Lieve Mona was ‘de vinger aan de pols van Nederland’

Loek Kessels (1932-2019) Elke week beantwoordde ze honderden brieven van wanhopige Story-lezers.

Loek Kessels, in 1932 geboren in Amsterdam, na de oorlog met haar moeder verhuisd naar Limburg, was een carrièrevrouw.
Loek Kessels, in 1932 geboren in Amsterdam, na de oorlog met haar moeder verhuisd naar Limburg, was een carrièrevrouw. Foto Frank Ruiter

Ze belde zelf met de krant. Of die niet eens met haar wilde komen praten. Het was eind 2017 en haar autobiografie / afrekening met haar moeder Een kusje op je ziel had niet de serieuze aandacht gekregen die het boek had verdiend. Loek Kessels, beter bekend als Lieve Mona, een kwart eeuw dé vraagbaak voor wanhopige lezers in boulevardblad Story, was tot op het laatst de regisseur van haar eigen leven. Woensdag overleed ze, 87 jaar oud – ze had haar dood een week tevoren aangekondigd, en in de tussenliggende dagen nog De Limburger ontvangen voor een laatste interview. „Ik wil zélf mogen bepalen wanneer ik niet meer wil”, zei ze daarin.

Op de wc in haar huis in het Limburgse Landgraaf hing een bordje: ‘A career woman has to look like a lady, act like a man, work like a dog’. Loek Kessels, in 1932 geboren in Amsterdam, na de oorlog met haar moeder verhuisd naar Limburg, was een carrièrevrouw. Toen ze werkte bij een technisch bureau voor onderwaterpompen, stuurde ze een verhaal op naar damesblad Libelle. Ze kreeg er veertig gulden voor, dus bleef ze dat naast haar werk doen. Ze ging reclameteksten schrijven, scripts voor tekenfilms, (kinder)boeken. Tot haar in 1974 werd gevraagd een probleemrubriek in het pas opgerichte Story op zich te nemen: ‘Schrijf ’t maar aan Mona’ – ze nam de naam van haar hondje aan.

300.000 brieven

Met haar zilvergrijze, korte haren werd ze een icoon. ‘Lieve Mona’ werd even spreekwoordelijk als ‘Lieve Lita’ van de Libelle dat in de jaren vijftig was geweest – al vond Kessels dat ze waardevoller werk leverde dan de andere adviescolumnisten. „Ik was de vinger aan de pols van heel Nederland”, zei ze in het NRC-interview. Zelf schatte ze dat ze door de jaren heen 300.000 brieven ontving en beantwoordde, naar eigen zeggen soms met standaardformulieren en met de hulp van assistenten toen het aantal brieven naar 700 per week was gestegen. De kern van haar antwoorden was steeds dezelfde: „Blijf dicht bij jezelf. Je bent sterk, het komt goed.”

Ze zag de vragen en de lezers veranderen in de 25 jaar dat zij de rubriek voerde. Van „een beetje bange mensen”, die vooral vreesden wat hun man of de buren zouden denken als zij van hun probleem wisten, werden ze meer vrijgevochten („leuk, mijn dochter gaat samenwonen”) en zelfbewuster. „Vrouwen kwamen vaker in leidinggevende posities – en dan schreven ze mij: ‘Kan ik dit wel, Mona?’ In de jaren 90 kreeg ik steeds meer brieven met ‘Ik ben beter in mijn werk dan de mannen om me heen’.”

Vanaf de jaren 90 begon ze in interviews te vertellen over haar moeder, en hoe die haar had geslagen met kleerhangers en met een scherp voorwerp in de borst stak. Leonie Brandt was voor de oorlog actrice geweest en tijdens de oorlog spionne dan wel dubbelspionne. Voor haar dochter was ze lange tijd een afgod geweest, „een onovertroffen mix van Greta Garbo en Marlene Dietrich”. Als kind dacht Loek altijd dat haar moeder dronk als zij en haar broertje niet lief waren, zei ze.

Lees ook dit interview uit 2017 met Lieve Mona: ‘Wat anderen voelden, gaf mij troost’

Niet de enige

Story’s eerste hoofdredacteur had haar afgeraden te zeggen welke ellende ze zelf had meegemaakt in haar jeugd. Mensen durven meer te schrijven als ze minder van je weten, zei hij. „Als Mona was ik blanco.” In Een kusje op je ziel uit 2017, de adviesrubriek had ze niet meer, rekende Kessels af met haar moeder. „Ik ben blij dat ze dood is.”

De huidige hoofdredacteur van Story, Guido den Aantrekker, prees in een reactie op Kessels’ overlijden „haar empathie en mededogen”. Maar was het empathie? Zelf onderstreepte ze vooral hoe „eerlijk” ze was tegen de briefschrijvers. Wie haar antwoorden van toen leest, ziet korte, kordate adviezen. Een tiener die haar vriendje wat te kinderachtig vindt, hoeft volgens Mona „niet te lang van hem wakker te liggen, dat verdient-ie niet”. Een echtpaar met jaloerse vrienden wordt gerustgesteld: als die zich niet over het geluk van het echtpaar kunnen verheugen, „dan hebt u er niets aan verloren”. Een meisje van vijftien, wier ene been korter was dan het andere en dat daarmee werd gepest, kreeg een hart onder de riem gestoken: zij zou vast een leuke man tegenkomen.

De vrouw die haar schreef dat zij een ziekelijke angst voor messen had, kreeg van Mona het antwoord: „Je bent niet de enige.” Daarbij dacht Loek Kessels het omgekeerde: ík ben niet de enige. „Toen ik als Mona las wat anderen voelden, gaf mij dat troost.”