Vrij zijn is... bijen houden

Vrij en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken.

Waarom je een beginnerscursus bijen houden zou volgen? De cursisten die net door de stromende regen naar de bijenlesstand van het Ambrosiusgilde in Rotterdam zijn gefietst, hebben elk zo hun eigen motivatie. Elly Rietdijk (66) is „aangestoken” door haar zoon, zegt ze. Zijn eerste volk in het voedselbos in Vlaardingen was agressief, en dus werd zij meegenomen voor het geval het mis zou gaan. Toen dat volk in de winter stierf, kocht hij zachtaardige Buckfastbijen en was ze om. Ze verzorgen nu samen twee volken. Fascinerend vindt ze het, „hoe een ei in een bij verandert”.

Jan Heutink (40), een Rotterdammer met tatoeages en een snor met krullen, heeft dezelfde fascinatie voor het leven van de bij maar volgt de cursus ook „vanwege het journaal”. Hij schrok van het bericht dat bijen dreigen uit te sterven. In zijn boomgaard ziet hij de laatste jaren inderdaad maar weinig bijtjes, zegt hij. En er groeit ook weinig fruit doordat er minder kruisbestuiving is. Nu hij zelf een bijenvolkje heeft, verwacht hij volgend jaar een betere oogst.

Sinds bijen in de belangstelling staan, zitten zijn cursussen altijd vol, zegt imker en docent René Kant. Vroeger waren imkers een „geitenharensokkenclub”. Vandaag krijgen de cursisten een praktijkles, zegt hij. Ze gaan bekijken of er broed in de bijenkasten zit: eitjes en larven die bijen zullen worden. „En wat doen we als we geen broed zien? Afwachten?” vraagt Kant aan de groep. Hij tekent een kruis in de lucht. „N. G.”, zegt hij. Niet goed dus. Iets met een ontbrekende koningin, te verplaatsen raten, en redcellen.

‘Niet boos worden dames’, klinkt het tegen de bijen die uiteen stuiven

Er worden imkerkappen opgezet en iedereen ontfermt zich over een kast. Conny Bordewijk (72) trekt een raat vol krioelende bijen uit die van haar, op zoek naar het broed. Bordewijk heeft „het voorrecht” een grote tuin te hebben, zegt ze. Sinds ze bijen houdt, kijkt ze opeens heel anders naar alles wat er groeit. Het is niet alleen belangrijk dat haar bloemen mooi zijn, zegt ze, maar ook dat er bijvoorbeeld nectar voor de bijen in zit. Paardenbloemen uitsteken doet ze dus niet meer.

Dan slaakt ze opeens een gil en laat de raat vallen. Haar imkerkap was niet helemaal dicht, ze is in haar gezicht gestoken, roept ze. „Niet boos worden dames”, klinkt het tegen de bijen die uiteen stuiven. Maar het is al te laat. Terwijl de bovenlip van Bordewijk twee keer zo groot wordt en mede-cursisten bedenken op welk bekend figuur ze het meeste lijkt – „Angelina Jolie!”, „Bart Simpson!” – worden de makers van deze rubriek te grazen genomen. „Steken van verdedigingsbijen doen het meeste pijn”, zegt Kant vrolijk. Superleerzaam, zo’n praktijkles.