Oranje antwoordt de critici met resultaten op het veld

WK voetbal Nederland gaat ongeslagen door naar de achtste finale, na de 2-1 winst op Canada. Met de aandacht groeit de kritiek. „Iedereen vindt er wat van.”

Vooral op het spel van Lieke Martens was na afloop de nodige kritiek. In de wedstrijd tegen Canada werd ze na ruim een uur gewisseld.
Vooral op het spel van Lieke Martens was na afloop de nodige kritiek. In de wedstrijd tegen Canada werd ze na ruim een uur gewisseld. Foto Gerrit van Keulen/VI-Images

Twee invallers trappelend langs de lijn. Jill Roord en Lineth Beerensteyn mogen erin, eindelijk, voor vaste waarden Sherida Spitse en Lieke Martens. Twintig minuten zijn er nog te spelen, maar zolang hebben ze niet nodig. Vijf minuten later ligt de bal in het net, na een aanval opgezet en afgerond door Beerensteyn, Oranje op 2-1 voorsprong tegen Canada. Uitstekende wissels van bondscoach Sarina Wiegman. Maar had ze die invallers niet eerder moeten inzetten?

Discussie over het nationale voetbalelftal zal er altijd zijn, dat merken nu ook de Nederlandse vrouwen op het WK in Frankrijk. Drie duels gespeeld in de poulefase, drie keer gewonnen. Geplaatst voor de achtste finales, aanstaande dinsdag in Rennes tegen Japan. Na Nieuw-Zeeland en Kameroen was Oranje donderdagavond in Reims te sterk voor Canada (2-1). De eerste zege ooit op de nummer vijf van de wereld, waarvan tot nu toe negen keer was verloren en drie keer was gelijkgespeeld. Oranje gaat verder met ‘onze jacht’, zoals hun WK- campagne heet.

Na Le Havre en Valenciennes was ook Reims getuige van een oranjemars van duizenden fans richting stadion. Met een miljoenenpubliek thuis voor tv draait de marketingmachine rond de ‘Oranje Leeuwinnen’ op volle toeren. Nederland breekt dit WK door naar de voorhoede van het internationale vrouwenvoetbal. Maar alle aandacht heeft een keerzijde. „We liggen onder een enorm vergrootglas”, constateerde bondscoach Sarina Wiegman al voor het duel tegen Canada nog eens. Want met alle aandacht komt voor het eerst kritiek. Harde analyses over matig spel. Uitgesproken meningen: ‘zij eruit, zij erin’. Als in het mannenvoetbal.

„Iedereen vindt er wat van”, constateerde Wiegman na de plaatsing voor de achtste finales voor de camera van de NOS. „Dat is nieuw voor ons. Daar moeten we zo snel mogelijk mee om leren gaan.” Na de late winst op Nieuw-Zeeland (1-0) ging het na afloop al gauw over de wissel van vaste kracht Jackie Groenen door de latere matchwinnaar Roord. „Ik vond mezelf best wel oké spelen”, reageerde Groenen een dag later. Kritiek op het stroeve spel van de ploeg? „Zo slecht was het nou ook weer niet”, oordeelde recordinternational Spitse. Na de 3-1 winst op Kameroen klonk weer kritiek. „Ik heb er een beetje schijt aan”, zei Spitse.

Moet Spitse eruit?

Oranje leert snel dit WK en antwoordt waar het moet: op het veld. Moest Spitse eruit, zoals hier en daar werd gesuggereerd na de moeizame winst op Kameroen? Ze oogt niet altijd de snelste, maar niet voor niets is ze al jaren een vaste waarde op het middenveld. Haar gave passing leidde tegen Kameroen de eerste twee goals in. Ook tegen Canada viel het eerste doelpunt uit een goed aangesneden vrije trap van haar, die door Anouk Dekker tien minuten na rust werd binnen gekopt. En Spitse pakte in de eerste twee duels 23 keer de bal af van een tegenstander, meer dan wie ook. Lak aan kritiek, liever viert ze een doelpunt met alle wisselspeelsters samen langs de lijn.

Met statistiek en vooral video-analyse filteren Wiegman en haar ploeg de kritiek. Natuurlijk blijven foute breedtepasses, waarvan er ook tegen Canada weer een paar te zien waren, een doodzonde. Kika van Es, geblesseerd naar Frankrijk afgereisd, werd na twee matige optredens vervangen door Merel van Dongen. Maar wisselen omdat de media daarom vragen, daar begint Wiegman niet aan. Waarom zou ze? Fouten of niet, uit de drie groepsduels bleek dat haar ploeg koste wat het kost wilde winnen, met elkaar. Groenen illustreerde dat al toen ze in de slotfase tegen Kameroen met doodsverachting een duel aanging en won. Ook tegen Canada won Oranje de wedstrijd op strijdlust.

De eerste confrontatie met een tegenstander uit de wereldtop begon moeizaam. Nederland dankte de VAR dat het niet al na een minuut een strafschop tegen kreeg. De beste kansen waren aanvankelijk voor Canada. Tegenstanders kennen het belangrijkste wapen van Oranje: de snelle tegenaanval. Op dit WK blijkt dat veel teams effectief inzakken op eigen helft. Buitenspelers Shanice van de Sanden (rechts) en Lieke Martens (links) krijgen minder ruimte dan op het gouden EK van twee jaar geleden.

Pas toen Nederland de bal snel van de ene kant naar de andere verplaatste, ontstonden na een half uur de eerste kansen. Vivianne Miedema draaide fraai weg, maar trof de paal. Een atletische omhaal van Daniëlle van de Donk ging over.

Niet kansloos tegen Japan

Na rust haalde Nederland bij vlagen een niveau waarmee het straks tegen Japan zeker niet kansloos is om de kwartfinale te bereiken. Toch wisselt de ploeg sterke fases af met zwakke. Na de 1-0 kwam Canada snel op 1-1 door de 36-jarige Christine Sinclear, die haar 182ste interlandgoal maakte en nu vijf WK’s op rij heeft gescoord. En de invalbeurt van Beerensteyn en Roord leidde dan wel tot de 2-1, vlak daarna gaf Groenen met een foute breedtepass de voorsprong bijna weg.

Wiegman blijft haar eigen keuzes maken. Tegen Canada wisselde ze zonder aanziens des persoons boegbeeld Martens, die geen moment voor gevaar kon zorgen. Dat vervanger Beerensteyn met haar eerste actie een doelpunt inleidde, zal ongetwijfeld voer voor speculatie blijven tot de wedstrijd tegen Japan. Beerensteyn erin, Martens eruit? Wiegman houdt zich niet bezig met haar critici. „Wij willen dat de mensen genieten. En boven alles willen we heel graag winnen.”