Opinie

    • Floor Rusman

Kan conservatisme meegaan met de tijd?

Floor Rusman

We leven in een uitzonderlijke tijd. Iedereen, ongeacht sekse of geaardheid, heeft gelijke rechten en ook steeds meer gelijke mogelijkheden. Soms krijgt een ‘achtergestelde’ groep zelfs méér kansen, zie de positieve discriminatie van vrouwen aan de TU/e. Maar één mogelijkheid hebben veel vrouwen en lhbt’s nog steeds niet, of sterker nog, steeds minder: de optie om conservatief te stemmen.

Voor wie een kleine staat toejuicht en daarnaast kritisch is over migratie, sceptisch over maakbaarheid en gehecht aan normen en waarden, is het logisch om conservatief te stemmen. Welke andere stroming levert zo’n duidelijke kritiek op het liberalisme en legt zo de nadruk op het belang van geworteldheid in een gemeenschap? Zeker de laatste jaren zijn partijen in opkomst die deze thema’s centraal stellen: fijn voor de keuzevrijheid dus.

Maar niet voor iedereen, zo blijkt weer eens. In een interessant opiniestuk in The Guardian schreven historici Anton Jäger en Daniel Steinmetz-Jenkins vorige week over de opvallende opkomst van religie in de conservatieve beweging. In Amerika was die überhaupt nooit weg, maar nu zie je het ook in Europa, schrijven zij. Denk aan Lega-leider Salvini die het kruisje van een rozenkrans kuste toen hij na de Europese verkiezingen de pers te woord stond. En aan Viktor Orbán die het christendom omschrijft als „hoeksteen die het gebouw van de Europese beschaving bij elkaar houdt”. The New York Review of Books schetste vorig jaar al hoe in Frankrijk een conservatieve beweging ontstaat die sterk katholiek is en kritisch over bijvoorbeeld het homohuwelijk en adoptie door homostellen.

In Nederland, zo konden we maandag lezen in NRC, groeit intussen de invloed van conservatieve christelijke organisaties in het publieke debat. Een voorbeeld is Civitas Christiana, dat zich verzet tegen abortus en het homohuwelijk. Dat FVD sympathiek staat tegenover dit religieus geïnspireerde conservatisme blijkt uit van alles, van het Houellebecq-essay tot de samenwerking met de SGP en Baudets kort maar krachtige „God is rechts”.

Nu kun je zeggen: logisch dat het conservatisme niet de meest homo- en feministenvriendelijke politieke beweging is. Het wil immers de oude orde herstellen, waarin het traditionele gezin centraal staat. Maar je zou je kunnen voorstellen dat het conservatisme met z’n tijd meegaat. Dat moet ook kunnen, want mensen hebben vaak genoeg betoogd dat het conservatisme meer een mentaliteit is dan een vast programma.

Zo omschreef de conservatieve filosoof Michael Oakeshott het in zijn beroemde essay On Being Conservative (1956) als een levenshouding: een gerichtheid op het heden en op wat voorhanden is, in plaats van op wat zou kunnen zijn. Zelf stelde Thierry Baudet, in een met Michiel Visser geschreven inleiding van hun bundel Conservatieve Vooruitgang (2010), „dat conservatisme veeleer een manier van kijken is dan een strikte leer. Een perspectief, dat andere perspectieven niet hoeft uit te sluiten”.

Maar intussen leven we in 2019 en steeds vaker sluiten perspectieven elkaar wél uit. In het publieke debat zien we een tweedeling: tussen progressief en conservatief, open en gesloten, kosmopolitisch en gericht op de eigen groep. Zeker nu de invloed van religie groeit, hoor je in het conservatieve kamp steeds vaker dat lhbt-rechten liberale decadentie zijn en dat vrouwen vooral een roeping hebben als moeder.

Dit is geen houding of manier van kijken meer, maar een roep om de tijd terug te draaien. Wat moet je ermee, als migratiekritische carrièrevrouw of vaderlandslievende homo?

Floor Rusman is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.