Opinie

Vrouwen komen niet van Venus, mannen niet van Mars

leerde vroeger altijd dat vrouwen van Venus komen en mannen van Mars. Maar is daar wel bewijs voor?

Japke-d. Bouma

Als je bijna 50 bent zoals ik, ben je flink gehersenspoeld met het idee dat vrouwen en mannen onherstelbaar van elkaar verschillen.

Zo leerden we van de tv-serie The A-team in de jaren tachtig dat vrouwen hulpeloos zijn en mannen van een paar kliko’s en wat vogelpoep een operationele tank kunnen bouwen; zagen we in de jaren negentig in de serie Sex and the City dat het levensdoel van vrouwen het huwelijk is (met een man uiteraard) en lazen we aan het begin van deze eeuw in populair-wetenschappelijke boeken dat de breinen van vrouwen en mannen zó anders zijn, dat ze net zo goed van verschillende planeten hadden kunnen komen: de vrouwen van Venus (liefde) wel te verstaan, en de mannen van Mars (oorlog) – and never the twain shall meet. Battle of the sexes, je weet toch.

Pas de laatste jaren komt mijn generatie erachter dat vrouwen en mannen een stuk minder van elkaar verschillen dan ons jaren op de mouw is gespeld. Steeds meer mensen weten dat vrouwen en mannen even goed – of slecht natuurlijk – het aanrechtdoekje hanteren, baby’s badderen, liefdesweekends organiseren, de draagkracht van een boogconstructie berekenen en dat Gillian Anderson net zo’n goede James Bond zou zijn als Idris Elba. Maar ook het verhaal over Venus en Mars wordt steeds genuanceerder.

Want ook daar blijkt de wereld niet plat te zijn, maar een stuk boller dan we dachten en blijkt dat de zon niet om de aarde draait maar andersom. Maar net als de mensen die in de zeventiende eeuw verketterd werden als ze dat soort dingen in het openbaar beweerden, zo voel ik mezelf ook geregeld een soort mini-Galileo als ik zeg dat vrouwen- en mannenbreinen een stuk minder verschillen dan we denken.

De wetenschap heeft in ieder geval nog geen bewijs gevonden dat het vrouwenbrein van ‘Venus’ komt en die van de man van ‘Mars’ en áls er al verschillen gevonden worden tussen vrouwen- en mannenhersenen zijn ze klein of is het bewijs dun, zegt Katherine Bryant als ik haar erover bel.

Bryant is evolutionair neuroanatoom en doet hersenonderzoek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik zag haar in de documentaire Man Made van Sunny Bergman en daarin was haar conclusie: onze breinen zijn vooral extreem flexibel.

Dus als al je vrienden zeggen dat vrouwen emotioneler zijn en mannen technischer, vult je brein dat in. Maar er zijn geen roze of blauwe hersenen. „Er is geen hoekje in je brein waarop al vanaf je geboorte staat dat je moet gaan jagen en vechten, als secretaresse aan de slag moet, of op Wallstreet”, zegt Bryant.

Wel is het zo dat vrouwenbreinen gemiddeld een jaar eerder beginnen met volwassen worden, dat bij vrouwen vaker verbindingen tussen de hersenhelften worden gevonden en bij mannen meer erbinnen. „Maar wat dat betekent weten we nog niet precies, en ook niet of die verschillen er altijd al waren, of door socialisatie zijn opgetreden”, zegt Bryant. Maar ze wil best toegeven dat er tussen wetenschappers af en toe flink geknokt wordt over dit onderwerp, net als in de zeventiende eeuw over de zon, de aarde en de planeten.

Wat we wél zeker weten? Dat we ons brein zijn – tuurlijk. Maar dat ons brein vooral is wat we er zelf van maken.

En dat je niet naar Mars en Venus hoeft om mensen in hun waarde laten.

Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.