De pensioenwereld is op, en de lage rente heeft het gedaan

Uitholling spaarvarken Voor het pensioenakkoord is alom steun. Maar blijft het akkoord overeind als de rentedaling aanhoudt?

Champagne en taart. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, rechts) viert het pensioenakkoord met de fractie van D66 in de Tweede Kamer.
Champagne en taart. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, rechts) viert het pensioenakkoord met de fractie van D66 in de Tweede Kamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Dit was de week dat polderpolitiek en wereldpolitiek met elkaar botsten. Nationale politici, bonden en werkgevers vierden het polderakkoord over pensioenvernieuwing en bevriezing van de AOW-leeftijd. Ze waren opgelucht dat de FNV-leden massaal akkoord waren gegaan. De Tweede Kamerfractie van D66 dronk champagne met haar minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken).

Maar toen bedierf de rentepolitiek van de Europese en Amerikaanse centrale banken het polderpensioenfeestje.

De Amerikanen zijn bang voor groeivertraging, de Europeanen willen de economische groei én de inflatie aanwakkeren. Beider oplossing: versoepeling van de geldpolitiek met een lagere rente. Op de financiële markten liepen beleggers al vooruit op de verwachte verlagingen. Op toonaangevende Duitse en Nederlandse obligaties is de rente nu negatief. Beleggers zijn bereid hier geld op toe te leggen.

Juist die nóg lagere rente bedreigt dat polderakkoord over pensioen en AOW, dat negen jaar op zich liet wachten. De rentevrees hing als een donderwolk boven het debat dat de Tweede Kamer woensdag voerde over het pensioenakkoord. Als de rente lang nul blijft, hebben we met z’n allen een probleem, erkende minister Koolmees. Pieter Omtzigt, pensioenexpert van de CDA-fractie, viel hem bij: dan kunnen we hervormen wat we willen, maar hebben we een totale erosie van de waarde van de pensioenen.

Hoe kan dat?

Het Nederlandse pensioenstelsel is een kolossaal spaarvarken met nu 1.300 miljard euro aan beleggingen. De ultralage rente pakt daar prima voor uit. Zo tikte de Amerikaanse beursgraadmeter S&P 500 deze week weer een record aan.

Maar de beurseuforie wordt in de pensioenwereld geheel overschaduwd door de gevolgen van de lage rente voor de waarde van toezeggingen die de pensioenfondsen aan zo’n tien miljoen werknemers en gepensioneerden hebben gedaan. De fondsen moeten die toezeggingen berekenen tegen de actuele, ultralage rente: de rekenrente. Een lage rekenrente jaagt de waarde van die toezeggingen op, en dat moeten de fondsen weer compenseren met beleggingen die even hard in waarde stijgen.

Dat laatste lukt niet meer. De pensioenwereld is aan het eind van zijn Latijn. Pensioenverlágingen zijn hier en daar al nabij. De pensioenpremies zijn op recordhoogte, de pensioenen al jaren bevroren. De onvrede hierover heeft mede geleid tot het pensioenakkoord. Na de vernieuwing zullen de pensioenen sneller verhoogd worden als de beleggingen floreren. Dat de pensioenen ook sneller krimpen als de beleggingen dalen, laten politici en pensioenwereld liever onderbelicht.

Machteloze stormloop

De oppositie én CDA’er Omtzigt wisten het woensdag wel: de lage rente heeft het gedaan. Zij hielden een machteloze stormloop op het lagerentebeleid van de Europese Centrale Bank. Zij daagden Koolmees uit de ECB te veroordelen, maar de minister gaf geen krimp.

Meer succes had de Kamer met een andere exponent van dat beleid: oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA). Hij leidde een commissie met zes geleerden die elk vijf jaar het ministerie van Sociale Zaken en De Nederlandsche Bank (DNB) adviseert over de financiële ruimte van pensioenfondsen. De politiek vindt pensioen te belangrijk om cruciale keuzes, zoals verwachte rendementen en rekenrente, over te laten aan werkgevers en vakbonden. Anders bestaat het risico dat zij met kortetermijnmaatregelen de ene generatie bevoordelen boven de andere.

In haar jongste advies kiest de commissie-Dijsselbloem nog duidelijker dan vijf jaar terug voor rekenen op basis van de actuele, lagere rente en lagere rendementen. Dat beperkt de financiële ruimte van de pensioenfondsen. En dat staat weer haaks op de bedoeling van het akkoord, dat de pensioenwereld juist méér ruimte geeft om bevroren pensioenen te verhogen.

Is hier iets misgegaan?

Economische realiteit

Er is een verschil in opdracht. De commissie-Dijsselbloem moest zich baseren op de financieel-economische ontwikkelingen uit het verleden en realistische inzichten over de toekomst. „Deze economische realiteit verandert niet als gevolg van het pensioenakkoord.” Voor De Nederlandsche Bank én voor minister Koolmees is de realiteit de ultralage rente.

Voor vakbonden, gepensioneerden en verschillende Kamerfracties is de economische realiteit wezenlijk anders. Zij zien plezierige rendementen, bevroren pensioenen en zeggen: kijk, de rekenrente kan omhoog. Pensioenwaakhond DNB en minister Koolmees wijzen dat af.

Lees hier het achtergrondverhaal over het pensioenakkoord: Wat het pensioenakkoord voor jou - en de mensen om je heen- betekent

Hun ‘nee’ vloeit voort uit het toezicht op pensioenfondsen. In een crisis worden banken soms wel gered, maar pensioenfondsen niet. Als een fonds onherstelbaar in de problemen komt, probeert De Nederlandsche Bank de pensioentoezeggingen te verkopen aan een particuliere partij: meestal een verzekeraar. Die betaalt hooguit de marktwaarde van de pensioenpolissen die is afgeleid van de marktrente. Als het pensioenfonds te royaal heeft gerekend, zodat de waarde van de pensioenpolissen te hoog in de boeken staat, doet een verzekeraar geen overname. Dan zijn de pensioengerechtigden de klos. Dus wil DNB met de rekenrente zo dicht mogelijk tegen de marktrente aanzitten.

In het Kamerdebat was Koolmees gedecideerd: geen hogere rekenrente. Maar hij gaf ook wat toe. Hij staat achter het doel van het pensioenakkoord, namelijk onvrede wegnemen en pensioenen verhogen bij beleggingswinsten. Voor de uitwerking verwees hij naar een beloofde stuurgroep met vakbonden, werkgevers en experts. Als dat doel van een koopkrachtig pensioen niet gehaald dreigt te worden, wil FNV-voorzitter Han Busker een nieuw advies bestellen over de rekenrente. Koolmees sprak hem niet tegen.

Hier broeit een potentieel conflict met De Nederlandsche Bank én het deel van de Kamer dat juist hecht aan conservatieve rekenregels. De hamvraag is: welke positie kiezen de werkgevers in dat krachtenveld? Pensioen is een arbeidsvoorwaarde voor hun werknemers. Werkgevers zijn de grootste financier van het stelsel. Zij beslissen mee. Als het vernieuwde pensioensysteem door een rekenregel niet oplevert wat de werknemers nu is voorgespiegeld, hebben de vakbonden een probleem. Maar de werkgevers ook.

Lees hier de reconstructie over hoe het pensioenakkoord er na negen jaar toch kwam