Tweede Kamer blij én bezorgd over pensioenakkoord

Pensioendebat Een grote meerderheid van de Tweede Kamer steunt het pensioenakkoord, al is er nog veel onzekerheid over de uitwerking.

Minister Koolmees sprak woensdag met de Tweede Kamer over het pensioenakkoord.
Minister Koolmees sprak woensdag met de Tweede Kamer over het pensioenakkoord. Foto Bart Maat/ANP

De coalitie stond er niet alleen voor. Met de steun van PvdA, GroenLinks en SGP schaarde het voltallige politieke midden zich woensdag achter het pensioenakkoord. Tweede Kamerlid Eppo Bruins (ChristenUnie) had de meest ronkende teksten: hij sprak van „het wonder van het moedige midden”.

Tegenover dat ‘moedige midden’ stonden woensdag in de Tweede Kamer de flankpartijen. Zij gebruikten heel andere kwalificaties voor het pensioenakkoord dat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) deze maand sloot met de werkgevers en vakbonden. Een „flutakkoord”, vindt de PVV. De SP spreekt van een „casinopensioen”. De kans op pensioenverhogingen wordt groter, maar de kans op verlagingen ook. „Je weet niet waar je aan toe bent.”

SP’er Bart van Kent noemde het „cru” dat vakbondsleden voor het akkoord hebben gestemd vanuit de gedachte dat er geen alternatief was. De SP wil de AOW-leeftijd terugbrengen naar 65 jaar en blijft daarvoor strijden, beloofde Van Kent. Daarop reageerde zijn D66-collega Steven van Weyenberg met een sneer: „Het zijn mooie woorden, maar is de praktijk niet dat u altijd aan de zijkant staat en niets bereikt voor de mensen voor wie u opkomt?”

Behalve de tragere, maar blijvende stijging van de pensioenleeftijd, klonk er kritiek op de aangekondigde vroegpensioenregeling voor mensen met een zwaar beroep. Waarom is er slechts een tijdelijke regeling afgesproken, van 2021 tot en met 2025? Ook de SGP was daar kritisch over. „Zijn we daarna weer terug bij af”, vroeg Kamerlid Chris Stoffer.

Er komt weliswaar onderzoek naar een permanente regeling: een AOW-uitkering voor wie 45 jaar gewerkt heeft. Maar onzeker is of zo’n regeling haalbaar is. Daarom riep de SP het kabinet op om te garanderen dat mensen met zware beroepen ook ná 2025 eerder kunnen stoppen met werken.

De partijen die zich tegen het pensioenakkoord keren, noemden vooral de onzekerheid die er nog is. Bijvoorbeeld over veertigers en vijftigers die eenmalig financieel nadeel ondervinden onder de nieuwe regels. Wie gaat hun compensatie betalen? De SP en 50Plus eisten dat gepensioneerden niet hoeven bij te dragen.

Onmogelijk, zei Koolmees. Juist gepensioneerden profiteren van de nieuwe regels, blijkt uit doorrekeningen. „Dan is het niet gek als zij een beetje bijdragen.”

Ook was er veel discussie over de almaar dalende marktrente. Die brengt pensioenfondsen in de problemen, nu én in het volgende stelsel. Als de rente laag is, moet een fonds ervan uitgaan dat zijn vermogen langzaam aangroeit.

Daarom moeten pensioenfondsen met een fictief hogere rente kunnen rekenen, zeiden SP, Denk, 50Plus, PVV en Forum voor Democratie. Dan worden ze op papier financieel gezonder en mogen ze direct geld uitdelen. Daar wil Koolmees niet aan beginnen. „De rente ís gewoon heel erg laag”, zei hij. De minister wil juist voorkomen dat pensioenfondsen te snel gaan uitkeren. Dan loop je het „risico”, zei hij, „dat volgende generaties achterblijven met een tekort”.