Recensie

Recensie Uit eten

Beachclub in het bos:The Lake House

In het Bergse Bos in Rotterdam kan je nu loungen, drinken, gezien worden, en ook prima eten bij The Lake House

Foto Rob van Dullemen
Foto Rob van Dullemen

Het Lage en Hoge Bergse Bos waren er tot voor kort nog alleen voor zondagse joggers, wandelaars, mountainbikers, wielrenners, hardlopers, bergbeklimmers, hondeneigenaren, jeu-de-boulers, dagkampeerders, sportvissers en golfers. En zie nu: op de plek waar een nondescript pannenkoekenrestaurant jarenlang al die dagrecreanten een centje uit de zak probeerde te kloppen, pakt een heel ander type etablissement het sinds oktober net even wat blitser aan. Zoals de naam al mag doen vermoeden, hebben bezoekers van The Lake House weliswaar slechts een meertje om over uit te staren, maar dat neemt niet weg dat er toch ineens zoiets als een heuse beachclub aan de oever ervan is verrezen.

We stonden al paf op het parkeerterrein van de zaak, waar het op de zondagavond van Vaderdag bijna drukker is dan, zeg, op dat van IKEA, en dan blijkt die toeloop bovendien nog nauwelijks zichtbaar op de terrassen en in The Lake House zelf. Buiten kunnen op zijn minst een paar honderd gasten terecht. Binnen, hoorden we bij navraag, is er ruimte voor nog eens 160 eters. Al sinds de opening komen ze vanuit Hillegersberg en de noordelijke randdorpen van Rotterdam af op special events zoals de all you can eat-bbq, de Sinatra-dinnershow en de Lifestyle Business Lunch. Of ze schuiven aan in de halfronde zitjes van het à la carte-restaurant, waar het entertainment evenmin ontbreekt. De dancemuziek van de dj blaast er de bloemen bij wijze van spreken nog net niet uit hun vaasjes.

De kaart van The Lake House kan het best zonder die extra opwinding stellen; herrie die we in de horeca elke keer opnieuw toch vooral als opdringerig ervaren. Liefhebbers van wat lef en avontuurlijkheid van koks zullen misschien niet van hun stoel vallen door het menu dat chef Jochem Appel ze aanbiedt, maar hij bewijst er wel mee dat ook familierestaurants het tegenwoordig niet meer van frieten, hamburgers, en overvolle borden en tafels hoeven te hebben. De tonijn-tataki (13,50 euro) en de combinatie van coquilles, paling en haringkuit (zelfde prijs) die we vooraf kozen, onderstrepen dat de tijdgeest ook goed werk in de ‘grootkeuken’ verricht. Wel zouden de gangen elkaar wat sneller mogen opvolgen, want de wachttijden ertussen liepen in ons geval op tot een halfuur, ondanks het massaal inzetbare bedienend personeel.

Als hoofdgerechten namen we de flat iron steak van 200 gram (19,50 euro) en de zeeduivel met zwarte-venusrijst, een structuur van pompoen en verjus (25,50 euro). Keken we van die vis zelf niet op omdat hij op de kaart van zowat elk zichzelf respecterend restaurant opduikt, dat deden we wél van die op de Po-vlakte verbouwde rijst, die daar ‘venere’ heet. Op smaak gebracht met verjus (een sap van onrijpe druiven of ander fruit) is het een lekkernij die zich met elke risotto kan meten. De steak ging vergezeld van chimichurri en een ratatouille; warme groenten en salade moeten in het restaurant worden bijbesteld. We vroegen er om paddenstoelen, maar kregen er abusievelijk mooi bros gekookte krieltjes en een schaaltje beetgare courgetjes en worteltjes voor in de plaats. Ook prima. Eens te meer als de kans groot is dat een opmerking erover tegen de kelner toch door de beat wordt overstemd.

De dessertkaart van Appel en de zijnen kan nog wel wat meer creativiteit en durf gebruiken. Die is nog iets te veel het oude Van der Valk 1.0. We hielden het op één hoog glas van de huis-sorbet, onder andere gevuld met ijs, lychee, aardbeien en passievrucht (7,50 euro). Ongetwijfeld de kroon op een etentje voor de kinderen die je massaal om je heen weet in The Lake House, maar al te gewoontjes voor een vent op nota bene Vaderdag.

Wim de Jong is culinair recensent.