Hoe ik op vakantie de band versterkte met mijn dochter

Reizen Een motorvakantie met z’n tweeën (in het teken van Harry Potter) doet wonderen voor de band tussen vader en dochter.

Lara achterop de BMW van haar vader.
Lara achterop de BMW van haar vader. Foto Paul Koopman

Het applaus van de eindmusical van groep 8 is nog maar net opgehouden, of daar staat vader voor de deur van het Haagse theater, met zijn BMW R850RT en twee helmen aan het stuur. We hebben haast, we moeten de ferry van Stena Line naar Harwich halen. Met haar musicalkleren nog aan schiet Lara in een leren jas en stapt achterop, tussen de koffers waarin kleding, knuffels en snoep voor onderweg zijn samengepakt.

Een week alleen met mijn dochter op pad – zo lang waren we nooit samen. Een soortgelijke motortrip maakte ik jaren eerder met mijn oudste dochter en dat wil Lara van 12 ook. Haar reisdoel: „Naar Engeland, naar Harry Potter.”

Vanuit het slaperige Felixstowe, vlak bij Harwich, rijden we over binnenweggetjes naar Lavenham. Dat is niet alleen een van de mooiste en oudste stadjes in deze streek, aan Water Street 61 staat het licht verzakte vakwerkhuis uit de veertiende eeuw waar Harry Potter is geboren. Lara is vooral onder de indruk van de in hout gebeitelde figuren in de polsdikke deuren.

We hebben de reis niet tot in de puntjes voorbereid. Lara, lief en introvert, vol van Harry Potter, en vader een soms wat knorrige ouwehoer, vol van motorrijden. Hoe breng je dat bij elkaar? De afspraken: we rijden niet langer dan leuk is. Is ze het zat, dan knijpt ze in mijn zij en we stoppen. We overnachten bij mensen thuis – Airbnb-adressen. Dat is leuk en handig aan te passen aan hoe ver we komen. Ik neem mezelf voor om minder aan het woord te zijn en het idee om per se van alles te gaan zien laat ik los. Maar we kiezen wel ‘kronkelroutes’ op de tomtom.

Lang in de rij blijkt geen probleem

Londen is een must voor wie het Harry Potter-spoor volgt. Daar zijn de Millenniumbrug (in het echt minder imposant dan in de film Harry Potter and The Half-blood Prince), de Leadenhall Market waar Harry zijn uil en toverstok kocht en de Warner Bros. Studio waar de films zijn opgenomen. En natuurlijk perron 9¾ op station King’s Cross, waar de Zweinstein-leerlingen door een muur rennen om hun stoomtrein te halen. De wachttijd is minstens drie kwartier. De toeristen worden als marmotten tussen dranghekken naar de magische plek geleid, waar ze zich tegen betaling mogen laten fotograferen. Daar heb ik geen zin in, maar Lara, normaal gesproken meegaand, houdt voet bij stuk. „Ik heb het er voor over. Al duurt het de hele middag.” Gelijk heeft ze, realiseer ik me later.

Op ons overnachtingsadres in Sawbridgeworth wordt het gebrek aan comfort gecompenseerd door een overdadig Brits ontbijt en Lara krijgt zomaar een fotoboek en een toverstokje cadeau. De volgende dag slapen we samen in een glazen koepel in de achtertuin van een man die wegens geldnood zijn ouderlijk huis heeft onderverhuurd en zelf in het fietsenschuurtje slaapt. In de tuin oefenen we ’s avonds toverspreuken met het plastic stokje. Lara doet het voor: hard stampen, arm vooruit steken, woest kijken en ‘Avada Kedavra!’ roepen. Ik voel me eerst voor schut staan maar voor ik er erg in heb slaak ik woeste kreten. We vallen slap van de lach in het gras.

Lees ook: Je bent vader, doe er dan ook wat mee

Grote afstanden leggen we niet af. Maar het gebeurt steeds minder vaak dat Lara in mijn zij knijpt. Sterker: af en toe verschijnt er een arm in mijn blikveld met de duim omhoog. We stoppen op plaatsen waar ik in mijn eentje voorbij zou zijn gereden. Een cricketveld, om eens rustig te kijken hoe Britten in dodelijke ernst een mal spelletje spelen. Bij cottages die uit de grond lijken te groeien, met witte lemen muren en golvende rieten daken. Daar zou zomaar de moeder van Harry’s beste vriend Ron Wemel in een gietijzeren pan kunnen roeren, fantaseren we. We stoppen bij een strand omdat Lara graag schelpen wil zoeken of een kanaal om te kijken of we vissen zien zwemmen.

Eindelijk kletsen

Met elkaar kletsen tijdens het rijden is lastig maar als de helmen afgaan duurt het niet lang of Lara begint te praten. Over school, vriendinnen, haar dromen en wensen. En brandende filosofische kwesties zoals: Zit er nou een eind aan het heelal. En is oma een ster?

Voor wie ook buiten Zuidoost-Engeland op zoek wil naar Harry Potter-plekken: tegen de grens met Schotland ligt Alnwick Castle, waar scènes uit HP-films zijn opgenomen. Foto Shutterstock

De extraverte vader wordt allengs rustiger en milder. Ik doe zelfs een poging het lange blonde haar in een nette staart te krijgen. Staarten maken is een moederding, moet ik ooit hebben bedacht, zoals vele vaders wellicht. Maar ik blijk het best te kunnen. Lara ziet erop toe als een juf die een onzeker kind moed inpraat. „Het is best wel een redelijke staart geworden”, zegt ze bemoedigend

We zijn inmiddels in Oxford, waar overal draken en mythische figuren te vinden zijn. Op de binnenplaats van een van de universiteiten wijst onze Schotse Potter-gids op een voorstelling van de koning, met daarboven Vrouwe Justitia en daarboven weer een eenhoorn. „Dit laat zien dat de wet zelfs boven de koning gaat. Maar almachtig is de eenhoorn. De fantasie overstijgt alles.” We bezoeken de grote eetzaal van Christ Church College, in de Potter-films de plek waar de studenten aan lange tafels zitten. En de beroemde Bodleian Library, waar Harry verzorgd werd en de stoel van Perkamentus staat.

Lees ook over filmreizen: In de voetsporen van Skywalker, Potter en Gossip Girl

We hebben het idee dat we ook zonder te kletsen elkaar goed begrijpen. En als het even stroef is, pakken we de toverstaf en lachen we de zorgen weg. Ik realiseer me hoe waardevol het is om een kind los te weken uit de gezinshectiek en een week lang de aandacht te geven die het normaal gesproken moet delen met haar zus, moeder en een stapel iPhones. Die iPhones hebben we alleen gepakt om foto’s te maken en met het thuisfront te bellen.

En wat is het mooi om met een dochter op reis te zijn die om zich heen nog betovering kan zien.