Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Purmerend

Marcel van Roosmalen

Woensdagmiddag. We fietsten met wind en kinderen in de rug naar Purmerend. Voor de lol op de fiets van Wormer naar Purmerend voelt toch alsof je van het leven hebt verloren. De laatste keer in Purmerend was ik op stap met Arie-Wim Boer van Leefbaar Purmerend, een man die toen hij bij de gemeenteraadsverkiezingen drie zetels ‘won’, van blijdschap uit zijn rolstoel stapte. Hij noemde zichzelf ‘doorzetter van beroep’, was ondanks twee versleten heupen toch trambestuurder in Amsterdam, zat in de schuldsanering en informeerde en passant of hij 20.000 euro kon lenen.

Hij zei: „In Purmerend is het glas altijd halfvol.”

Toen hij later ook nog ‘Ik ben Purmerend’ tegen me zei, dacht ik: ‘Ja, jij bent Purmerend.’

De dijk op, prachtige wolkenluchten, margrieten en klaprozen in de bermen die om de insecten een plezier te doen bewust niet meer gemaaid worden.

Gespreksonderwerp: mijn gewicht.

De jongste die bij mij achterop zat, voelde af en toe met een handje aan mijn vlees en zei dan: „Wat een dikke buik is dit zeg.”

De oudste, bijna vier, maar er zich al ten volle bewust van wat woorden kunnen aanrichten: „Papa is echt dik, hè mama.”

Mama zei niets, ze stoempte op de pedalen.

Blik op oneindig, alsof ze de laatste jaren opeens voorbij zag komen.

„Luister eens even”, hoorde ik mezelf zeggen, „papa is niet dik, begrepen?”

Ik was Obelix geworden.

We streken neer bij café Tante Fietje op de Koemarkt, een plein met fonteinen en een paar koperen koeien. Ik vroeg aan de ober wat er eerder was, het plein of de koeien.

Hij zei: „Rare vragen stel jij, tegelijkertijd denk ik.”

De oudste dochter begon zich spontaan uit te kleden en rende in haar onderbroek het omhoog spuitende water in.

Om ons heen werd van dat sappige Amsterdams gesproken, zoals je dat in Amsterdam bijna niet meer hoort. Ze bulderden toen mijn dochter als een hond het water van zich afschudde, naar een man met ontbloot bovenlijf wees en zei: „Die is nog veel dikker dan papa.”

Papa knikte instemmend, de vriendin zei sussend dat dat wel meeviel.

„Dankjewel schat”, zei de man en hij bood ons een drankje aan.

De glazen kwamen halfvol.

Maar dat is altijd zo in Purmerend.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.