Ibrahim Afellay is dankbaar dat hij bij PSV weer op het veld mag staan

Voetballer Ibrahim Afellay (33) keert na acht jaar terug in de eredivisie. Donderdag werd hij gepresenteerd door PSV.

Ibrahim Afellay
Ibrahim Afellay Foto Robin Utrecht/AFP

Met een brede glimlach loopt Ibrahim Afellay over Sportcomplex de Herdgang. Gehuld in een fluorescerend trainingstenue geeft hij de aanwezige pers netjes een handje. Liefhebber ‘Ibi’ is terug op het oude nest. Bij PSV, waar het allemaal begon. „Dit voelt absoluut als thuiskomen.”

Ontspannen beantwoordt hij het spervuur aan vragen dat op hem wordt afgevuurd. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, maar voelt zich op zijn gemak. Alsof hij nooit weg is geweest. „Ik heb er zin in”, vertelt hij opgewekt. De afgelopen jaren maakte hij nauwelijks minuten op het hoogste niveau. Bij PSV hoopt hij de draad weer op te pakken.

Veelbelovende carrière

Zeventien jaar was Afellay toen hij zijn debuut maakte voor PSV in de winter van 2004. Achttien minuten mocht hij meedoen in de verloren bekerwedstrijd tegen NAC. Het begin van een veelbelovende carrière. Vanaf dat moment werkte ‘Ibi’, zoals hij in Eindhoven liefkozend genoemd wordt, zich in rap tempo op tot basisspeler en smaakmaker van het team. Na zes prijzen verliet hij PSV via de voordeur in de winterstop van het seizoen 2010-2011. Het FC Barcelona van Pep Guardiola betaalde drie miljoen euro voor de diensten van de middenvelder.

In Barcelona begon Afellay voorspoedig en had hij een aandeel in het landskampioenschap en de Champions League die de Catalaanse club dat seizoen pakte. Met een assist op Lionel Messi in de halve finale van het miljoenenbal tegen Real Madrid deed hij bovendien ook op het allerhoogste niveau van zich spreken.

Daarna ging het echter bergafwaarts. In de jaren die volgden werd Afellay geteisterd door blessureleed. Twee keer scheurde hij zijn kruisband. Huurperiodes bij Schalke 04 in Duitsland en Olympiakos in Griekenland waren weinig succesvol, en ook zijn jaren in de Premier League bij Stoke City gingen met ups en downs. In januari van dit jaar werd zijn contact in Engeland ontbonden.

Revalidatie

Afellay koos ervoor om bij PSV te revalideren en fit te worden. In eerste instantie sloot hij aan bij de selectie van Onder 19, dat wordt getraind door oud-international Ruud van Nistelrooij. Dat beviel beide partijen zo goed dat hij deze week zijn handtekening zette onder een contract voor een jaar. Afellay hoop daarmee een zware periode in zijn carrière af te sluiten.

„Zo nu en dan was het een lijdensweg”, beschrijft hij openlijk. „Dat wat je het allerliefste doet wordt je ontnomen. Dat is killing. Maar ik heb altijd geloof en vertrouwen gehad dat het weer goed zou komen.” Het doet hem dan ook veel dat hij weer kan voetballen. „Er zijn maar weinig voetballers die zoveel tegenslag hebben gekend als ik. Sommige spelers komen niet eens terug van één blessure, maar ik sta hier toch weer. Daar houd ik me aan vast en dat geeft enorm veel kracht.”

Nu wil Afellay vooral vooruit kijken. Hij is een liefhebber, en doet alles het liefst op gevoel. „En zo wil ik het ook gaan doen de komende weken. Ik heb mijn eerste trainingen met de A-selectie achter de rug, maar ik heb er nog veel meer nodig. Medisch ben ik fit. Nu is het vooral zaak om weer op niveau te komen en alle bewegingen weer eigen te maken.”

Rentree

De laatste keer dat Afellay een officiële wedstrijd speelde is inmiddels anderhalf jaar geleden. Op 30 december 2017 speelde de middenvelder 71 minuten mee in een uitwedstrijd van zijn vorige club Stoke City tegen Chelsea. Hij kon niet voorkomen dat zijn werkgever kansloos verloor met 5-0. „Dat is alweer een tijdje geleden”, reageert hij tamelijk verrast als hij geconfronteerd wordt met dat gegeven.

Of Afellay fit genoeg is om op 23 juli zijn rentree te maken tegen FC Basel durft hij niet te zeggen. PSV speelt tegen de Zwitserse ploeg in de tweede voorronde van de Champions League. „Ik heb geen datum geprikt waarop ik er moet staan. Als je dat doet ga je jezelf over de kling jagen en verwachtingen creëren bij de mensen. Ik ben vooral dankbaar dat ik weer op het veld mag staan.”