Recensie

Recensie Vormgeving

Oud en nieuw gaan verbluffend hand in hand

Verbouwing

Het meest in het oog springende deel van het gerestaureerde én vernieuwde Museum De Lakenhal in Leiden is de nieuwbouw aan de Lammermarkt. Toen het jonge architectenbureau HCVA in 2014 de prijsvraag voor de restauratie en uitbreiding van De Lakenhal won, waren er Leidenaren die zich zorgen maakten over de nieuwbouw, omdat die niet zou passen bij de omgeving. Maar die zorgen blijken nu nodeloos: de nieuwbouw van Ninke Happel en haar twee mannelijke collega's Floris Cornelisse en Paul Verhoeven is weliswaar hoogst origineel maar tegelijkertijd stevig verankerd in de (architectuur)geschiedenis.

Origineel is de nieuwbouw wegens de ongebruikelijke vorm. Het onderste deel, waar zich onder meer een inpandige laad- en losruimte, een depot en twee tentoonstellingszalen bevinden, doet met zijn boograam en

-deuren denken aan een oud pakhuis, zoals die in de tweede helft van de 19de eeuw ook aan de Lammermarkt stonden. De bovenbouw, met kantoor- en werkruimtes rondom een bibliotheek, lijkt met zijn gevels met erkerachtige vouwen op een miniversie van het Monadnock Building, een van de eerste wolkenkrabbers die omstreeks 1890 in Chicago werden gebouwd. Toch vormen pakhuis en mini-wolkenkrabber één vloeiend geheel doordat de erkers van de bovenbouw worden ondersteund door piramidale uitstulpingen en zo organisch uit de tintelende bakstenen gevel van het pakhuis lijken voort te komen.

Net zo knap is de verbouwing en restauratie van het oude Museum De Lakenhal, dat uit drie verschillende bouwdelen uit de 17de, 19de en 20ste eeuw bestaat. In samenwerking met de Britse restauratie-architect Julian Harrap is van het voorheen brokkelige en labyrintishe complex een vloeiend geheel gemaakt zonder de geschiedenis uit te wissen.

Sterker nog, herhaaldelijk is de geschiedenis van het museum die was verdwenen en vergeten weer teruggehaald. Zo heeft de oude Laecken-Halle zelf, het enige 17de-eeuwse ‘stadspaleis’ in Nederland dat nog altijd aan een voorhof achter een gesloten muur ligt, grotendeels zijn oude karakter teruggekregen. Niet alleen is de voorhof ontdaan van het lelijke glazen dak uit 1992 en is de prachtige voorgevel in oude luister hersteld, maar ook ademt het interieur met zijn houten vloeren en ‘geschouderde’ deurlijsten weer de 17de-eeuwse sfeer van de ‘nobele eenvoud’ van het Hollandse classicisme. Van de vele aanwezige 21ste-eeuwse elektriciteitsleidingen, ventilatieschachten en installaties is nauwelijks een spoor te bekennen.

Ook de nieuwe toevoegingen staan in het teken van de vernieuwende traditie. Een mooi voorbeeld hiervan is een fraaie nieuwe trap waarin een constructiemethode uit de traditionele steenbouw is toegepast in beton. Ook het door HCVA ontworpen prachtige, houten meubilair, van banken tot receptiebalie, is tegelijkertijd traditioneel en eigentijds. Zo gaan oud en nieuw tot in alle uithoeken van Museum De Lakenhal nu op even verbluffende als vanzelfsprekende hand in hand, met tijdloosheid als resultaat.