Gregory Maqoma maakt van Ravels ‘Bolero’ een Afrikaanse rouwdans

Dans, Holland Festival In ‘Cion, Requiem of Ravel’s Bolero’ beweent Gregory Maqoma de zielen van de anonieme slachtoffers van de gruwelijkheden van onze tijd.

De versie van Maqoma van Ravels 'Bolero’: de dans CION, onderdeel Holland festival.
De versie van Maqoma van Ravels 'Bolero’: de dans CION, onderdeel Holland festival. Siphosihle Mkhwanazi

Al twintig jaar luisterde Gregory Maqoma (Soweto, 1973) naar Ravels Bolero, in de overtuiging dat hij iets met die muziek wilde. De herhaling, de melodie, het percussieve: hij herkende er een raakvlak met Afrikaanse muziek in en zag voor zijn ogen een processie. „Het voelde als naar een begrafenis gaan. Een klaagzang”, zegt Zuid-Afrika’s meest vooraanstaande danser en hedendaagse choreograaf via Skype vanuit Londen. Sinds 2017 toert hij met Cion, Requiem of Ravel’s Bolero door Afrika en Europa.

In Cion, Requiem of Ravel’s Bolero klinkt zo ineens dat uit duizenden herkenbare ritme. Niet gespeeld door de kleine trom, maar gezongen door een beatboxer. Naast hem vertolken drie zangers de aanzwellende melodie, die in de bewerking van componist Nhlanhla Mahlangu uitgesproken Afrikaans klinkt. Acht dansers en een solist (Maqoma, de veertig gepasseerd, kan de rol niet meer elke voorstelling zelf dansen) voeren een aangrijpend begrafenisritueel op, waarin de zielen van de overledenen worden beweend en tot leven gewekt door verhalen, zang en dans.

Rouw en bezinning ontbreken

Een dergelijk moment van bezinning en rouw ontbreekt vaak in de huidige maatschappij, aldus Maqoma, die Cion baseerde op het gelijknamige boek van de Zuid-Afrikaanse auteur Zakes Mda. Mda voert daarin het personage Toloki op, een professioneel rouwer – een rouwconsulent zouden wij hier misschien zeggen. Toloki dook al eerder op in Ways of Dying, waarin Mda de gewelddadige jaren van de transitie van apartheid naar democratie in Zuid-Afrika beschreef. In Cion leeft Toloki in een gemeenschap van vrijgemaakte slaven die kampen met de ontwrichtende gevolgen van de slavernij.

Maqoma: „Beide boeken hebben als overeenkomst dat de dood er niet meer als natuurlijke rite de passage kan worden beleefd. Neem de migratie van Afrikanen. Door gruwelijkheden in eigen land zoeken ze naar veiligheid, bijvoorbeeld in Europa. Maar in dat proces sterven de mensen opnieuw, zonder vrede gevonden te hebben. Wij zijn daarbij toeschouwers, we nemen er kennis van en gaan verder met ons leven. Dat is onmenselijk. Ik accepteer de dood als natuurlijk fenomeen, maar niet als het door toedoen van anderen is.”

Met Cion wil Maqoma die anonieme, nog rondzwevende zielen tot leven wekken en hun zinloze sterven bewenen. Net zoals hij de gebroken levenscycli wil herdenken van slaven en van de Afrikanen die door ‘black-on-black’ geweld zijn gestorven tijdens de politieke transitie, door hiv, door religieuze onverdraagzaamheid.

Ook sprankje hoop

Het gaat Maqoma in de eerste plaats om een oproep tot menselijkheid. „Het lijkt of we leven in een posthumaan tijdperk. Er is enorme vooruitgang geboekt op technologisch gebied – wij praten nu via Skype – maar onze menselijkheid is blijven stilstaan. Of zelfs terug bij het barbarisme van ‘ieder voor zich’ en ‘eigen volk eerst’.”

Met Cion wil hij ook een sprankje hoop bieden. En troost. In Zuid-Afrika, zegt hij, kwamen mensen hem na de voorstelling bedanken omdat ze voor het eerst hadden kunnen huilen om een verloren dierbare. „Dat is voor mij kunst, kunst kan ons helpen te helen en te hopen. Hopen dat we beter kunnen.”