Recensie

Recensie Vormgeving

Amsterdam heeft er een icoon bij

Architectuur Het is meteen een van de opvallendste gebouwen van de stad, het recent opgeleverde wooncomplex-met-gat de Pontsteiger. Een kameleon aan het IJ.

De door Arons & Gelauff ontworpen Pontsteiger, met rechts de Spaarndammerbuurt en onder de nieuwbouwwijk Houthavens.
De door Arons & Gelauff ontworpen Pontsteiger, met rechts de Spaarndammerbuurt en onder de nieuwbouwwijk Houthavens. Foto Ossip van Duivenbode
    • Bernard Hulsman

Van goud moest de Pontsteiger, het nieuwe 90 meter hoge woongebouw met het reusachtige gat aan het IJ, oorspronkelijk worden. Met een ontwerp waarin de woonkolos gevels van goudkleurige bakstenen zou krijgen, hadden de architecten Floor Arons en Arnoud Gelauff in 2007 de prijsvraag gewonnen voor een woongebouw aan het einde van de steiger van de pont naar Amsterdam-Noord in de voormalige Houthavens.

Maar terwijl de architecten met de Koninklijke Tichelaar in Makkum, de oudste keramiek-fabrikant in Nederland, al in de slag waren om goudkleurige, geglazuurde bakstenen geproduceerd te krijgen, bleek een niet nader genoemde maar blijkbaar machtige figuur bij het bedrijf dat de Pontsteiger zou gaan bouwen, ‘mordicus tegen’ de gouden gevels, schrijft de journaliste Nicoline Baartman in Pontsteiger. Een reconstructie.

Bovenin of juist op de onderste

In haar levendige verslag van de twaalf jaar durende en vaak turbulente wordingsgeschiedenis van de instant icoon aan het IJ, beschrijft Baartman ook uitgebreid hoe het ontwerp voor de Pontsteiger tot stand kwam. Twee overwegingen speelden hierbij de hoofdrollen. De eerste was dat bewoners van hoogbouw het liefst hoog boven de wereld wonen op de bovenste verdiepingen met het verste uitzicht, of juist op de onderste, waar ze nog contact met het stadsleven hebben. Daarnaast wilden Arons en Gelauff dat de Pontsteiger een aantrekkelijke plek aan de rand van de nieuw te bouwen woonwijk Houthaven zou worden. En, zo leert de ervaring, open ruimtes rondom een recht-toe-recht-aan toren zijn dit zelden of nooit.

Zicht op het IJ door het gat van de Pontsteiger.

Foto Jeroen Musch

Na lang puzzelen kwamen de architecten met een even eenvoudige als briljante oplossing. Uiteindelijk werd Pontsteiger gewoon een traditioneel, lang gesloten bouwblok zoals er zoveel staan in de naburige Spaarndammerbuurt, maar dan wel met één beslissend verschil: ongeveer halverwege is het gigablok omgeklapt.

Het omgeklapte, hoge deel biedt ruimte aan veel koopappartementen, variërend van enorm tot ‘gewoon’, op een hoogte tussen de 60 en 90 meter. Het lage deel, met huurwoningen, zorgt voor een plek die dankzij het reuzengat de bezoeker een weids uitzicht over het IJ biedt, en tegelijkertijd een zekere beslotenheid kent. Tussen de zeven meter hoge poten waarop het hele gebouw rust, zijn golvende paviljoens gebouwd die met hun welvingen de harde, rechthoekige vormen van de Ponststeiger op de begane grond verzachten en het door HOSPER ontworpen binnenterrein bovendien beschutting bieden tegen de wind – die rondom hoogbouw nu eenmaal altijd harder waait dan elders.

Maar hoe simpel de vondst van Arons en Gelauff ook is, de bouw ervan vereiste veel inventiviteit van de bouwers en uiterste precisie. Het deel tussen de twee torens van 90 meter is letterlijk een brug geworden. Tussen 9 en 12 juni 2017 werden vier klassieke, stalen brugspanten met een lengte van 48,5 meter en een gewicht van 78 ton op de millimeter nauwkeurig op 60 meter hoogte in de Pontsteiger geplaatst. De twee buitenste witte spanten zijn van buiten zichtbaar gebleven en vormen zo een passende, havenachtige onderbreking in de gevels, waarin ramen met vele, verschillende maten zijn geplaatst in een onnavolgbaar ritme.

Soeters: ‘waardeloos gebouw’

Uiteindelijk hebben de bakstenen in de gevels nu een glazuur in groen-bruine tinten gekregen. Sjoerd Soeters, de ontwerper en stedenbouwkundig supervisor van de Houthaven die in 2007 ook in de jury zat, betreurt dit, noteert Baartmans. Nu de bakstenen niet goudkleurig zijn, vindt hij de Ponsteiger zelfs een ‘waardeloos gebouw’ en vergelijkt hij het met ‘een heel mooie vrouw met een lelijke, slechte huid’. Maar zo lelijk en slecht is die huid helemaal niet. De handgemaakte glazuren stenen, waarvan er geen twee eender zijn, geven het gebouw, afhankelijk van het weer, steeds een andere tint. Zo is de Pontsteiger een kameleon geworden die bij de ondergaande zon een koperen gloed krijgt en bij grijs weer een koele, groenige tinteling.

De paviljoens tussen de 7 meter hoge poten van de Pontsteiger.

Foto’s Ossip van Duivenbode

Bovendien zou een Gouden Poort niet gepast zijn voor wat de Pontsteiger nu is geworden. Want wat in 2007 begon als een kolos van een ontwikkelbedrijf van verschillende Amsterdamse woningbouwverenigingen is geëindigd in een gigant met dure huurwoningen en ‘marktconforme’ koopappartementen, dat in 2014 landelijk nieuws werd toen de Amsterdamse horecatycoon Won Yip voor meer dan 15 miljoen euro het ‘duurste penthouse van Nederland’ kocht.

De Ponsteiger, gezien vanaf de plek waar de pont aanmeert op het NDSM-terrein.

Foto Ossip van Duivenbode

Dat is de Pontsteiger al op de kritiek komen te staan: dat het gebouw na twaalf jaar ‘handjeklap en landjepik’, zoals Baartman het noemt, ten slotte een Fort van de Superrijken is geworden waar de winnaars van de globalisering vanuit alle windstreken zijn neergestreken. Om dat de vorm te geven van een Gouden Poort in de stad die eens als het Mekka van de volkshuisvesting bekend stond, zou wat al te pijnlijk en provocerend zijn geweest.

Gebouw:

●●●●

Nicoline Baartman: Pontsteiger. Een reconstructie. Thoth, 240 blz. € 24,95.

●●●●●