Opinie

Bracht de slavernij u voordeel? Leg rekenschap af

Slavernij Excuses voor de slavernij zijn betekenisvol als ze komen van de families die de voordelen van slavernij en kolonialisme erfden, schrijft .

Vorig jaar verzochten de burgemeesters van Zaanstad en Rotterdam de regering excuses te maken voor het slavernijverleden. Het verzoek past in een internationale trend waarin instellingen en overheden naar manieren zoeken om rekenschap af te leggen voor dit verleden. In februari van dit jaar bijvoorbeeld, sprak de Democratische senator Elizabeth Warren, ook kandidaat in de Amerikaanse voorverkiezingen voor het presidentschap, zich uit voor reparations, herstelbetalingen aan Afro-Amerikanen wier voorouders hebben geleden onder de slavernij. Ook andere Democratische presidentskandidaten hebben het idee omarmd.

In het Verenigd Koninkrijk onderzoeken de vooraanstaande universiteiten van Glasgow en Cambridge welk aandeel zij hadden in de trans-Atlantische slavernij en hoe zij een programma van reparatory justice (herstellende gerechtigheid) kunnen inrichten.

Dergelijke programma’s zijn geen overbodige luxe. Veel samenlevingen rond de Atlantische Oceaan dragen de littekens van de grootschalige slavenhandel van de achttiende en negentiende eeuw. Het blijkt dat nazaten van de slaven van toen nog altijd een economische achterstand hebben en maar moeizaam een plek veroveren in wetenschap, cultuur en politiek.

De VN riep 2015-2024 daarom uit tot een Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst. Ook het Europees Parlement zette een voorzichtige stap door op 26 maart 2019 een resolutie aan te nemen waarin Afrofobie wordt erkend als specifieke vorm van racisme die actiever bestreden moet worden.

Ook in Nederland wordt dit deel van het koloniale verleden stap voor stap een vanzelfsprekend onderdeel van de geschiedenis, en daarmee worden nazaten van Nederlandse slaafgemaakten een vanzelfsprekender deel van de samenleving. Maar de kwestie van rekenschap, in de vorm van excuses of anderszins, wordt nog vaak vermeden.

Internationaal zoekt men steeds vaker naar specifieke historische verbanden tussen de slavernijgeschiedenis en hedendaagse nazaten. Zo maakte de University of Georgetown in 2015 excuses aan de nazaten van 272 individuen die de universiteit in 1838 had verkocht om een gat in de begroting te dichten. Die excuses werden vervolgens grond voor het organiseren van een vereenvoudigde toelating tot die universiteit voor de nazaten van deze 272 mensen. Studenten van de universiteit besloten dit jaar dat dat onvoldoende was en stemden in met het heffen van een jaarlijkse toeslag van 27,20 dollar bovenop het collegegeld om een reparations fund te vullen.

Lees ook: de huidige canon is wel/niet aan herziening toe

De actie van de studenten staat niet op zichzelf. Honderden universiteiten doen momenteel onderzoek naar de manier waarop geld uit slavernij in de universiteit werd geïnvesteerd, hoe er op de campus werd omgegaan met slaafgemaakten, en in hoeverre academici betrokken waren bij het goedpraten of juist bestrijden van slavernij. Glasgow deed al een grootschalig onderzoek en ook Cambridge voegde zich recent bij het lijstje. Glasgow ontwikkelde op basis van de bevindingen een actieplan.

Ook in Nederland worden stappen richting erkenning en rekenschap gezet. De Evangelische Broedergemeente maakte in 2012 excuses voor haar (aanzienlijke) rol in de slavernij. Het Mauritshuis richtte een tentoonstelling in om het gesprek op gang te brengen over het slavernijverleden van haar naamgever, en in het najaar volgt Museum Van Loon met een tentoonstelling over de rol van de familie Van Loon in deze geschiedenis.

Door de gemeente Rotterdam is een historisch onderzoek ingesteld naar het aandeel van de stad in de geschiedenis van kolonialisme en slavernij.

Lees ook: Vasthouden aan koloniale nostalgie helpt niemand verder

De huidige ontwikkelingen kunnen een aanmoediging zijn voor instellingen en families om vergelijkbare stappen te gaan zetten, hoe ongemakkelijk het gesprek daarover ook zal zijn. Uit de internationale voorbeelden blijkt dat excuses en reparations er niet komen door juridische druk van nazaten van slaafgemaakten. Ze komen eerder voort uit een gevoel van morele verplichting bij degenen die de voordelen van slavernij en kolonialisme erfden. In Nederland kunnen de families die bij de afschaffing van de Nederlandse slavernij in 1863 aanzienlijke compensatie van de overheid ontvingen zich afvragen hoe het profijt dat destijds van deze regeling werd getrokken vandaag de dag kan worden ingezet voor de bestrijding van de voortdurende ongelijkheid onder de nazaten van de vrijgelatenen. Het valt te verwachten dat de meest betekenisvolle excuses en reparations niet van overheidswege zullen komen, maar eerder uit het directe contact tussen nazaten van specifieke slaafgemaakten en de eigenaren van toen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.