kwam eind jaren twintig van de vorige eeuw met het voorstel om de zaterdag en zondag af te schaffen, zodat de week van de Sovjetburger voortaan slechts vijf (uiteraard werk-)dagen zou tellen, die aangeduid zouden worden met verschillende kleuren. Na enkele mislukte experimenten werd hier toch maar van afgezien.

Continuïteit en traditie

Over het algemeen is de relatie tussen macht en tijd heel wat subtieler en wordt vooral de kijk op het verleden ingezet om politieke macht en beleid te rechtvaardigen. Historici hebben hier de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor gekregen, zodat er in de geschiedschrijving inmiddels na de linguistic turn en de cultural turn al over de temporal turn wordt geschreven. Baanbrekend op dit terrein was het werk Régimes d’Historicité (2003) van de Franse historicus François Hartog (1946) dat recentelijk in het Engels is vertaald. Met de term ‘historiciteitsregime’ bedoelt Hartog de wijze waarop een samenleving omgaat met de relatie tussen verleden, heden en toekomst.

Vóór de Franse Revolutie werd er doorgaans vanuit gegaan dat het verleden de toekomst kon ‘verlichten’. Hoe ouder iets was, hoe krachtiger en eerbiedwaardiger het was, en hoe nuttiger het kon zijn voor de toekomst. Wie wilde weten hoe de samenleving moest worden ingericht, diende naar de Oudheid te kijken. Continuïteit en traditie waren vaak doorslaggevend.

De Franse Revolutie vormde een radicale breuk met deze kijk op het verleden, aangezien sindsdien de toekomst maatgevend werd. Nu brak de tijd van de grote utopieën aan – die van het communisme, fascisme en neoliberalisme – waarin de droom van de gelukzalige toekomst bepaalde hoe men het heden en verleden te lijf ging.

Inmiddels wordt echter een nieuw ‘régime’ dominant, namelijk dat van het présentisme, waarin het verleden alleen van belang wordt geacht als we er nu iets aan hebben. Een relatief onschuldige variant hiervan is de hype van het ‘erfgoed’, waarin het complexe en door strijd getekende verleden al snel wordt platgeslagen tot toeristische attractie, maar gevaarlijker wordt het wanneer het présentisme de politiek gaat beheersen. Wanneer geschiedenis een supermarkt wordt, waarin je naar believen kunt shoppen en voor een habbekrats leuke gadgets kunt aanschaffen om je eigen politieke boodschap mee op te pimpen, breekt er een tijd aan waarin Hegels ‘uil van Minerva’ wordt gezien als een drone die je zelf langs de bergtoppen en diepste dalen van het ondergaande Avondland kunt laten scheren.

Übermensch

Terwijl Hartog zich vooral richt op de ideeën over tijd en historiciteit van filosofen, schrijvers en historici, concentreert de Australisch-Britse historicus Chris-topher Clark – beroemd geworden met The Sleepwalkers (2012), over het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, en verschillende boeken over Pruisen – zich in Time and Power op vier Duitse machthebbers. Frederik Willem I van Brandenburg-Pruisen (1620-1688) brak al met de door Hartog geschetste neiging van het ancien régime om geschiedenis en traditie te gebruiken om het heden naar zijn hand te zetten. De ‘Grote Keurvorst’, die de grondslag legde voor de dominante positie van Pruisen in Midden-Europa, wilde van zijn lappendeken van territoria een moderne, slagvaardige staat maken en probeerde daarom de macht van de adel en stedelijke elites te breken. Geholpen door onder anderen hofhistoricus Samuel von Pufendorf wees hij hun beroep op het verleden zonder meer van de hand en beriep hij zich op de toekomst.

Filosoof-koning

Zijn achterkleinzoon Frederik II (1712-1786) zag zichzelf graag als filosoof-koning, maar was volgens Clark (1960) meer een historicus-koning, aangezien zijn geschriften op dat terrein origineler waren dan zijn wijsgerige traktaten. Niettemin paste zijn beroep op de Oudheid in de traditie van het classicisme, wat goed aansloot bij zijn behoefte het heden te presenteren als iets dat stabiel en zelfs onveranderlijk was.

Otto von Bismarck (1815-1898) daarentegen zag de geschiedenis als een brede, grillige rivier vol draaikolken en stroomversnellingen, en zichzelf als de ideale loods die het schip van staat drijvende hield. Het verleden speelde geen rol, behalve als legitimatie voor het bewind van het huis Hohenzollern.

Derde Rijk

Terwijl Bismarck heel sterk in het heden leefde, leefde Adolf Hitler (1889-1945) zowel in een ver en mythisch verleden als in een even verre en mythische toekomst. Van geschiedenis, van ontwikkeling was in zijn ogen geen sprake, het enige dat telde was een raciaal gedefinieerd continuüm. In dit wat Clark een ‘eschatological time-scape’ noemt zou de Arische Übermensch zo’n duizend jaar heersen, waarna opeenvolgende generaties vol bewondering naar de monumentale ruïnes van dit Derde Rijk zouden kijken.

Wat het dunne, elegante maar rijke en erudiete boek van Clark duidelijk laat zien, is dat denken over tijd en historiciteit geen ‘waardevrije’ bezigheid is, maar ingezet wordt om politiek en publieke opinie mee te manipuleren. Met als recente voorbeelden de Brexit-slogan ‘Take back control’, Trumps ‘Make America great again’ en ‘Wij zijn de partij van de Wedergeboorte’.