Recensie

Recensie

De nieuwe Mercedes E zou 1 op 58 rijden, dat gelooft toch niemand?

Autotest De plugin hybrid is terug, ziet . En het verbruik van de nieuwe Mercedes E is verrassend laag.

De Mercedes E-Klasse bij Stern in Amstelveen.
De Mercedes E-Klasse bij Stern in Amstelveen. Foto Merlijn Doomernik

Plugin hybrides zijn een zwarte bladzijde in de Nederlandse belastinggeschiedenis. Fabrikanten beloofden gouden bergen met verbruikscijfers van één op vijftig en de overheid stonk er met open ogen in. Met lage bijtellingpercentages plus aanvullende milieusubsidieregelingen werd een goudmijn voor de zakelijke rijder gecreëerd. De Mitsubishi Outlanders en Volvo V60’s waren niet aan te slepen. Van hun ecologische beloften kwam niets terecht. Met de fiscale winst op zak lieten de bestuurders het sparen graag aan derden over. In de praktijk betrapte je ze vaker op de linkerbaan dan bij de laadpaal. Houd je maar eens in met 400 pk onder de rechtervoet.

Intussen lijkt de plugin een bescheiden comeback te beleven. De sterren staan niet ongunstig. Met hun verbeterde efficiency en toegenomen elektrische actieradius lijken stekkerhybrides zolang het nodig is het redelijke, omgangsvriendelijke alternatief voor volledig elektrisch. Dat zou Duitse fabrikanten niet slecht uitkomen, die in hun schone oorlog tegen Tesla en de Koreanen eigenlijk nog steeds met vrijwel lege handen staan. In die zin is de techniek vooral een lapmiddel. In de hybride modus houd je je verbrandingsmotoren in de vaart en dring je toch je CO2-emissies aardig terug. Maar alle beetjes helpen en nu het bijtellingvoordeel is vervallen, gaan de kopers misschien eindelijk op de kleintjes letten.

Mercedes voorzag een E-klasse van een brandschone tweeliter diesel, een elektromotor en een accu van 13,5 kWh. Eerdere diesel-hybrides van Peugeot en Volvo hadden met hun onrijpe techniek en minder efficiënte motoren slechtere papieren dan de Benz. De OM 654-diesel heeft, zo jong als hij is, een reputatie hoog te houden als verbruikswonder. In een gewone E 220d sedan haalde ik er al eens 1 op 25,6 mee. Toevoeging van een elektromotor plus batterij met een gezamenlijk meergewicht van 300 kilo heeft natuurlijk alleen zin als de accu hem lang genoeg op eigen kracht kan laten rijden om de verbrandingsmotor substantieel te ontlasten. Anders zou de diesel vrij snel zijn verbruiksvoordeel verspelen aan een leeggewicht van ruim 2000 kilo. Gelukt: de elektromotor is met 122 pk en 440 newtonmeter koppel mans genoeg om maximaal vijftig kilometer zelf de kar te trekken. Theoretisch zou de auto zo tot opmerkelijke verbruikscijfers moeten komen, zolang de accu consequent wordt bijgeladen. Anderzijds blaast Mercedes met een fabrieksopgave van 1 op 58 wel verdacht hoog van de toren. Kom, Duitse vrienden, dat geloven jullie toch zelf niet? Het ding is loodzwaar!

Mijn lof voor de station-E hoef ik niet te herhalen. Twee voetnoten. In de bagageruimte kost een verhoogd plateau met de hybride-componenten je je vlakke laadvloer en een beetje ruimte. Twee: Het niet voelbaar door de extra massa aangetaste rijgedrag strekt de Mercedes-ingenieurs tot eer. Dan nu snel over naar de factcheck.

Ongelooflijk verbruik

Op het traject Utrecht – Norg, grotendeels snelweg, haal ik 1 op 32. Not even close, hoe verbluffend ook voor zo’n enorme combi. Rit twee voert naar het Friese Oranjewoud en het Thialf-stadion in Heerenveen, 110 kilometer uit en thuis met 30 kilometer snelweg. Op het Thialf-parkeerterrein staat een trits laadpalen, waardoor ik de thuisreis met een volle accu kan aanvaarden. Dat helpt; het verbruik daalt tot 1 op 43. Op de terugweg, voornamelijk binnendoor, slaat de diesel nauwelijks aan.

Derde rit: Norg – Amsterdam. Tweederde snelweg, de rest B-wegen. Op de heenweg geeft de boordcomputer, als na 52 kilometer puur elektrisch rijden eindelijk de diesel aanhaakt, voor de inmiddels bijna 400 verreden kilometers een ongelooflijk verbruik van 1 op 50 aan. Dat loopt op de A6 en de A1 naar Amsterdam weer langzaam op, maar in Bos en Lommer vind ik andermaal een laadpaal voor een kostendrukkende hybride terugreis. Eindcijfer thuis: een op vierendertig. Voor een riante station in de topklasse.

Het is geen 1 op 58. Maar de leugen is een beetje waarheid. In rustig regioverkeer maakt de Mercedes op een haar na zijn pretenties waar. Zo wordt een uit nood geboren compromis bijna een deugd, hoewel je idealiter niet hoort te juichen voor het halve werk dat hij als deeltijd-diesel is gebleven. Mercedes heeft begrijpelijkerwijs de smaak te pakken. In aantocht zijn plugin-hybrides met een stroombereik van 100 kilometer. En die zouden ijs en weder dienende altijd 1 op 50 moeten halen. Beleidsmakers wacht een taai dilemma, wanneer die auto’s straks elektrisch hun voor diesels afgesloten milieuzones binnensuizen. Verbieden? Hoe dan?