‘Wildgroei aan contractvormen vergroot tweedeling’

Contracten De regels rond werk en arbeidscontracten moeten volledig op de schop, adviseert een door het kabinet ingestelde commissie.

Foto ANP

De veelheid aan contractvormen in Nederland – uitzenden, payrolling, nulurencontracten, contracting, zzp – moet dringend worden ingeperkt. Dat zegt een onafhankelijke commissie in een door het kabinet gevraagd advies, dat donderdag verscheen.

Ook moeten er sociale vangnet-regelingen komen, zoals de WIA voor arbeidsongeschikten, die zich richten op álle werkenden, wat hun contractvorm ook is, stelt de commissie onder leiding van oud-lid van de Raad van State Hans Borstlap. „Nu is het op de arbeidsmarkt heel belangrijk in welk ‘hokje’ je valt, om te weten welke rechten je hebt”, zegt Borstlap in een toelichting. „Dat verschil moeten we terugdringen.”

Als er niets verandert, dreigt er volgens Borstlap een groeiende tweedeling in de samenleving, waarvan de contouren nu al zichtbaar zijn.

Aan de ene kant signaleert de commissie zelfredzame, hoogopgeleide werknemers. Zij krijgen relatief gemakkelijk een vast contract, met alle wettelijke bescherming van dien. Daar tegenover staan de lager opgeleiden, die veel vaker in flexcontracten blijven hangen. „Zij hebben geen zekerheid”, stelt Borstlap. „Zij kunnen geen huis kopen. En als er een recessie komt, worden zij als eerste ontslagen.”

Het rapport spreekt zelfs van een nieuwe ‘sociale kwestie’, een verwijzing naar de sociaal-economische verpaupering aan het einde van de negentiende eeuw. Kinderen werden zeven dagen per week, twaalf uur per dag aan het werk gezet in fabrieken. Dat leidde tot nieuwe regels die nu nog steeds de basis vormen van het Nederlandse arbeidsrecht. „De problemen zijn nu van een ander niveau”, erkent Borstlap. „Maar onderschat het niet: de verschillen tussen werkenden die we nu zien, zijn sociaal onaanvaardbaar en ook slecht voor de economie.”

Ontslag wordt makkelijker

Het kabinet hecht veel waarde aan het advies van de commissie-Borstlap. Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) is nu bezig met allerlei kleinere wetswijzigingen die het vaste contract aantrekkelijker moeten maken. Zo nam de Eerste Kamer vorige maand zijn arbeidsmarktwet aan, die het gemakkelijker maakt om personeel te ontslaan, en waarin het vaste contract voor werkgevers iets goedkoper wordt gemaakt ten opzichte van tijdelijke contracten.

Het kabinet wil een einde maken aan de trend dat steeds minder mensen een vast contract krijgen. Lukt dat?

Voor de grotere, fundamentele hervorming van de arbeidsmarkt wil Koolmees het verdere advies van de commissie-Borstlap afwachten, waarin vooral arbeidsjuristen en economen zitten. Pas eind dit jaar zal de commissie haar eindrapport uitbrengen, met concrete adviezen.

Het donderdag verschenen advies is een ‘tussenrapportage’ met „denkrichtingen”. Een van de belangrijkste conclusies in die tussenrapportage is dat de Nederlandse overheid zelf grotendeels verantwoordelijk is voor de snelle flexibilisering van de arbeidsmarkt. In 2003 had nog bijna driekwart van de werkenden een vast contract, nu is dat nog 60 procent.

Volgens rijkelandenclub Oeso, die de commissie-Borstlap adviseerde, zijn er weinig westerse landen waar zó weinig mensen een ‘standaard’ arbeidscontract hebben. Dat komt onder andere doordat zzp’ers in Nederland zo goedkoop zijn, door de belastingregels. Borstlap: „Een bedrijf betaalt jaarlijks gemiddeld 65.000 euro voor een werknemer. Voor hetzelfde werk kost een zelfstandige slechts 41.000 euro. Dan is het logisch als een mkb-ondernemer dáár voor kiest.”

Sterke onderhandelingspositie

Die belastingregels moeten dus meer gelijkgetrokken worden, volgens Borstlap. Ook wil de commissie dat mensen alleen nog als zelfstandige kunnen werken als ze een sterke onderhandelingspositie hebben, waardoor ze bijvoorbeeld kunnen onderhandelen over hun tarief. Als ze dat níet hebben, horen ze in dienst genomen te worden. Borstlap: „Sommige zzp’ers zijn nu volledig afhankelijk van hun opdrachtgever en hebben geen enkele bescherming.”

Lees ook: Over tien jaar is half Nederland niet meer geschikt voor zijn werk

Toch is dat makkelijker gezegd dan gedaan. De hele westerse wereld heeft er moeite mee om duidelijk in de wet te formuleren wanneer iemand een werknemer is, met veel bescherming, of een zelfstandige, met veel vrijheid. Platforms zoals Deliveroo (maaltijdbezorging) en Temper (horecapersoneel) spelen daar handig op in. Zij laten zzp’ers werk uitvoeren dat bij andere bedrijven door werknemers wordt gedaan.

Borstlap is zich ervan bewust hoe moeilijk het is. Toch hoopt hij eind dit jaar een duidelijk onderscheid te kunnen formuleren. „Stel dat het ons lukt, dan gaan we er ook mee naar Brussel. Want we weten dat andere landen hier ook mee bezig zijn.”

‘Niet wachten’

Wat Borstlap betreft gaat dit kabinet al aan de slag met de arbeidsmarkthervormingen. „Ons is gevraagd met een eindadvies te komen voordat politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s gaan maken. Maar ik zou zeggen: pak die ongelijkheid nu al aan, daar kun je niet mee wachten.” Minister Koolmees wil pas inhoudelijk reageren zodra het definitieve advies verschijnt.

Ook werkgeversorganisaties en vakbonden reageren afwachtend. Veel zal afhangen van de uitwerking van de plannen – en daarover zijn de meningen sterk verdeeld. Borstlap zegt bijvoorbeeld nog niet of het sociale vangnet voor alle werkenden sober moet zijn of uitgebreid. „Wij zullen altijd pleiten voor het niveau van bescherming van vaste werknemers”, zegt CNV-voorzitter Arend van Wijngaarden.

Ook willen de vakbonden dat de rechten van flexwerkers worden versterkt, zonder de rechten van vaste werknemers aan te tasten. „Dat is cruciaal”, zegt FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha.

Maar volgens Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, vormt juist dat vaste dienstverband de kern van het probleem. „Werkgevers vinden het vaste contract niet aantrekkelijk”, zegt hij. „Dan werkt het niet als je evenveel regels voor flexwerk gaat bedenken. Als je een kindje ziet verdrinken, moet je dat redden – en niet een ander kindje erbij gooien.”