Recensie

Recensie

De twee grote mythen over Beethovens doofheid

Beethoven zou door zijn doofheid zijn muziek volledig in zijn hoofd hebben gecomponeerd. Maar volgens muziekhistoricus Robin Wallace bleven lichamelijke ervaringen tot het einde toe belangrijk voor hem.

Beethoven in 1800 geportretteerd door Joseph Karl Stieler. De componist is dan vijftig.
Beethoven in 1800 geportretteerd door Joseph Karl Stieler. De componist is dan vijftig.

De Amerikaanse muziekhistoricus Robin Wallace was zo slim om niet te wachten tot het Beethovenjaar 2020 met de publicatie van Hearing Beethoven. A Story of Musical Loss and Discovery. Bij de herdenking van Beethovens 250ste geboortejaar staat ons volgend jaar vermoedelijk een lawine van nieuwe Beethoven-studies te wachten. Dan zou dit bijzondere boek misschien zijn ondergesneeuwd. En dat zou jammer zijn.

In Hearing Beethoven vervlecht Wallace twee verhalen: Beethovens worsteling met de doofheid die hem al vóór zijn dertigste trof en die hem in de laatste tien jaar van zijn leven zijn gehoor vrijwel volledig ontnam. Tegelijk vertelt Wallace met bewonderenswaardige eerlijkheid en directheid een heel persoonlijk verhaal over zijn eigen overleden vrouw Barbara, die als veertiger doof werd, als gevolg van de bestraling van een hersentumor.

Over de oorzaken van Beethovens doofheid doen vele theorieën de ronde, die allemaal speculatief moeten blijven. De medische gegevens ontbreken om een diagnose te kunnen stellen. Zo zou loodvergiftiging een rol kunnen hebben gespeeld, die het gevolg zou zijn van Beethovens stevige inname van goedkope wijn.

Wallace concludeert op basis van Beethovens eigen beschrijvingen van zijn symptomen dat hij vermoedelijk leed aan otosclerose: zenuwbeschadiging door een vergroeiing van de gehoorbeentjes in zijn middenoor (de stijgbeugel). Beethoven beklaagde zich over aanhoudend oorsuizen (‘tinnitus’) en sterk vervormde geluidswaarneming, die het gevolg is van overcompensatie in de hersenen van geluidstrillingen die niet goed doorkomen.

Wallace wisselt hoofdstukken over de lotgevallen van zijn vrouw af met analyses van Beethovens verhouding tot zijn doofheid. De verschillen tussen Beethoven en Barbara zijn uiteraard groter dan de overeenkomsten, met een historische afstand van ruim twee eeuwen. Maar die persoonlijke achtergrond maakt Wallace wel uitzonderlijk sensitief en nauwkeurig in zijn beschrijvingen van Beethovens omgang met zijn falende gehoor.

Zonderling bestaan

Over Beethovens doofheid doen twee ‘grote verhalen’ de ronde. Voor zijn meeste tijdgenoten was zijn doofheid een catastrofe: voor de componist zelf, maar ook voor zijn muziek. Beethoven leefde daardoor in de laatste tien jaar van zijn leven een teruggetrokken, zonderling bestaan. Hij schreef hoogst eigenaardige, ingewikkelde muziek, die geen gewone sterveling meer kon begrijpen.

Pas vijftig jaar na Beethovens dood sloeg dat beeld drastisch om. In een invloedrijk essay (1870) trok Richard Wagner juist de tegenovergestelde conclusie: Beethovens late muziek – vooral zijn strijkkwartetten – was zo baanbrekend, diepgravend en geniaal dankzij die doofheid. Daardoor heeft Beethoven nieuwe innerlijke werelden kunnen ontsluiten, die anders voor hem – en ons – gesloten waren gebleven.

