Eis: 20 jaar cel voor doden en in brand steken echtgenote

Mimoun H. zou vorig jaar juni, mogelijk in een opwelling, zijn vrouw hebben gedood. Daarna zette hij hun flat in Utrecht in brand.

Hulpdiensten ter plaatse aan de Marshalllaan, waar vorig jaar de explosie in een woning plaatsvond.
Hulpdiensten ter plaatse aan de Marshalllaan, waar vorig jaar de explosie in een woning plaatsvond. Foto Sem van der Wal/ANP

Als het aan justitie ligt gaat Mimoun H. (71), die verdacht wordt van het doden van zijn vrouw en het veroorzaken van een brand in een flat in Utrecht, twintig jaar de cel in. Volgens de officier van justitie is H. schuldig aan doodslag, zware mishandeling en brandstichting. Ook eist het Openbaar Ministerie van H. in totaal ruim 300.000 euro aan schadevergoedingen.

Het Openbaar Ministerie denkt dat H. op 21 juni vorig jaar mogelijk in een opwelling na een ruzie zijn vrouw heeft gedood. Vervolgens zou hij de flat met benzine in brand hebben gestoken en daarbij een explosie hebben veroorzaakt. Bij de brand raakte een agent ernstig gewond. H. was het huis binnengegaan om hulp te verlenen, maar kon door het vuur niet meer met de trap naar buiten. Daarom tikte hij een ruit in en liet hij zich naar beneden vallen.

Geen reden voor strafvermindering

Justitie vindt een zware straf passend omdat H. zijn kinderen de kans heeft ontnomen waardig afscheid te nemen van hun moeder. Het wordt hem ook aangerekend dat hij opzettelijk brand stichtte en daarmee omwonenden ook in gevaar bracht. Zijn leeftijd is geen reden voor strafvermindering.

De officier van justitie eist een schadevergoeding van zo’n 13.000 euro voor de agent. Voor woningcorporatie Portaal wordt een schadevergoeding van 95.000 euro gevraagd. Voor de elf kinderen van H. en zijn vrouw vroeg de officier een schadevergoeding van 17.500 euro per kind. De advocaat van H. zegt dat zijn cliënt wel wil betalen, maar dat niet kan. Hij vraagt om vervangende hechtenis op te leggen.

H. zegt zich niets te kunnen herinneren. Onderzoekers in het Pieter Baan Centrum vinden zijn geheugenverlies „niet geloofwaardig”. Zij stelden verder vast dat H. geen stoornissen heeft. Zijn hoge leeftijd is geen reden om een lagere straf te eisen. Op 4 juli doet de rechtbank uitspraak.