Een unieke pieper uit de oven

Janneke kookt De Opperdoezer Ronde is een vastkokend zomeraardappeltje uit het Noord-Hollandse Opperdoes.

Foto Merlijn Doomernik

Een geel/witvlezige, iets onregelmatig gevormde, ovaalronde, diepogige knol met een vrij laag zetmeelgehalte, zo luidt de officiële omschrijving van de Opperdoezer Ronde. Dat is heel adequaat natuurlijk, maar om nu te zeggen dat je er trek van krijgt is iets anders. Ik zou het liever hebben over een vastkokend zomeraardappeltje met een delicate, romige smaak. Hoe dan ook gaat het om een unieke pieper.

De Opperdoezer Ronde heeft zelfs een zogenaamde Beschermde Oorsprongsbenaming. Zoals feta alleen feta mag heten wanneer hij in Griekenland is geproduceerd, mogen alleen aardappels die in een straal van een kilometer rondom de kerk van het Noord-Hollandse Opperdoes worden verbouwd deze naam dragen. (Ter vergelijking: Nederland telt slechts acht van zulke BOB’s en de Opperdoezer is daartussen, samen met de Brabantse Wal-asperge, het enige onbewerkte landbouwproduct. De andere BOB’s zijn verleend aan kazen en wijn.)

Dat van die kerk is een mooi criterium hè. Je proeft er een lange traditie in. Het dorp zit niet voor niets al meer dan 150 jaar in de aardappels. De grond is er zavelrijk en daardoor zeer geschikt voor aardappelteelt. Maar vraag het een teler uit Opperdoes en hij zal u vertellen dat het geheim hem zit in de combinatie van grond en ras. Dat ras heeft een heel dunne en dus kwetsbare schil en daarom worden de piepers nog steeds met de hand gerooid. Hetgeen het alleen maar bijzonderder maakt dat we deze delicatesse gewoon voor een paar euro de kilo kunnen kopen in de supermarkt.

De klassieke manier om Opperdoezers te serveren is in de schil gekookt met een kommetje gesmolten boter om ze, al dan niet aan tafel gepeld, in te dopen. Het moet gezegd: er gaat weinig boven deze eenvoudige bereiding. Maar je kunt met deze aardappel in feite alles wat je ook met andere vastkokers kunt. Op de website van de telers (opperdoezerronde.nl) is een keur aan recepten te vinden, van salade tot soep, van curry tot chili en van tortilla tot tarte tatin. Wij gaan ’m vandaag bakken, in de oven, en wel op een manier waarop hij perfect tot zijn recht komt.

Een van de kenmerken van de Opperdoezer Ronde is dat hij zich lastig laat schillen. Dat komt door zijn vaak wat onregelmatige vorm en diepe ogen. Zoiets kun je als nadeel beschouwen, maar je kunt er ook je voordeel mee doen. Als je de ongeschilde aardappels eerst beetgaar kookt, en vervolgens niet pelt en ook niet braaf in plakjes of partjes snijdt, maar crusht met de onderkant van een pan, en ze daarna in de oven schuift, krijg je heerlijke gebakken aardappeltjes met lekker veel rommelige, krokante stukjes en vooral veel zalige, krokante stukjes schil. Is dat niet geniaal?

Opperdoezers uit de oven

Voor 3 - 4 personen

1 kilo Opperdoezer Ronde, schoongeboend; olijfolie; zeezoutvlokken; een greepje bladpeterselie, fijngesneden.

Zet de aardappels net onder water in een pan, voeg een snuf zout toe en kook ze in 15 - 20 minuten bijna gaar. Verwarm intussen de oven voor op 220 graden.

Giet de aardappels af en stort ze op een snijplank. Crush ze, voorzichtig, met de bodem van de pan. Het moet beslist geen puree worden, maar een slordig geheel van grote en kleinere brokken.

Doe de aardappels in een ovenschaal, besprenkel ze royaal met olijfolie en bestrooi met wat zoutvlokjes. Bak ze 15 - 20 minuten in de oven, tot ze goudbruin en krokant zijn. Bestrooi voor het serveren met peterselie.