Beide verhalen bevatten een kern van waarheid. Zijn doofheid was voor Beethoven inderdaad op moeilijke momenten niet minder dan een catastrofe, die hem verschillende malen in depressies heeft gestort en aan de rand van zelfmoord bracht. Doofheid is zonder twijfel ook een factor geweest in zijn creatieve ontwikkeling. Maar dat geldt niet alleen voor de late, ‘moeilijke’ periode, maar ook al voor de ‘heroïsche’ middenperiode van onder meer de Derde symfonie (‘Eroica’) en Vijfde symfonie. Vooral die middenperiode leverde dan weer het dominante beeld op van de kunstenaar als titaan, die met een bovenmenselijke wilsinspanning zijn doofheid ‘overwon’.

Helemaal onjuist zijn die populaire verhalen niet, maar de mythevorming vertelt niet het hele verhaal. De omslag in het onderzoek van Wallace en anderen is dat de componist niet meer wordt beschouwd als een pure geest, die compleet is losgezongen van de aardse werkelijkheid. Beethoven had een lichaam. Hij leefde in de eerste plaats in een fysieke wereld. Dat geldt voor Beethoven zelf, maar ook voor zijn instrumenten. Hij schreef geen abstracte noten voor de eeuwigheid, maar muziek voor specifieke instrumenten.

Wallace schuift ook de wijdverbreide mythe opzij dat een geniaal musicus zoals Beethoven de muziek eerst volledig in zijn hoofd hoorde. Daarna hoefde hij de noten alleen nog maar even op te schrijven. Zo werkt dat niet. Beethoven componeerde zeker ook in zijn hoofd: tijdens zijn dagelijkse wandelingen nam hij altijd een notitieboek mee. Maar hij sleepte ook zijn leven lang – hoe slechthorend hij ook was – een piano mee bij zijn vele verhuizingen. Dat deed hij natuurlijk niet voor niets.

Beethoven was zelf zijn eerste luisteraar. Improviseren was een wezenlijk onderdeel van zijn scheppingsproces. Door zijn afnemende gehoor nam Beethoven later noodgedwongen zijn toevlucht tot improvisaties op papier. Vandaar dat hij al zijn muzikale schetsboeken bewaarde, die nu een moeilijk te ontcijferen, uniek inzicht geven in zijn manier van werken. Het beeld van de noten op het papier was volgens Wallace wezenlijk voor zijn muzikaliteit.

Ingenieuze bouwsels

Het onderzoek naar Beethovens piano’s heeft inmiddels een hoge vlucht genomen. Dat geldt eveneens voor de reconstructie van zijn eigen instrumenten, die soms voorzien waren van ingenieuze bouwsels, die fungeerden als klankversterkers. Wallace heeft die gereconstrueerde instrumenten bespeeld. Hij toog ook naar het Beethovenmuseum in Bonn om daar een reconstructie van Beethovens ‘oortrompet’ (een gehoorapparaat) aan zijn oor te zetten. Zo probeert hij Beethovens geluidswereld zo dicht en vooral zo concreet mogelijk te benaderen.

Muziek gaat niet alleen over luisteren, maar ook over de lichamelijke ervaring van trillingen met het hele lichaam. De tactiele ervaring van zijn vingers op de pianotoetsen bleef voor Beethoven van groot belang. Muziek heeft daarnaast een belangrijke visuele dimensie, ook bij het observeren van musici terwijl ze spelen. De dove Beethoven leidde een repetitie van een nieuw strijkkwartet en greep daarbij veelvuldig in om zijn wensen kenbaar te maken; niet op basis van wat hij direct kon horen, maar door wat hij kon zien aan de houding van een arm of de bewegingen van de vingers van de musici.

Beethovens sterke nadruk op ritme kan verband houden met zijn doofheid. Ritme blijft namelijk langer goed waarneembaar voor veel slechthorenden dan toonhoogte; een observatie die Wallace kon doen aan de hand van de ervaringen van zijn vrouw Barbara, die dankzij een implantaat een deel van haar gehoor terugkreeg.

Met Hearing Beethoven geeft Wallace zo aan Beethoven zijn lichaam terug. Daarmee maakt hij hem menselijker. Tegelijk richt hij een bescheiden, maar indrukwekkend monument op voor zijn overleden vrouw en haar heroïsche worsteling met haar lot.