Opinie

    • Auke Kok

Soms is Amsterdam net Schiermonnikoog

Column Amsterdam

Auke Kok

Een Amsterdamse cabaretier die een tournee houdt langs Amsterdamse theaters met als onderwerp Amsterdam: dat leek me lastig. Je wilt op zo’n avond stevige Amsterdamgrappen horen en zou iemand als Lebbis, geboren en getogen, die in De Kleine Komedie gaan vertellen? Zou hij ze überhaupt kunnen bedenken? De kans leek me klein en die vrees kwam eigenlijk wel uit. Zonder dat ‘Het Amsterdam Verhaal’ me verveelde werd de show zelden edgy. De afstand ontbrak natuurlijk. Of is gebrek aan zelfspot een Amsterdams trekje? Wat me vooral is bijgebleven van twee uur historie en eigenaardigheden van 020 was die ene, door Lebbis geciteerde, sneer van Jules Deelder.

„Amsterdammers zijn aardige mensen. Ze hebben een goed hart – het moest alleen gekookt op hun rug hangen. En dan liefst zo laag dat de honden erbij kunnen.”

Haat is een bron van harde, beeldrijke grappen, zo bleek maar weer. En Hans Sibbel, zoals Lebbis officieel heet, heeft het al zestig jaar duidelijk erg naar zijn zin in Amsterdam. Dan speel je, artistiek gesproken, een uitwedstrijd.

Lebbis was nog het leukst waar hij het Amsterdam-complex van veel Rotterdammers neerzette. In zijn weergave van het eeuwige gezanik van 010 stopte hij meer leedvermaak – dus humor – dan we van Jules Deelder mogen verwachten. Haat stopte Lebbis wel in de luchtvervuiling door Schiphol, in Uber-taxi’s en Airbnb, maar zulke kwesties kun je nauwelijks als typisch Amsterdams zien. Zo gaat dat nu eenmaal. Dat kwartje viel de volgende middag pas echt toen ik een feestje van Hemelse Modder bezocht. Dat restaurant aan de Oude Waal bestaat vijfendertig jaar en overal zag ik typische Amsterdammers.

Sommige bewoners van Binnenkant voelen zich te chic voor Oudewalers: een verschijnsel dat ze herkent van het Waddeneilandje dat Amsterdammers zo graag voor romantisch houden

De typisch Amsterdamse Evelien vertelde me dat ze geboren en getogen was op Schiermonnikoog. Dus ik natuurlijk helemaal spontaan en zonder enig vooroordeel op de immense verschillen wijzen tussen dat knusse eilandje en deze rauwe buurt tussen Prins Hendrikkade en Nieuwmarkt. En Evelien was hier nota bene in de jaren tachtig al neergestreken, in het krakerstijdperk – dat overigens ook in het DNA van Hemelse Modder zit.

Die overgang moet enorm heavy zijn geweest.

Integendeel, zei Evelien koeltjes. De omgeving Oude Waal vond ze „een klein dorpje”. Net als vroeger op Schier kent ze hier iedereen en iedereen kent haar. Ze winkelt bij een „klein slagertje” om de hoek, er is een gezellige groentewinkel en ook een avondwinkel annex dorpspomp. „De overeenkomsten met Schier zijn groter dan de verschillen”, zei Evelien ook nog. Sommige bewoners aan de overkant van de gracht, op Binnenkant, voelen zich te chic voor Oudewalers: een verschijnsel dat ze herkent van het Waddeneilandje dat Amsterdammers zo graag voor romantisch houden.

„Ik voel me hier gelukkig en thuis”, zei Evelien, „ook door de oudheid en het water en de vogels en de mensen die hier wonen. Dat geeft mij een Schiermonnikoog-gevoel.”

Een voorstelling op Schier over Amsterdam zou best eens pittig kunnen zijn. Zeker als de cabaretier zijn eiland nooit is af geweest.

Auke Kok is schrijver en journalist.